De Zwarte Madonna van Montserrat, een romaans beeld uit de 12e eeuw. Het heiligdom bevindt zich in het klooster van Montserrat op de gelijknamige berg in Catalonië. Ze verbeeldt de Madonna met het kind op haar schoot. In haar rechter hand houdt ze een bol vast die het universum symboliseert. Het kind heeft zijn rechter hand opgeheven met een gebaar van zegening en houdt in zijn linker hand een dennenappel vast, teken van vruchtbaarheid en eeuwig leven. Het beeld is 95 cm. hoog en behoudens het hoofd en de handen, volledig vervaardigd uit goud. Het oorspronkelijke beeld zou al honderden jaren ouder zijn geweest en door herdersjongens in een grot zijn gevonden. Volgens de devotionele traditie wordt het oudere beeld niet als verdwenen beschouwd, maar als opgegaan in de resonantie van het huidige. Zoals een vroegere toon die blijft trillen in de latere klank.
Zij staat in het halfduister van Gods huis, waar het licht aarzelend binnenvalt en schaduwen hun geheimtaal spreken. De zwarte Madonna. Niet zwart als ontkenning van licht, maar zwart als zijn oorsprong. Zoals aarde zwart is wanneer zij leven belooft, zoals de nacht zwart is wanneer zij sterren draagt.
Men heeft haar willen verklaren als geblakerd door de rook van kaarsen, ouderdom van een speciale houtsoort of donkere kleur door gebruik van foutief pigment. Maar zulke verklaringen zeggen meer over onze onrust dan over haar stilte. Want de zwarte Madonna vraagt niet om opgelost te worden. Zij vraagt om benaderd te worden, langzaam, zoals men een waarheid benaderd die niet wil worden vastgepakt. In haar donker gelaat ligt geen afwezigheid, maar diepte. Zij is geen spiegel waarin men zichzelf herkent, maar een poort waardoor men zichzelf verliest. Haar ogen lijken te weten dat elk begin uit duisternis voortkomt, zoals het kind in de schoot, het zaad in de aarde, de gedachte vóór zij woord wordt. Zij herinnert ons eraan dat licht niet het tegendeel van donker is, maar zijn antwoord.
Het kind dat zij draagt is even raadselachtig. Geen triomfantelijke zonnekoning, maar een kwetsbare belofte. Alsof zij zegt dat het heilige niet verschijnt waar alles helder is, maar in de schemering waarin een mens zijn haast laat vallen. Het komt niet wanneer wij roepen, maar wanneer wij luisteren. Het heilige is een stilte die zichzelf onthult wanneer de mens ophoudt zichzelf te vullen, een pauze in de gewoonte om alles zelf te willen bepalen. Haar moederschap is geen bezit, maar toevertrouwen. Zij draagt het mysterie zonder het te willen beheersen.
Misschien is zij zwart omdat zij ouder is dan onze categorieën. Ouder dan wit en zwart, ouder dan dogma en verklaring. In haar resoneren stemmen van vergeten godinnen, van aarde en maan, van oeroude overleveringen uit bronnen waar men ooit water schepte met eerbiedige handen. Het christendom heeft haar niet uitgevonden, maar herkend en haar een naam gegeven, niet om haar te bezitten, maar om haar te kunnen aanspreken zonder te vergeten dat zij altijd buiten onze woorden blijft. Een naam is een deur, geen kamer. Hij opent, doch sluit nooit op.
Pelgrims knielen voor haar, niet omdat zij antwoorden geeft, maar omdat zij vragen verdraagt. Zij ontvangt de gebroken hoop, het onuitgesproken verlangen of de schaamte welke geen woorden vindt. Zij veroordeelt niet. In haar donker is plaats. Zij is de stilte die blijft wanneer het gebed verstomt. Als aanwezigheid zonder vorm, als een adem die niet van ons is, als een ruimte die ons draagt nog vóór wij haar kunnen benoemen. Wanneer de mens zwijgt, blijft zij spreken in een taal die geen geluid nodig heeft. De zwarte Madonna leert ons dat het heilige niet altijd licht werpt, maar soms schaduw schenkt, een schaduw waarin men kan rusten. Dat wijsheid niet schreeuwt, maar wacht. En wie haar aankijkt, uiteindelijk niet haar ziet, maar zichzelf. Nog zoekend, onvoltooid en gedragen door iets wat groter is dan enkel begrip. Een ruimte die ons kent, nog vóór wij haar kunnen kennen.
Zo staat zij daar, door de eeuwen heen, onverplaatst. Niet om ons te leiden naar zekerheid, maar naar dieper zien. En wie haar eenmaal daadwerkelijk heeft ontmoet, weet dat herkenning geen bewijs nodig heeft, omdat iets in hem of haar wordt geraakt dat ouder is dan zijn woorden. Want wat hem daar tegenkomt, is geen gedachte maar een oorsprong, een stille zekerheid die niet uit kennis ontspruit maar uit herkenning. Herkenning dat oorsprong geen verleden is, maar een aanwezigheid die je tegemoetkomt. Op dat soort van speciale momenten van onverwacht ontmoeten, besef je dat het wezenlijke niet ontstaat, maar onthuld wordt. Als een opgetrokken sluier van gekoesterd verlangen dat liefde in zich draagt. En in dat zachte onthullen wordt voelbaar dat liefde zich niet toont door te verschijnen, maar door ons te openen voor wat wij nooit helemaal kunnen bevatten.
J.J.v.Verre.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten