We zien hier een mannenfiguur in een stille ruimte, omhuld door warm, goudkleurig licht dat als adem door de ruimte stroomt - tijd die als aanwezigheid nu zichtbaar wordt. Rond hem cirkelen zachte spiralen van licht - alsof tijd zelf luistert en zich in stilte ontvouwt.
Er bestaat een vorm van tijd die zich niet laat vangen door de klok. Een tijd die niet tikt, maar ademt; die niet meet, maar opent; die niet verstrijkt, maar zich ontvouwt als een innerlijke ruimte waarin iets verhevens, dat ons overstijgt, voortdurend aanwezig is. Wanneer we spreken over tijd als ervaring, betreden we deze subtiele dimensie: een tijd die niet buiten ons bestaat, maar in ons leeft.
In de stilte tussen twee ademhalingen ontvouwt zich een wereld. Een trilling die zich niet laat vangen in seconden, maar ons desondanks draagt. Het lichaam wordt zo een poort naar een tijd die niet lineair, maar circulair: een tijd die zich telkens opnieuw vormt in de diepte van ons bewustzijn. Elke hartslag herinnert ons eraan dat wij deel uitmaken van een ritme dat ouder is dan onze geboorte; een ritme dat ons verbindt met al wat leeft.
Spirituele tijd is elastisch. Zij rekt zich uit wanneer wij ons openen voor het onbekende en krimpt wanneer wij ons vastklampen aan controle. In momenten van liefde, verwondering of diepe aanwezigheid lijkt de tijd zich te verdichten tot een kern van licht, alsof het universum voor een ogenblik door ons heen ademt. In momenten van verlies, stilte of wachten ontvouwt de tijd zich daarentegen als een uitgestrekt veld, waarin wij worden uitgenodigd te luisteren naar datgene wat nog geen woorden heeft.
Herinnering is binnen de spirituele tijd geen archief, maar een levend organisme. Zij beweegt als een fluistering door ons heen: soms zacht, soms scherp, soms onverwacht. Een geur, een schaduw of een enkele zin kan een volledige innerlijke wereld openen. In de herinnering ontmoeten wij niet het verleden, maar de ziel die als een stille stroom door al onze momenten heen beweegt. Herinnering is de plaats waar tijd en betekenis elkaar raken.
Ook de toekomst is niet leeg. Zij is een trilling die reeds in het heden aanwezig is: in onze hoop, onze angst en onze intuïtie. De toekomst is een veld dat ons roept, soms zacht, soms dringend. Wanneer wij werkelijk luisteren, ontdekken wij dat de tijd zich niet eenvoudig vooruit beweegt, maar zich om ons heen ontvouwt. Dan beseffen wij dat wij niet in de tijd leven, maar met de tijd.
Misschien is tijd uiteindelijk een vorm van aanwezigheid. Een stille metgezel die ons uitnodigt dieper te leven en aandacht te schenken aan wat zich in het nu ontvouwt. Tijd als ervaring is tijd als ziel: een innerlijk landschap waarin wij kunnen dwalen, thuiskomen en opnieuw beginnen. In deze tijd zijn wij geen gevangenen van minuten, maar bewoners van een levende, ademende ruimte.
Wanneer wij tijd op deze wijze ervaren, wordt het leven niet langer een opeenvolging van gebeurtenissen, maar een voortdurende ontmoeting: met onszelf, met anderen en met het mysterie dat ons draagt. Tijd wordt dan geen vijand die ons achtervolgt, maar een zachte stroom die ons uitnodigt aanwezig te zijn - volledig, kwetsbaar en open.
In die ruimte van aanwezigheid ademt de tijd niet langer langs ons heen, maar met ons mee - als een stille herinnering dat wij altijd deel uitmaken van het grotere ritme van het bestaan.
J.J.v.Verre.
