zaterdag 31 december 2022

De androgyne mens

 

-De hermafrodiet gravure afgebeeld in het boek Amphitheatrum Sapientiae Aeternae, geschreven oor Heinrich Khunrath in 1595. Digitaal bewerkt door Tom Hill.*


Androgynie is een concept dat de eigenschappen van beide geslachten, mannelijk en vrouwelijk, in één persoon verenigt. Het komt van het Oudgrieks voor man, anèr en vrouw, guné. Er zijn verschillende manieren waarop androgynie kan worden ervaren of uitgedrukt.

-Zich androgyn voelen: Dit kan betekenen dat iemand zich niet strikt mannelijk of vrouwelijk voelt, maar een combinatie van beide of er ergens tussenin.

-Androgyn zijn uit vrije wil. Sommige mensen kiezen ervoor om zich niet te conformeren aan de traditionele tweedeling van man en vrouw. Dit kan spirituele redenen hebben of als een alternatieve levenswijze worden gezien.

-Zich androgyn uiten: Dit kan zich manifesteren in uiterlijke kenmerken, zoals kleding en gedrag, die kenmerkend zijn voor beide geslachten.

Androgynie valt onder de non-binaire paraplu en kan verschillende subgroepen omvatten, zoals femandrogyne(vrouwelijk androgyne), masandrogyne(mannelijk androgyne) en neutrandrogyne(neutraal androgyne). Het is belangrijk om te benadrukken dat androgynie niet hetzelfde is als transgender zijn of transseksualiteit, hoewel er wel enige overlap kan zijn hoe individuen zich identificeren. Androgyne mensen zijn gelijktijdig mannelijk en vrouwelijk, of ze zitten tussen mannelijk en vrouwelijk in. Er zijn androgyne mensen die zich identificeren als bigender met vrouwelijke en mannelijke gender eigenschappen. Anderen identificeren zich als een enkel gender, dat tussen mannelijk en vrouwelijk in zit. In de hedendaagse maatschappij kan androgynie soms worden gezien als een rebelse houding of reactie op het heersende modebeeld. Bekende  voorbeelden van androgynie in de popcultuur zijn artiesten zoals David Bowie, Prince en Patti Smith, die bekend staan om hun androgyne uitstraling.

Wat is nu de relatie met de spirituele filosofie? Ik las recent het boek getiteld “De androgyne engel” van R.J. den Dulk, dat de verbinding tussen vrouwelijke en mannelijke kwaliteiten in mannen en vrouwen onderzoekt. Het boek benadert de polariteit tussen vrouwelijk en mannelijk op een verrassende wijze en gebruikt veertien archetypen, ondersteund met voorbeelden uit verschillende mythologieën, sprookjes en oude volksverhalen, om een beeld van de mens op te bouwen. Het doel is om mannen en vrouwen te helpen hun vrouwelijke en mannelijke kanten en kwaliteiten te herkennen, waarderen en verder te ontwikkelen en vooral ook met elkaar te integreren.

De term "androgyne engel", kan verschillende betekenissen hebben, afhankelijk van de context. In sommige spirituele en religieuze tradities worden engelen beschouwd als androgyn, dit kan voortkomen uit de overtuiging dat engelen, als spirituele wezens, boven menselijke geslachtskenmerken staan.  

Wat is nu het verschil tussen androgynie en biseksualiteit? Dat ligt in de aspecten van genderidentiteit en seksuele oriëntatie. De androgynie heeft te maken met hoe iemand zich uitdrukt of identificeert op het spectrum van gender. Het is een vorm van genderexpressie waarbij kenmerken of gedragingen die traditioneel geassocieerd worden met zowel mannelijkheid als vrouwelijkheid, worden gecombineerd of aangenomen. Androgyne mensen kunnen zich gelijktijdig mannelijk als vrouwelijk voelen, of ergens er tussenin. Het gaat hier dus om genderidentiteit en genderexpressie en niet om seksuele voorkeur. Biseksualiteit daarentegen, is een seksuele oriëntatie waarbij iemand zich seksueel en/of emotioneel aangetrokken voelt tot mensen van meer dan één geslacht. Dit kan betekenen dat iemand zich aangetrokken voelt tot zowel mannen als vrouwen, maar ook tot mensen die zich identificeren buiten deze binaire categorieën. Het gaat hier om de aantrekkingskracht tot verschillende geslachten, niet om de eigen genderexpressie. Dus samengevat: androgynie gaat over de eigen genderidentiteit en -expressie, terwijl biseksualiteit gaat over de seksuele en emotionele aantrekking tot anderen.

Wijsheid, compassie, geduld en energie zijn kwaliteiten die een ieder zou moeten ontwikkelen onafhankelijk van zijn of haar geslacht. Daarom is de androgyne mens binnen het boeddhisme een soort van ideaal mens. Het boeddhisme, overgedragen uit Azië is belast door culturele vooroordelen over geslachten. Het erkent dat lichamen en bijbehorende conditioneringen slecht voorwaardelijk zijn. Het ultieme doel is deze te overstijgen en meer androgyn te worden, waarbij we de verbondenheid tussen alle levende wezens zien. Hoewel het boeddhisme geen specifieke doctrine omtrent androgynie kent, moedigt het boeddhisme wel aan om voorbij dualiteiten te kijken en universele kwaliteiten te cultiveren, ongeacht geslacht.

In de spirituele filosofie verwijst androgynie naar het idee van een persoon die zich niet wenst te conformeren aan de tweedeling tussen man en vrouw. Dit concept heeft diepe wortels, zelfs tot in de oudheid. Belangrijk hierbij is dat God zowel mannelijk als vrouwelijk wordt gezien en daarom kan de complete mens ook androgyn zijn, oftewel een combinatie van mannelijk en vrouwelijk. Tijdens de Italiaanse Renaissance ontstond in de schilder- en beeldhouwkunst een nieuw schoonheidsideaal dat werd belichaamd door een jongeling met een androgyn uiterlijk. Dit ideaal, herkenbaar aan lang krullend haar, kwam veel voor in werken van kunstenaars zoals Michelangelo en Leonardo da Vinci. Onderzoekers hebben gezocht naar de redenen achter dit type van weergave en speculeerden dat de seksuele geaardheid van deze kunstenaars weleens een belangrijke rol zou kunnen spelen.

In het moderne denken is androgynie een fascinerend concept dat verder gaat dan traditionele genderrollen. 

- Psychologie en Genderidentiteit: De laatste decennia hebben geleid tot nieuwe theorieën over vrouwelijk en mannelijkheid. Psychologen hebben gangbare opvattingen over gender ter discussie gesteld, wat ook invloed heeft op de hulpverlening. Opvattingen van hulpverleners over mannelijkheid en vrouwelijkheid zijn immers van invloed op hoe ze hun cliënten benaderen. 

-Androgynie als flexibiliteit: Ooit beschouwd als een adaptieve vorm van flexibiliteit, wordt androgyn nu gezien als een manier om gendergrenzen te overstijgen. Het gaat niet alleen om mannelijk of vrouwelijk zijn, maar om een gevoel van tussen beide seksen te staan. Dit concept bevordert psychologische aanpassing en veerkracht. Kortom, androgynie in het moderne denken gaat om het omarmen van diversiteit en het loslaten van rigide genderstereotypen. 

Wij zijn als mensen geboren als man of vrouw en komt volledige tweeslachtigheid niet voor, zodat hier intersekse een betere benaming is dan hermafrodiet. Dit woord hermafrodiet komt vooral nog in oude literatuur voor. In sommige gevallen die als tweeslachtig worden beschreven, gaat het om een genetische fout en functioneert slecht één of geen van de geslachtsorganen. In het dieren- en plantenrijk komt hermafroditisme wel voor. 

Wij mensen zijn dan wel als man of vrouw geboren, maar onze ziel kent in wezen geen onderscheid. Sommigen zien androgyn als een metafoor voor de zoektocht naar spirituele eenheid, waarbij de ziel zich verbindt met zowel mannelijke als vrouwelijke aspecten. Dit kan leiden tot individuatie en transcendentie. Kortom, androgynie in de spirituele filosofie kan symbool staan voor een diepere verbinding met de ziel en het streven naar innerlijke balans. Het is een rijk en veelzijdig concept dat door de eeuwen heen verschillende betekenissen heeft gekregen. Wij kunnen als mensen met een eenzijdig biologisch geslacht, de spirituele boodschap van onze ziel ervaren door te luisteren naar onze innerlijke stem en jezelf ontdekken buiten de traditionele denkbeelden. Ik ben, ik was en het zal terugkeren naar het oneindige leven met illusoire tegenstellingen.


J.J.v.Verre, Curaçao, dec. 2022. 


Literatuur:

-Wikipedia,Androgynie

-De androgyne engel, Roel den Dulk,ISBN 9060381785.

-Seksualiteit en filosofie: de schoonheid van de androgyne jongeling in de kunst van de Italiaanse Renaissance, Stella Keuls. Opleiding kunstgeschiedenis, 2021.

-De androgyne ideaalmens in het boeddhisme. Boeddhistisch dagblad,11 okt.2022.

-Reviving Androgyny: A Modern Day Perspective on Flexibility of Gender Identity and Behavior,Uit:Sex Roles,Volume76, pages 592-603, 10 March 2016.


*Androgyne of Heinrich Khunrath, Amphitheatrum Sapientiae Aeternae.

An androgynous person is an individual who has a high degree of both feminine (expressive) and masculine (instrumental) traits. A feminine individual is ranked high on feminine (expressive) traits and ranked low on masculine (instrumental) traits.
Heinrich Khunrath (c. 1560 – 9 September 1605), or Dr. Henricus Khunrath as he was also called, was a German physician, hermetic philosopher, and alchemist. Frances Yates considered him to be a link between the philosophy of John Dee and Rosicrucianism. His name, in the spelling "Henricus Künraht" was used as a pseudonym for the 1670 publisher of the Tractatus Theologico-Politicus of Baruch Spinoza(1632-1677).





vrijdag 30 december 2022

Wat is meer 4 kraaien of 3 olifanten?

 


                wier hart hunkert naar licht,

                wier geest zoekt naar wijsheid,

                wier ziel door mededogen wordt bewogen

                 G.de Purucker (uit: Het Pad van Mededogen)


Het antwoord op die vraag is eenvoudig, want 4 is meer dan 3, maar qua volume zijn die drie meer dan vier. Maar als je de vraag zou herformuleren en zou vragen: Wat is waardevoller 4 kraaien of 3 olifanten is de vraag al een stuk gecompliceerder en moet je een waardeoordeel vellen over een zoogdier t.o.v. een vogel. Een kraai  noemen we slim. Hij kan puzzelen en verstopt z’n voedsel en weet het ook nog terug te vinden en onthoudt zelfs hoelang het voedsel onder de grond houdbaar blijft. Kraaien zijn sociaal, ze werken samen om voedsel te bemachtigen en lijken zich te kunnen verplaatsen in de noden van een ander. De Wipsnavelkraai is een echte puzzeloplosser. Het dier pakt met een kort stokje een langere stok om bij voedsel te kunnen komen. Of hij buigt een ijzerdraadje om tot een haak. Een olifant heeft een goed geheugen. Een waterbron waar de dieren jaren geleden waren, weten ze terug te vinden. Ze zijn erg meelevend met leden van hun eigen groep en zelfs van andere soorten. Olifanten rouwen ook na het overlijden van een soortgenoot. De kudde neemt dan echt afscheid. Een olifant gebruikt takken als gereedschap om aan verse blaadjes te komen. *                                                                                             

De intelligentie is mogelijk vergelijkbaar tussen deze twee dieren, maar bij het waardeoordeel werpt zich dan de vraag op of een zoogdier waardevoller is dan een vogel? Bij sommigen bestaat de opvatting dat een zoogdier dichter bij de mens staat en dus meer van waarde zou zijn. Genetisch gezien zijn die verschillen minder groot. Of is voor een mens de liefdevolle relatie met een dier misschien het criterium wat belangrijk wordt in deze toch wel abstracte keuze. Is een inwoner van Nederland misschien meer waard dan een Russische soldaat vechtend in Oekraïne? In een respectloze oorlog misschien wel, maar in een harmonieuze vredes situatie waarschijnlijk niet. Of vinden wij landgenoten altijd waardevoller dan vreemden? We vinden eigen familieleden belangrijker dan onbekenden. Het gaat om de al eerder genoemde liefdevolle relatie met de ander die de waarde van de ander voor jou bepaald. Een onbekende kan heel waardevol voor je worden als je met hem of haar of het in contact komt en de gelegenheid krijgt om de diepe emoties van de ander te ervaren. Je krijgt dan het gevoel. Dit is een prachtig, bijzonder mens.  Ook andersom kan een ex-geliefde een haatreactie oproepen als de scheiding met de nodige onredelijkheid z’n beslag heeft gekregen. Het nu afvallige familielid komt misschien op gelijke hoogte met een onbekende of wordt misschien minder waardevol dan een onbekende. Toch blijft dit allemaal vreemd, want als wij het waardeoordeel van de ander baseren op onze liefdevolle relatie met die ander, dan kunnen we ons dus behoorlijk vergissen. Als het gevoel van liefde overheersend is, kan een objectieve beoordeling van de ander moeilijker worden gemaakt. Ook sluiten we ons dan teveel af van degenen die wij niet kennen. In mijn beschouwing: De dag van het gouden hart, beschrijf ik hoe je een dag per jaar ieder mens dat je ontmoet met een waarde intentie kan benaderen op dezelfde wijze als je een dierbaar familielid benadert. Dit betekent in feite dat we ons minder als individu moeten gaan zien en meer als onderdeel in relatie met de ander. Een toekomstige visie die de zielskracht in verbondenheid kan ontsluiten. In de Boeddhistische visie van de spirituele filosofie is geen plaats voor verstorende emoties zoals gehechtheid, boosheid of onwetendheid. We moeten misschien als mens helemaal geen waardeoordelen meer uitspreken als het gaat om levende entiteiten. Alleen de entiteit die ons ziek kan maken en of ons bedreigt in uitroeiing mag vernietigd worden. Of een dier gedood mag worden als noodzakelijk voedsel is eigenlijk een retorische vraag, want wanneer is dat noodzakelijk in onze maatschappij met al z’n technische mogelijkheden van genetische engineering  en nieuwe methodes van verrijkt plantaardig eiwitrijk voedsel. Mens en dier, vogel of olifant wij zijn hier op aarde om ons bestaan te respecteren en te ondersteunen. Ik ben jou en jij bent mij. Wij zijn zij, met ons erbij.


J.J.v.Verre.


Literatuur:- *Uit: Quest, De 7 slimste dieren en een heel dom beest,

                      Paul Serail, 20-8-2021.

                  - De dag van het gouden hart, J.J.v.Verre, Spirituele filosofie,     

                    4-4-2010


 

zondag 28 november 2021

De filosofie van kracht en kwetsbaarheid.

 

De leeuw ligt in warm roodbruin stof, zijn vacht glanzend als zonlicht dat in strepen over hem valt. Voor hem trilt een kleine waterplas waarin een blauwe vlinder als een adem van stilte neerstrijkt. Het geheel ademt een zachte spanning tussen kracht en kwetsbaarheid, alsof de natuur even haar adem inhoudt.


Kracht en kwetsbaarheid bewegen als twee stromingen door hetzelfde lichaam: soms botsend, soms in elkaar vervloeiend. Alsof het bestaan zelf niet kan kiezen tussen hardheid en zachtheid, alsof ieder mens een rivier is die zich een weg zoekt door een landschap dat hij niet heeft gekozen, maar dat hem wel heeft gevormd - met zijn bochten en stroomversnellingen, zijn stille diepten en onstuimige overstromingen. We zijn opgegroeid met de illusie dat kracht en kwetsbaarheid elkaars tegenpolen zijn, alsof de mens moet kiezen tussen hout en riet, tussen graniet en water; alsof het leven ons voor een onherroepelijke tweedeling plaatst: verharden of bezwijken, ons pantseren of breken. De wereld heeft ons geleerd sterk te zijn, geen scheuren te tonen en liever te breken dan te buigen. Wie zich niet kon wapenen tegen de stoten van het bestaan, werd al snel als zwak beschouwd - als een ziel zonder ruggengraat, een blad dat te vroeg valt, een mens die niet heeft geleerd te overleven in een wereld die geen genade lijkt te kennen. Maar wat als juist die tweedeling de grootste vergissing is? Wat als kracht en kwetsbaarheid geen tegenstanders zijn, maar twee ademhalingen van hetzelfde lichaam, twee polsslagen van één hart? Misschien bestaat ware kracht niet in het uitsluiten van kwetsbaarheid, maar in het vermogen haar toe te laten. Want het leven kent geen zuivere hardheid en geen zuivere zachtheid. Het beweegt in een voortdurend ritme van eb en vloed, van weerstand en overgave, van vallen en opnieuw opstaan. Kracht en kwetsbaarheid zijn daarin geen keuzes, maar twee vormen van hetzelfde menselijke bestaan.

Wie zich sterk waant, draagt een harnas dat hij zelf heeft gesmeed. Dag na dag hamert hij op het aambeeld van zijn wil, tot zijn huid verhardt, zijn stem niet meer trilt en zijn ogen geen tranen meer kennen. Langzaam wordt hij een vesting waarin niets meer binnenkomt en niets meer ontsnapt: een citadel van eenzaamheid die hij voor bescherming houdt, maar die in waarheid een gevangenis is. En toch begint juist in dat pantser iets te fluisteren. Een geruis in de gewrichten, een scheurtje in de borstplaat dat hij niet kan wegpoetsen, een nacht waarin de adem stokt en een vraag oprijst die hij jarenlang heeft verdrongen: wie ben ik zonder mijn muren? Wat blijft er over wanneer ik mijn verdediging laat vallen? Is er dan nog iets dat mij draagt, of stort ik ineen als een kaartenhuis dat te lang heeft gedacht dat het van steen was?

Dan voelt hij de trillende rand van zijn eigen breekbaarheid. Niet als een nederlaag, maar als een herinnering, een terugkeer naar een waarheid die hij altijd heeft gekend maar nooit heeft durven uitspreken: iedere macht is tijdelijk, een lening van het toeval, een ademtocht die morgen kan verstommen. De sterkste vuist kan niet voorkomen dat zij op een dag opent; de strakste kaak kan niet verhinderen dat zij ooit ontspant; het meest glanzende pantser krijgt vroeg of laat zijn eerste deuk. En juist in die deuk verschijnt iets wat geen pantser kent, iets wat geen verdediging nodig heeft omdat het van een andere orde is - een aanwezigheid die niet vraagt om beschermd te worden, omdat zij weet dat wat werkelijk is, niet kan worden geraakt door wat voorbijgaat.

Wie dat erkent, wordt niet zwakker, maar doorzichtiger voor zichzelf. In die doorzichtigheid, in die openheid die hij eerst voor leegte hield, ontdekt hij dat de ruimte niet leeg is, maar gevuld met een stille gloed. Een warmte die niet om aandacht schreeuwt, maar blijft branden, zelfs wanneer de wereld om hem heen verschuift, zelfs wanneer alles wat hij heeft opgebouwd begint te barsten en te kraken.

En wie zich kwetsbaar weet, wie altijd al heeft geweten dat hij niet kon schuilen achter muren die hij niet had, leeft niet in een vesting maar in een open veld. De wind waait door hem heen, de regen raakt zijn huid, de woorden van anderen bereiken hem zonder omwegen. Lange tijd beschouwde hij dat als een gebrek, een onvermogen om weerstand te bieden, een tekort dat hem blootstelde aan iedere pijl die zijn richting op kwam. Tot hij op een dag, misschien in een stil moment waarin hij niet langer probeerde te ontsnappen aan wie hij was, ontdekte dat die openheid geen leegte was, maar een ruimte waarin iets kon ontkiemen. Iets dat geen bescherming vroeg omdat het zelf een bron van bescherming was: een innerlijke standvastigheid die niet afhankelijk was van muren, maar van wortels, diep in de aarde van zijn bestaan. Wortels die zich niet lieten verplaatsen, omdat zij verbonden waren met een grond die niet van hem was, maar waarin hij mocht delen.

Zo ontstaat een leven waarin kracht haar oude betekenis verliest. Zij is niet langer het vermogen om te overheersen, te dwingen, te buigen of te breken wat zich niet aan haar onderwerpt. Kracht wordt iets anders: de moed om geraakt te worden. En dat vraagt iets volstrekt anders dan spierkracht of wilskracht. Het vraagt om een open hand die niet onmiddellijk tot een vuist wordt gebald, om een stem die durft te trillen wanneer zij spreekt wat werkelijk is, om een blik die de ander niet reduceert tot een obstakel of een concurrent, maar ontvangt als een vraag, als een medereiziger op dezelfde weg, als een spiegel waarin iets van onszelf zichtbaar wordt. In die ontmoeting ontdekt de mens dat ware kracht niet ligt in onaantastbaarheid, maar in het vermogen aanwezig te blijven wanneer iets ons raakt. Niet achteruitwijken, niet verharden, niet terugslaan, maar blijven staan met een openheid die niet weerloos is en een zachtheid die geen zwakte kent.

En kwetsbaarheid verliest haar schaamte. Zij is niet langer een tekort, geen gebrek aan pantser, maar een doorgang, een poort naar een diepere vorm van aanwezigheid. Want wie niet voortdurend bezig is zichzelf te verdedigen, wie niet iedere ontmoeting benadert als een mogelijke bedreiging, krijgt opeens de handen vrij om vast te houden, de oren om werkelijk te luisteren, de huid om te voelen wat zich aandient en het hart om niet langer als een vesting op slot te zitten, maar als een open haard warmte te verspreiden zonder voortdurend te vrezen dat het vuur zal doven.

Zo blijkt wat eerst een tekort leek, een vorm van overvloed te zijn. De leegte blijkt geen afwezigheid, maar een ruimte waarin het leven ontvangen kan worden. En de mens die dit ontdekt, wordt niet langer geleefd door zijn angsten, maar leert te leven vanuit een centrum dat niet gelegen is in zijn verdedigingen, maar in zijn overgave aan wat is.

In die stille wisselwerking, in dat vloeiende ritme waarin hij soms pantsert en soms ontwapent, soms weerstand biedt en soms meebeweegt, groeit een mens die niet langer hoeft te kiezen tussen hardheid en zachtheid. Hij laat beide door zich heen stromen, zoals dag en nacht door dezelfde hemel trekken zonder elkaar te bevechten, zoals zomer en winter hetzelfde landschap bewonen zonder het in tweeën te delen, zoals de adem in- en uitgaat zonder te oordelen dat de ene beweging beter is dan de andere. Misschien ligt juist daarin een diepere vorm van vrijheid: niet langer proberen één helft van het menselijk bestaan uit te sluiten, maar leren leven in de voortdurende beweging tussen beide.

Hij probeert niet langer onkwetsbaar te zijn, die onmogelijke en eenzame ambitie die hem alleen maar verder heeft verwijderd van alles wat hem lief is. In plaats daarvan treedt hij de wereld tegemoet met een hart dat zowel kan dragen als kan breken. Hij begrijpt nu dat die twee niet tegenover elkaar staan, dat dragen en breken geen tegenpolen zijn, maar twee manieren waarop hetzelfde hart zich voor het leven opent: het ene als een moeder die haar kind vasthoudt, het andere als een vriend die zijn verdriet niet langer wegstopt, maar deelt. Juist dat delen, dat niet langer alleen willen zijn in zijn kracht en evenmin alleen in zijn zwakte, draagt een wijsheid in zich die sterker is dan iedere pantsering. Een wijsheid die niet beschermt door af te schermen, maar door te verbinden; die niet redt door te isoleren, maar door zichtbaar te maken dat hij niet de enige is die zijn gebrokenheid niet kan verbergen.

Want hij heeft nu begrepen, misschien niet alleen met zijn verstand maar met zijn hele lichaam, dat een gebroken hart geen verslagen hart is. Het is een hart dat door het leven is geopend. Het draagt littekens als landkaarten van geleefde ervaring, als getuigenissen van alles wat hij heeft durven toelaten. Die littekens maken hem niet zwakker. Ze maken hem herkenbaar voor anderen die eveneens gebroken zijn. Ze maken hem tot medemens in de diepste betekenis van het woord: iemand die niet langer hoeft te doen alsof hij ongeschonden door het bestaan is gegaan, maar zijn wonden kan tonen als vensters op een gedeelde menselijkheid.

En wanneer hij nog dieper in die bron van inzicht afdaalt, ontdekt hij dat het de huid zelf is die hem iets wezenlijks leert. Die dunne grens tussen binnen en buiten, tussen ik en wereld, tussen wat hij is en wat hem tegemoetkomt, is geen muur. De huid ademt. Zij laat door wat nodig is en houdt tegen wat schaadt, maar doet dat niet vanuit absolute starheid. Zij reageert, trilt, krijgt kippenvel, bloost en ontspant. Zij is een levend orgaan dat voortdurend afstemt tussen openen en sluiten, tussen ontvangen en weerstaan. Die beweging is geen teken van zwakte, maar van leven. Van een wezen dat niet stilstaat, maar voortdurend luistert naar wat de wereld van hem vraagt en daarop antwoordt.

Niet de muur, maar de ademhaling. Niet het pantser, maar de trilling van een stem die durft te breken wanneer zij spreekt. Want wie zijn stem niet langer volledig onder controle probeert te houden, maar haar laat trillen in de ontmoeting met de ander, opent een ruimte waarin iets nieuws kan binnentreden. Een ruimte waarin de waarheid niet wordt gepantserd, maar geademd; niet wordt verdedigd, maar gedeeld. Die stem die durft te breken, is geen zwakke stem. Het is een stem die haar eigen menselijkheid niet ontkent, die niet doet alsof zij onaantastbaar is, maar laat horen: ik ben, net als jij, onderweg. Zoekend, tastend, soms struikelend en soms weer opstaand.

En juist die echtheid wekt vertrouwen. Want wanneer de ander ziet dat hij zijn eigen pantser heeft losgelaten, ontstaat ook bij hem de moed om het zijne te laten zakken. Zo wordt kwetsbaarheid uiteindelijk geen blootstelling aan gevaar, maar een vorm van ontmoeting: wat zichtbaar wordt, hoeft niet langer verborgen te blijven; wat gebroken is, hoeft niet langer verstopt te worden; en wat menselijk is, mag eindelijk tussen mensen bestaan.

De stem die niet trilt, is misschien een stem die zichzelf niet meer hoort. De huid die niet voelt, is een huid die vergeet dat zij leeft. En de mens die niet durft te breken, is een mens die niet durft te verbinden; hij blijft staan aan de rand van zichzelf, zonder ooit de sprong naar de ander te wagen.

Zo wordt een mens niet sterk ondanks zijn kwetsbaarheid, maar juist dankzij de ontmoeting tussen beide. Dat is de grote omkering, de paradigmaverschuiving die niet in boeken wordt vastgelegd, maar in het leven zelf wordt geschreven: in iedere ontmoeting waarin hij niet zijn verdediging optrekt, maar zijn hand opent; in ieder gesprek waarin hij niet probeert te winnen, maar durft te delen; in ieder verlies waarin hij niet verhardt, maar rouwt; in ieder moment waarin hij niet langer de baas probeert te zijn, maar zich toestaat geraakt te worden.

In die ontmoeting vindt hij geen statisch evenwicht, geen middenweg waarop hij veilig tussen de uitersten kan schuilen, geen comfortabele balans die hem beschermt tegen de golven van het bestaan. Wat hij vindt, is een dans. Een levende beweging waarin hij soms buigt en soms rechtop staat, soms valt en soms weer opstaat, steeds in antwoord op wat het leven van hem vraagt. Een beweging die zich afstemt op een muziek die hij niet zelf heeft gekozen, maar die hij kan horen wanneer hij stil genoeg wordt. Die muziek vraagt geen perfectie, maar aanwezigheid; geen controle, maar overgave.

Hij staat niet langer tegenover de wereld, als tegenover een vijand die hij moet verslaan of een obstakel dat hij moet overwinnen. Hij staat midden in die wereld, als deel van een groter web waarin alles met elkaar verbonden is. Met handen die kunnen vasthouden én loslaten. Met ogen die het licht niet schuwen omdat zij de schaduw kennen. Met een hart dat niet langer om veiligheid vraagt, maar om waarheid.

En hij begrijpt nu dat het licht niet helderder wordt door de duisternis te ontkennen, maar door erdoorheen te gaan. Dat de dag niet waardevoller is dan de nacht, maar dat beide nodig zijn voor hetzelfde ritme. En dat zijn kracht niet kleiner wordt wanneer hij zijn kwetsbaarheid omarmt, maar juist dieper. Want pas wanneer hij niet langer probeert één deel van zichzelf te verbannen, kan hij volledig worden. Niet onaantastbaar, maar aanwezig. Niet onbreekbaar, maar levend. Niet verheven boven het bestaan, maar er werkelijk middenin.

En in die dans, in dat ritme, in die voortdurende beweging tussen hard en zacht, tussen weerstand en overgave, tussen houden en loslaten, vindt hij zijn ware vorm. Niet onbreekbaar - want dat zou betekenen dat hij niet meer kan voelen, niet meer kan trillen, niet meer kan groeien - maar onverwoestbaar verbonden met alles wat ademt. Verbonden door dezelfde stroom die door hem heen beweegt en hem verbindt met bomen, rivieren, wolken en andere mensen die, ieder op hun eigen manier, zoeken naar een wijze van bestaan waarin zij niet langer hoeven te kiezen tussen pantser en openheid. Verbonden door een liefde die geen perfectie vraagt, maar echtheid; geen kracht zonder scheuren, maar een kracht die haar eigen breekbaarheid niet verloochent.

Dat is de ultieme ontdekking: de reis die hem terugbrengt naar het begin, maar nu anders. Nu weet hij dat hij geen keuze hoeft te maken tussen hard en zacht, omdat het leven zelf de stroom is die beide draagt. Hij is geen beeldhouwer die zichzelf uit steen moet houwen, geen soldaat die zijn vesting tegen de wereld moet verdedigen, maar een rivier die zich een weg zoekt door het landschap van zijn bestaan. Soms kalm en breed, soms wild en smal, soms diep en stil, soms ondiep en snel - maar altijd in beweging, altijd onderweg naar een zee die hem ontvangt zonder hem te vragen wie hij had moeten zijn.

Een zee die geen muren kent, die geen onderscheid maakt tussen het snelle en het trage, het rechte en het kronkelende, het ongeschonden en het gebrokene. Alles wat de rivier onderweg heeft gedragen, aangeraakt, verloren en gevoed, stroomt daarin samen. Geen enkele druppel hoeft nog te weten of hij ooit een rots heeft doorboord of een bloem heeft gevoed. Het volstaat dat hij er is geweest, dat hij heeft gestroomd, dat hij heeft deelgenomen aan het grote verhaal van water dat naar water terugkeert.

Zo keert ook kracht terug naar kwetsbaarheid, en kwetsbaarheid naar kracht. En de mens die dat heeft begrepen, hoeft zichzelf niet langer als vesting te bewonen en evenmin als slagveld te bevechten. Hij wordt een doorgang: een plaats waar het leven doorheen kan bewegen. Niet om te overheersen, maar om te bevochtigen. Niet om te veroveren, maar om te verbinden. Niet om vast te houden, maar om door te geven wat hij heeft ontvangen.

Daarin vindt hij zijn vrede. Niet de vrede van de stilstand, maar de vrede van de stroom die weet dat zij niet hoeft te blijven waar zij is. De vrede van een hart dat heeft opgehouden te kiezen tussen hard en zacht, omdat het heeft ontdekt dat beide nodig zijn voor één ademhaling, één leven, één mens. Hij hoeft niet langer te bidden om onkwetsbaarheid, maar om waarachtigheid; niet om een pantser, maar om de moed om bloot te staan. En juist daarin ontdekt hij de diepste kracht die hij ooit heeft gekend: de kracht om volledig te zijn wie hij is, in al zijn breekbaarheid, en toch verbonden te blijven met alles wat ademt.

Misschien is dat uiteindelijk wat het betekent om thuis te komen: niet dat de stroom tot stilstand komt, maar dat men ophoudt haar te vrezen.

Want wie niet langer bang is om te breken, ontdekt dat hij altijd al deel was van de stroom die alles samenhoudt.


J.J. van Verre.

zondag 15 november 2020

Fenomenologie van het alledaagse.

 

De afbeelding toont een samensmelting van binnen en buiten, waar het huiselijke en het wereldse elkaar zacht raken in licht en schaduw. De aanwezigheid bij het raam lijkt niet te kijken naar de wereld, maar haar in zich te dragen, alsof de grens tussen lichaam en omgeving oplost. Alles ademt een verhulde wederkerigheid - een moment waarin het gewone even oplicht als iets heiligs.


We leven niet in een wereld zoals een steen in een rivier ligt, afgescheiden, begrensd, omspoeld door iets dat buiten ons staat. De fenomenologie van het alledaagse fluistert een andere waarheid: dat de wereld door ons heen ademt, dat zij zich nestelt in onze gewoontes, onze lichamen, onze zorgende bewegingen, en dat zij pas werkelijk zichtbaar wordt wanneer het vanzelfsprekende even hapert, wanneer het licht van het gewone breekt en een onverwachte glans achterlaat. Het alledaagse is geen decor, maar een innige nabijheid, een stille metgezel die zich in ons verankert zonder ooit te vragen om erkenning.

Ons lichaam is de eerste plaats waar de wereld in ons woont. Niet als een abstract idee, maar als een ritme dat ons draagt. De manier waarop een hand een deurklink vindt zonder te zoeken, hoe onze voeten de weg naar huis kennen zonder dat we erover nadenken, hoe een blik zich richt op wat ertoe doet nog vóór we ons bewust zijn van het kijken. Het lichaam is geen instrument dat wij hanteren, maar een open veld waarin de wereld haar contouren achterlaat. In elke gewoonte ligt iets van die wereld opgeslagen: de geur van koffie die de ochtend opent, het gewicht van een jas dat de seizoenen markeert, het zachte kraken van een vloer dat ons vertelt dat we thuis zijn. Zo wordt het alledaagse een intieme choreografie waarin wij en de wereld elkaar voortdurend raken.

Omdat het alledaagse zo diep in ons verankerd is, glijdt het vaak aan onze aandacht voorbij. Het is de achtergrondmuziek van het bestaan, een melodie die pas hoorbaar wordt wanneer zij stokt. Een sleutel die niet in het slot past, een vertrouwde straat die door wegwerkzaamheden haar vertrouwde verloop verliest, een lichaam dat even niet doet wat het altijd deed. In zo’n kleine hapering, in dat subtiele breken van de vanzelfsprekendheid, verschijnt de wereld opnieuw: fris en vreemd, alsof zij zich voor het eerst aan ons toont. Juist in die momenten beseffen we hoezeer de wereld in ons leeft en hoezeer onze zorg en aandacht haar voortdurend mede vormgeven.

