De afbeelding toont een menselijk gezicht dat in stilte naar een landschap kijkt. Vanuit het oog straalt een lichtbundel die de wereld raakt - een boom, een veld vol dauw, een meer waarin de zon opkomt. Alles baadt in een gouden gloed, alsof het moment van zien en het geziene samenvallen. Het beeld verbeeldt het mysterie van directe waarneming: het ogenblik waarop de wereld zichzelf lijkt te herkennen in het oog dat haar aanschouwt.
Er is een moment - ergens tussen het openen van een ooglid en het verschijnen van een gedachte - waarin de wereld zich aandient zonder naam, zonder contour, zonder het dunne vlies van interpretatie dat wij er zo snel overheen leggen. In dat prille ogenblik lijkt waarneming direct, alsof de werkelijkheid zelf even ongehinderd door onze poriën naar binnen stroomt.
Maar zodra we proberen te begrijpen wat er gebeurt, schuift er een zachte mist tussen ons en dat eerste verschijnen: een mist van herinneringen, verwachtingen, verlangens en angsten - alles wat we ooit zagen en menen te weten. Toch blijft dat eerste moment bestaan als een afdruk, een spoor van iets dat ons telkens weer ontglipt.
Misschien is directe waarneming niet iets dat we kunnen vasthouden, maar iets wat ons bezoekt. Een vogel die wegvliegt voordat we beseffen dat we naar hem keken. Het licht dat door een raam valt en ons raakt voordat we het " licht " noemen. De geur van regen die al in ons aanwezig is voordat we haar benoemen. In zulke flitsen lijkt er geen afstand tussen wereld en zelf, geen scheiding tussen waarnemer en waargenomene, maar slechts een naakte aanwezigheid die zich niet laat analyseren.
Zodra we het proberen vast te pakken, zodra we zeggen: dit is het, verandert het echter in een gedachte, een herinnering, een constructie van een brein dat voortdurend probeert te voorspellen wat komen zal.
Toch zit er iets in ons dat zich verzet tegen de gedachte dat alles slechts berekening is. Een intuïtief vermoeden dat de wereld ons niet alleen bereikt via elektrische patronen, maar ook via een vorm van onmiddellijke betrokkenheid. Alsof de werkelijkheid niet tegenover ons staat, maar zich in ons ontvouwt. Misschien is directe waarneming geen mechanisme, maar een toestand: een manier van zijn waarin we niet langer gescheiden zijn van wat verschijnt. Dan is het niet zozeer dat wij de wereld zien, maar dat de wereld zichzelf door ons heen ziet - zonder tussenlaag, zonder vertaling.
Soms gebeurt dit in stilte, wanneer we niet proberen te begrijpen maar eenvoudig aanwezig zijn. Dan lijkt alles helder. De dingen tonen zichzelf zonder dat wij er iets aan toevoegen. Een steen hoeft niets anders te zijn dan steen. Een ademhaling is een ademhaling. Een gedachte is slechts een golf die komt en gaat.
In die helderheid is geen behoefte aan verklaringen. De wereld is niet iets dat we moeten doorgronden, maar iets dat voortdurend verschijnt in het bewustzijn. Misschien is dat bewustzijn zelf wel de directe waarneming: niet een instrument dat de wereld meet, maar het veld waarin alles verschijnt.
Toch blijft er een paradox die zich niet laat oplossen. Zodra we zeggen dat waarneming direct is, maken we er een concept van. Zodra we zeggen dat ze niet direct is, ontkennen we de eenvoud van onze ervaring. Misschien is directe waarneming daarom geen antwoord, maar een beweging: een voortdurende dans tussen verschijnen en begrijpen, tussen wereld en zelf, tussen stilte en gedachte. In die dans raken we soms aan iets dat aan iedere benoeming voorafgaat - een oorspronkelijke nabijheid die nooit helemaal verloren is gegaan.
En zo blijven we kijken, telkens opnieuw, hopend op een moment waarop de wereld zich toont zonder sluier. Maar misschien is dat moment er al, steeds opnieuw, in elke ademhaling, in elke schaduw, in elke trilling van licht. Misschien is directe waarneming niet iets wat we moeten vinden, maar iets wat we moeten toelaten: de mogelijkheid dat wereld en zelf niet twee zijn, maar één enkel verschijnen dat zichzelf steeds opnieuw ontdekt. Misschien hoeven we daarom niet verder te zoeken, maar alleen aanwezig te zijn bij wat zich al toont.
J.J.v.Verre.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten