vrijdag 6 maart 2026

Trauma als breuk in de ziel.

 

Deze afbeelding toont een vrouw van achteren, gekleed in een eenvoudige, licht gekleurde jurk, blootsvoets op een rotsachtig pad. Zij staat in een donkere rotsopening die zichtbaar gebarsten is. Voor haar opent zich een stralende ruimte vol zonlicht. De lichtstralen vallen als zachte bundels naar beneden en verlichten haar silhouet, waardoor zij bijna omgeven lijkt door een aura. Kleine, fonkelende stofdeeltjes zweven in de lucht en versterken de bijna sacrale sfeer van het tafereel in de grotopening. De donkere rotsen met hun barsten symboliseren een gebroken binnenwereld of een gescheurde werkelijkheid. Het licht dat de entiteit tegemoet treedt en door de scheuren heen breekt, suggereert hoop, heling en vernieuwing. De beweging van schaduw naar licht, van beklemming naar openheid. De afbeelding ademt stilte, transitie, misschien zelfs een soort van innerlijke wedergeboorte. Het is geen ontsnapping aan het leven, maar een rustige, doch vastberaden stap naar het licht.


Trauma is een landschap zonder horizon, een plek waar de tijd niet vooruit wil maar cirkels trekt, waar het lichaam blijft wonen in kamers die allang zijn ingestort. In die kamers woont een echo van een oude pijn, een onzichtbare last die telkens weer opnieuw opduikt, alsof je nooit echt kan ontsnappen, alsof je voortdurend in een draaikolk wordt meegevoerd, vastgehouden door onzichtbare muren. In die herhaalde cirkels, schuilt ook een kans: een moment waarop je, de echo een nieuw verhaal kunt geven, een ander spoor kunt bewandelen, voorbij die ingestorte kamers.

Het begint met een breuk, een beschadiging die niet alleen iets wegneemt maar ook iets achterlaat: een echo, een trilling, een web van gedachten dat telkens opnieuw scheurt. In dat web probeert een mens zich vast te houden, draden te spinnen die niet blijven zitten, telkens weer vallen, telkens weer schrikken. De grond verdwijnt onder de voeten en het lichaam reageert sneller dan het bewustzijn kan begrijpen. Onveiligheid wordt geen toestand maar een wereldbeeld, een manier van bestaan. Scannen, herkennen, op de hoede zijn, alsof elke seconde een nieuwe aanval kan brengen. Het verlangen om te verdwijnen, om even niet te hoeven voelen, wordt een fluistering die steeds harder klinkt. Stop, roept iets van binnen, maar het verleden kent geen stopknop. Het herhaalt zich, in dromen, in flitsen, in schaduwen die zich vastklampen aan het heden. Wat is echt, vraagt de geest, en wie ben ik nog in dit voortdurende herbeleven?

In die verwarring ontstaat een tweede strijd: het onbegrip met de buitenwereld. Je bent nu toch veilig, zeggen stemmen die het goed bedoelen maar de kloof niet zien. Nee, zegt het lichaam, ik zit nog gevangen. Mijn ziel zit nog daar, op de plek waar het gebeurde, waar de tijd bevroor. Vechten wordt een innerlijke beweging, schreeuwen een stille daad. Help mij, klinkt het, niet als wens om te verdwijnen maar als verlangen dat het lijden ophoudt. Wil ik dood? Nee, ik wil dat dit stopt. Ik wil voelen, maar niet zo. Ik wil mijn oude zelf weer ontmoeten, de versie van mij die nog niet in stukken is gevallen. Waar ben jij, vraagt de geest, en ergens diep vanbinnen antwoordt iets: ik zal je vinden. Verbinden wordt een werkwoord dat opnieuw geleerd moet worden, een verband dat niet vanzelf heelt maar met aandacht, tijd en moed opnieuw geknoopt moet worden.

Er groeit een wil om te leven, niet om te herbeleven. Een verlangen om de strijd in het hoofd te winnen, niet door te vechten tegen het verleden maar door ruimte te maken voor een toekomst die nog niet geschreven is. Ik wil kunnen gaan waar ik heen wil, zegt de innerlijke stem, ik wil kunnen zijn zonder dat mijn lichaam mij terugtrekt naar wat was. Vrij leven wordt een horizon die langzaam dichterbij komt, niet als belofte maar als mogelijkheid. Trauma blijft een litteken, maar niet langer een kooi. In de scheuren ontstaat licht, in de herhaling ontstaat inzicht, in de pijn ontstaat een nieuw soort kracht. En zo wordt de mens die ooit brak niet alleen iemand die overleeft, maar iemand die zichzelf opnieuw weeft, draad voor draad, adem voor adem, tot een vorm die vrijer is dan voorheen denkbaar was.

In de luwte tussen wat was en wat nog niet durft te zijn, ontdekt de mens dat zelfs stilte kan uitgroeien tot een plek waar nieuw licht leert spreken. Dat nieuwe licht toont zich eerst schuchter, als een aarzelende glans langs de rand van een oude wond, maar groeit uit tot een helderheid die niet langer om toestemming vraagt om te bestaan. Zo blijkt dat uit de diepste breuklijnen van het verleden een toekomst kan oplichten die niet langer door duisternis wordt bepaald. Zo leert de mens dat zelfs de diepste nacht slechts wacht op het moment dat het licht besluit om zichzelf te herinneren.

J.J.v.Verre.

2 opmerkingen:

Abe Tersloot zei

Meneer van Verre, een wat moeilijk te lezen beschouwing. Maar waarom haalt u bij alles die ziel erbij? Kan het doormaken van een psychisch trauma niet zonder die ziel? Graag uw reactie, Abe.

J.J. v. Verre zei

Beste Abe, bedankt voor je reactie.
De metafoor “trauma als breuk in de ziel” verwijst naar de filosofische gedachte dat een ingrijpende gebeurtenis de eenheid van zelf, wereld en levensverhaal kan doorbreken. Met “levensverhaal” doel ik op het innerlijke narratief waarmee iemand zijn bestaan begrijpt en betekenis geeft. Herstel is dan ook geen kwestie van terugkeren naar hoe het was, maar van het opnieuw vinden van betekenis en samenhang. Waar de ziel breekt, valt het oude verhaal uiteen. Juist in het behoedzaam bij elkaar leggen van de scherven kan echter een nieuwe betekenis ontstaan. Een betekenis waarin het verleden niet verdwijnt, maar een andere plek krijgt in het grotere geheel van het leven. Het psychisch trauma is in deze opvatting primair: het is de oorzaak van de breuk. Maar het trauma zelf kan geen betekenis geven. Het is de ziel die, de scherven oppakt, een nieuw narratief vormt, verbanden zoekt of het verleden herschikt. Zonder die innerlijke, betekenis gevende kracht, die ik hier “ziel” noem, blijft het trauma niet meer dan een brute, betekenisloze gebeurtenis.
Abe, het is precies deze betekenis gevende beweging van de ziel die het mogelijk maakt een trauma werkelijk te doorstaan en te integreren. Zonder haar is er geen doormaken, maar enkel ondergaan.