Zorg is misschien wel de meest verborgen manier waarop de wereld in ons woont. Niet de grote zorg die zich uit in drama of opoffering, maar de stille zorg van het dagelijkse handelen: een plant water geven, een stoel rechtzetten, een bericht sturen om te vragen hoe het gaat. In zulke kleine gebaren houden wij de wereld bijeen, terwijl zij op haar beurt ons draagt en vormt. Zorg is de wederkerigheid van het bestaan, het zachte bewijs dat wij niet buiten de wereld staan, maar er middenin bewegen: haar dragen en door haar gedragen worden.

Wanneer het alledaagse even stilvalt, wanneer de wereld haar vanzelfsprekende gedaante verliest, worden we teruggeworpen op deze diepe verwevenheid. We voelen hoe onze gewoontes ons hebben gevormd, hoe ons lichaam een archief is van ontmoetingen, hoe onze zorg de wereld telkens opnieuw tot leven brengt. Het alledaagse verschijnt dan niet als iets kleins of banaals, maar als een bron van betekenis, een stille bedding waarin ons bestaan rust.

Zo leert de fenomenologie van het alledaagse ons dat de wereld niet buiten ons ligt, maar in ons woont als een zachte, voortdurende aanwezigheid. Zij leeft in onze bewegingen, onze aandacht en onze herhalingen, en wordt pas werkelijk zichtbaar wanneer het gewone even scheurt en een glimp van het wonderlijke onthult. In die breuk, in dat kleine moment van verwondering, ontdekken we dat het alledaagse nooit gewoon is geweest, maar altijd al een subtiele, levende wereld die door ons heen stroomt.

En misschien is het precies in dat stille openvallen van het gewone dat we ervaren hoe de wereld, zacht en onophoudelijk, ons van binnenuit blijft vormen. Wat ons vertrouwd lijkt, draagt steeds iets onbekends in zich; wat vanzelfsprekend lijkt, blijft ons uitnodigen tot aandacht. Zo blijkt het alledaagse geen gesloten wereld van herhaling, maar een levende ruimte waarin wij voortdurend worden geraakt, gevormd en opnieuw geboren in het zien.

Misschien is dat wel het diepste geheim van het alledaagse: dat de wereld ons juist daar het meest nabij is waar wij haar bijna niet meer opmerken.


J.J.v.Verre.

zondag 17 maart 2019

De werkelijkheid voorbij het denken.



-Het denken houdt op te denken, dat ik de denker was-


In het evolutionaire denken kunnen we een aantal fasen onderscheiden.
Ten eerste het denken vanuit de groep,familie of staat. Zoals in de antieke wereld van de Grieken. Ten tweede het denken vanuit het ik. Waarbij het moeilijk invoelbaar is om te bedenken hoe het denken niet vanuit het ik moet hebben plaats gevonden.
Ten derde het denken in dualiteiten. Ten vierde het denken zonder dualiteiten. En als bijzondere vorm de werkelijkheid voorbij het denken. Maar dan leven we wel in de vierde fase van de industriële revolutie en wel in de tweede helft van de 21e eeuw

Indien we ons proberen te verplaatsen in de eerste fase , dan is het belang van de leefomgeving groter dan die van het ik en mogelijk dat het ik nog niet als stemmetje aanwezig was. Er zullen in de tijd van de grote Griekse filosofen zeker wel ik gerelateerde denkers zijn geweest, maar voor het grootste deel was dit denken abstract. Ook de waarde van het menselijk leven was ondergeschikt aan het groepsbelang. De individuele doodsangst zal veel zwakker zijn geweest ten opzichte van de teloorgang als familie of staat.
Het denken vanuit het ik heeft zich geleidelijk aan ontwikkelt vanuit de eerdere fase, maar blijft voor het grootste gedeelte toch sterk verbonden met de omgeving en het overleven van de familie.
Mede dankzij de religieuze invloeden, heeft het denken in dualiteiten zich kunnen ontwikkelen. Normen en waarden opgedrongen door kerk en heersers, met de dreiging van hel en vagevuur als je je niet conformeerde aan deze voorschriften. Ook de opkomst van het Humanisme heeft geen verandering gebracht in het duale denken. Pas bij de Westerse revival van de boeddhistische levens filosofie, de New Age beweging ,mindfulness beweging, een cursus in wonderen en dergelijken, wordt het duale denken ter discussie gesteld. We kunnen dan als menselijke entiteit verdraagzamer worden voor onszelf als voor de ander. Het denken gaat weer een beetje terug naar de eerste fase, waarin het denken vanuit de familie of groep centraal stond. Ook heel belangrijk binnen het non duale denken is het feit dat je als mens geen mening hoeft te hebben omtrent zaken waarover discussie bestaat.
Maar wat is nu de werkelijkheid voorbij het denken?
Dit ligt een stuk gecompliceerder dan de eerder genoemde fasen van ons denken. We denken dan niet meer vanuit ons ik, maar we laten ons denken vanuit de multidimensionale werkelijkheid. U zult als lezer nu denken, wat is dat voor een hocus pocus, wat een onzinnig gezwets. Maar laat ik het u proberen uit te leggen.
Wij leven in een door tijd gedomineerde ruimte van donker en licht, van leven en dood, van begin naar einde en proberen tussendoor ook nog onze planeet te redden van zijn cyclische momenten van schijnbare ondergang. Dit zal de huidige mens nooit kunnen redden in de vier dimensionale mindsetting. Vooral ook niet omdat de afhankelijkheid van energiebronnen en economische drijfveren per natie nogal verschilt. Als onze planeet met een stem kon worden bestuurt dan was het gemakkelijker, maar dan nog rijst de vraag of die ene stem wel de goede beslissingen zou nemen. Maar moeten we daarom maar ons denken loslaten?
Ja en nee. We moeten niet denken, maar creëren, niet rede twisten of al onze menselijke prestaties voortkomen uit de een of andere unieke essentie, die wij als individuele entiteit, onze ziel noemen en ons onsterfelijk maakt en ons mensen gelijk stelt met de Goddelijke afstamming. Onze heilige spirit, die ons verheft boven het aardse denken. Misschien is onze echte omringende wereld wel een virtuele wereld en zijn wij mensen maar pionnen in een schaakspel van energetische krachten, die onze planeet in werkelijkheid besturen. Is onze werkelijkheid wel objectief of subjectief of zijn we zo gewend om in een intersubjectieve wereld te leven, afhankelijk van alle individuen om ons heen. Wij zijn als consumerende aardbewoners, bijzondere entiteiten, die wetten, normen, plaatsen en namen vanuit onze fantasie naar een werkelijkheid hebben verheven. Maar we zijn ons niet meer bewust van dit feit en spinnen het wereld wijde web verder uit, maken vele verbindingen en komen naar verloop van tijd in een fase, die je gerust met een virtuele wereld kan vergelijken. Onze werkelijke wereld is virtueel geworden en niemand weet meer precies waar het is mis gegaan. De werkelijkheid voorbij het denken is bewustzijn geworden en met bewustzijn kunnen we alles creëren wat mogelijk is. Voorbij het denken is werkelijkheid de fantasie en is de fantasie de werkelijkheid. Als we een stap verder durven te denken, dan worden we bedacht door het netwerk van informatie wat ons omringt. Of we dan nog vrij denkende wezens zijn is niet relevant, want hoogs waarschijnlijk zijn we die ook nooit geweest. Of wij mensen echt een vrije wil hebben blijft interessant in de discussies tussen neurofysiologen aan de ene kant en filosofen en godsdienstwetenschappers aan de andere zijde.
Uit neurofysiologische studies van onder andere Benjamin Libet(1916-2007) blijkt er bij experimenten een “bewustzijnsvertraging” van een halve seconde te bestaan. Zijn experiment zag er ongeveer als volgt uit: De proefpersoon zag op een oscilloscoop een punt bewegen, zoals de secondewijzer van een klok. De opdracht luidde om zo nu en dan een spontane beweging met de vinger van de rechter hand te maken, zoals het indrukken van een knop. De positie van de stip werd tegelijk elektronisch gemeten. Tevens moest de proefpersoon aangeven op welk moment hij het eerst de aandrang voelde om te gaan reageren. Dit laatste gebeurde door de positie van de stip te onthouden. Deze subjectieve schattingen bleek nu gemiddeld 300 milliseconden later te komen dan de vroegste hersenactiviteit die met behulp van de Readiness Potential van het EEG was gemeten. Omdat het moment waarop men zich de intentie tot handelen bewust wordt, ongeveer 200 milliseconden voor de handeling zelf plaatsvindt, blijft er dus nog wel tijd over om de handeling in het uitvoerstadium te controleren. Dit bijvoorbeeld om deze af te breken of bij te stellen. De conclusie van Libet was: handelen gaat aan denken vooraf. Wij hebben geen vrije wil, we kunnen hooguit ja of nee zeggen tegen de neurologische impulsen die in onze hersenen ontstaan. Zodat dit soort van experimenten zou aantonen dat al onze beslissingen en keuzes al worden genomen, voordat we ons bewust worden van deze keuze en dat onze keuze vrijheid wellicht een illusie is.
Doch om meteen maar de vrije wil over boord te gooien gaat veel filosofen te ver. Zoals het proefschrift van Lieke Asma uit 2018. Overgenomen uit een artikel uit Trouw, geschreven door Petra Modderkolk: Lieke Asma stelt dat neurofysiologische onderzoekers aannames doen omtrent de vrije wil, waar geen goede argumenten voor zijn. Die verkeerde definitie van de vrije wil leidde tot een verkeerde setting van het Libet experiment. In dit experiment worden zaken weggelaten waarover mensen zouden kunnen reflecteren of waar ze intenties over zouden kunnen hebben. Er is geen enkele reden om de knop op een bepaald moment in te drukken. Dat moeten ze totaal spontaan doen. Vervolgens vinden onderzoekers hersenactiviteit en zeggen ze dat de hersenactiviteit de handeling heeft veroorzaakt. Maar er zijn ook geen redenen die de handelingen kunnen veroorzaken. Er blijft geen oorzaak over behalve die hersenactiviteit. De filosofie heeft een ander uitgangspunt voor de vrije wil. Voor een vrije handeling zijn meerdere voorwaarden nodig. Filosofen zeggen: een handeling is vrij als je er een reden voor hebt en redenen tegen elkaar kunt afwegen. In het eerder genoemde experiment van Libet, ontneemt hij zijn proefpersonen de kans om te reflecteren en te handelen op basis van redenen. Libet maakt het onmogelijk om te laten zien dat mensen vrij zijn. Het is niet altijd nodig om een afweging te maken voor een bepaalde handeling. Zelfs als er hersenactiviteit aan een bewuste handeling voorafgaat, sluit dat niet uit dat een bewuste intentie een rol heeft gespeeld.



Onze vrije wil is een illusie van ons ego, die denkt dat hij de bedenker is van ons communicatieve zijn. Wij zijn bedacht door een hogere macht en geen mensenbrein is bij machte om aardse wantoestanden door onze zon veroorzaakt, op een adequate manier op te lossen. Een oplossing in het aardse denken is gebaseerd op het te niet doen van een mogelijke oorzaak, zoals de CO2 uitstoot, maar elke verandering is nooit wederkerig en daarom ligt een oplossing buiten ons denken. Het accepteren van een vernieuwde werkelijkheid en keuzes maken wat we willen behouden en toch gaan verliezen. Meer bomen en groene planten zijn zo wie zo goed voor onze aarde en energie opwekken uit krachtbronnen die geen CO2 uitstoot geven is eigenlijk heel simpel. Alleen de versnippering van ideeën door ons denken veroorzaakt, brengt ons in paniek. We hebben oceanen vol met energetische mogelijkheden, een vurig kloppend hart van onze aarde en de zonnestralen van onze dichtstbijzijnde ster. We zijn als mensen een waterdruppel in de oceaan, nietig en vluchtig, maar oer krachtig in verbondenheid.

De werkelijkheid voorbij het denken. Worden we dan bedacht en wie bedenkt ons dan? Als we ons denken kwijtraken, zijn we dan robots en worden we geprogrammeerd. Blijft er nog een stukje vrije wil over? Of hebben we die nooit gehad? Ik kies nu mijn verlangens niet zelf. Mijn verlangens worden door het bewustzijn aangeboden. Ik ervaar mijn verlangens alleen maar en handel ernaar of niet. Theologen hebben lang gedebatteerd over het mogelijke verband tussen de wil en de ziel. Ze gingen er vanuit dat ieder mens een innerlijke essentie-de ziel- heeft die zijn ware zelf is. Ze gingen er vanuit dat dit zelf verschillende verlangens bezit, zoals het ook liefdevolle entiteiten, auto’s en waardevolle goederen bezit. Ik kies mijn verlangens naar het schijnt op dezelfde manier zoals ik mijn kleding kies en mijn lot wordt bepaald door die keuzes. Als ik voor goede verlangens kies, kom ik in de blauwe hemel en als ik slechte verlangens kies wordt het de doodse hel. Vervolgens rijst de vraag hoe we onze verlangens kiezen. Als we er van uitgaan dat ons bewustzijn verlangens aan de lopende band creëert, die sterker worden en weer afzwakken en geleidelijk weer verdwijnen uit ons bewustzijn. Het bewustzijn dat creëert en wij kiezen onze gedachten uit. Maar doen we dat bewust of wordt er in ons hoofd voor ons gekozen? De werkelijkheid voorbij het denken is het realiseren dat het ik niet de bedenker is van onze gedachten. Of ons, of liever gezegd het bewustzijn lokaal in ons hoofd aanwezig is, of misschien non lokaal is in feite niet belangrijk, want de besturing gebeurt buiten onze wil om en wij zijn in feite beperkte robots, die misschien een ziel hebben. Die ziel is dan meer een soort van code die kan inloggen op het grote netwerk van het intermenselijke bewustzijn.
Ik ben jij, jij bent mij en wij zijn zij met ons erbij.

J.J.v.Verre.


Literatuur
:

-Religie en filosofie, Petra Modderkolk, Trouw, 30 juni 2018
-Libet Experiments, The Information Philosopher, solving philosophic problems with the new information philosophy, www.informationphilosopher.com
-Homo Deus, Yuval Noah Harari, uitgeverij Thomas Rap, Amsterdam. ISBN 9789400404540.
-Plaatje overgenomen van ConFront, Coaching & Training, Leeuwarden.



maandag 3 december 2018

Seks in spiritueel perspectief



“Ik keek niet in de ogen van mijn minnaar. Ik was verloren in
mijn eigen geest; ik had mijn verbeelding nodig om het hoogtepunt te
bereiken. Ik had geen gevoel van samensmelting of iets heiligs. Seks was niet meer dan je in jezelf terugtrekken en klaarkomen”.
- Jessica Graham-


Seks is een wezenlijk onderdeel van het bestaan als menselijke entiteit. Toch wordt het niet direct gekoppeld aan mindfulness of zaken die zich met spirituele ontwikkeling bezig houden. Dat is aan een kant jammer, omdat de seks zich evenals zijn beoefenaar probeert te verschuilen in de leegte der stenen, in het spel der fantasieën en het afgescheiden luisteren naar de stem van begeerte. Seks is de emotionele vlam van lusten, van opwinding en van het opnieuw zoeken naar volledige bevrediging. Seks is het eenzame, het soms verslavende, ongebreidelde, maar soms ook hopeloze aanhangsel van de vele facetten van de liefde. Maar seks is geen liefde en liefde geen seks, maar beide zijn nauw verwant aan elkaar wat betreft het voortbestaan van de hoeksteen van de samenleving, maar kent allang geen gender specificiteit meer. Seks heeft zich afgescheiden van zijn primaire taak en is de boer op gegaan in tal van vermommingen. Tal van speeltjes, pillen, poppen, pornofilms en verhalen zijn bedacht om de ontlading van de seksuele spanning te vergemakkelijken. Masturberen is een belangrijke vorm van seks, die uiteindelijk alleen is gericht op het orgasme. Het is cyclische vorm in vier fasen, opwinding, plateau, orgasme en ontspanning. Hierbij wordt door de fantasie en of prikkeling van sensibele centra in de hersenen, het orgasme opgewekt en komen de liefdeshormonen, zoals endorfine, oxytocine en dopamine komen vrij. De endorfine heeft een relaxed effect en geeft een gevoel van gelukzaligheid. Oxytocine, het knuffelhormoon, geeft gevoelens van liefde en verbondenheid, maar geeft ook ontspanning. En de dopamine zorgt ervoor dat klaarkomen wat verslavend werkt.
Is er eigenlijk nog plaats voor seks met een liefdes bewustzijn? Bestaat er eigenlijk wel een vorm van spirituele seks en wat moet ik me dan daarbij voorstellen? Bestaat er een verschil tussen de liefde bedrijven en neuken??

Recent las ik het boek van Jessica Grahem: Mindful&mind blowing seks. Dit boek is een aanrader voor iedereen, die zich wel eens afvraagt of de beleving van seks niet te veel wordt overschaduwd door de emotionele vlam der lusten, zoekend naar volledige bevrediging. Bij mindful seks gaat het niet alleen om de bestemming te bereiken, maar meer om van de reis te genieten. Door meditatie oefeningen wordt een perspectief geboden, dat verbondenheid met een partner intensiveert, maar ook de eigen seksualiteit verkent door te luisteren naar de signalen uit ons eigen lichaam. Mindful masturbatie, speeltjes, bdsm, porno, alles kan worden geïntegreerd tot een betere seks beleving. Dit boek is zeker geen soft mindfulness verhaal, maar een boodschap voor een ieder die zijn beleving van dit leven wil belonen met een hoger cijfer.
Als je jong bent is seks heel gewoon, in het begin heel spannend en zelfs zo spannend als man, dat je te snel klaarkomt en niet kan genieten van de seksuele reis. Als je lange tijd dezelfde partner hebt kan seks ontaarden in een soort van sleur en als je ouder bent wordt seks weer bijzonder, iets mysterieus, iets wat ik in deze beschouwing wil uitleggen.
Mindful seks heeft te maken met spiritueel ontwaken. Maar om volledig te kunnen ontwaken moeten we dit ontwaken integreren met alle deelgebieden uit ons leven, waaronder seks. Ontwaken is begrijpen dat we meer zijn dan ons denken en onze emoties. Ontwaken is een proces waarbij je aandacht intuïtief verlegt van buiten jezelf naar binnen. Je probeert te denken in oplossingen en conformeer je niet aan duale opvattingen, laat een mening je niet opgedrongen worden. Je hoeft niet te kiezen. Je hoeft niet altijd een mening te hebben. Zodat je lichaam en geest beter in balans komen en je ook echt leert om van jezelf te houden. Spiritueel ontwaken gaat gepaard met grote, innerlijke veranderingen. Maar deze veranderingen kunnen ook veel verwarring gaan veroorzaken. Je zult oude ideeën moeten vervangen door nieuwe. Je zult deze transformatie soms snel, soms geleidelijk ondergaan, maar er komen momenten van protest van je ego. Soms wil je ego weer je oude ik gestalte geven en je laten inzien dat je een verkeerde keuze hebt gemaakt. Je kunt alleen maar ruimte maken voor nieuwe denkbeelden als de oude beeldenstorm is gaan liggen. Waar je transformatie toe leidt, is nooit voorspelbaar. Maar het leren houden van jezelf en het volledig accepteren wie je bent, is wezenlijk. Want alleen dan kan je in liefde de ander ontmoeten.
Maar hoe weet iemand nu dat hij of zij of gender vrij, spiritueel aan het ontwaken is geslagen? Je kunt hiervoor de 10 Spiritual Awakening Symptoms raadplegen:
- Het gevoel dat je leven voorgoed is veranderd
- Onzekerheid en verwarring
- Nieuwe dingen doen, welke je vroeger nooit deed.
- Je ervaart gevoelens van eenzaamheid.
- Je empathisch vermogen is versterkt.
- Je bent sensitiever geworden. Je intuïtie is verstrekt. Je derde oog gaat open.
- Jezelf afvragen wat het doel in je leven is. Waarom je op deze planeet bent.
- Op zoek naar waarheid en spirituele zelfontplooiing
- Het frequenter ervaren van synchroniciteit. Van synchroniciteit is sprake wanneer twee of meer gebeurtenissen min of meer tegelijkertijd optreden in een voor de betrokkene zinvol verband, dat niet noodzakelijk als causaal wordt ervaren. Eenvoudig gezegd: je ervaart het als "meer dan gewoon toeval"; omdat de twee gebeurtenissen voor jou met elkaar te maken schijnen te hebben, maar niet zo dat het ene het andere heeft voortgebracht.
- Periodes van angst en depressie meemaken.
Andere veranderingen die kunnen optreden zijn de volgende: Je hecht minder waarde aan de materie, je eetpatroon verandert, je zorgt beter voor je lichaam, je wordt gevoeliger voor de invloed van de maan, je zoekt vaker de natuur op. In de natuur ga je intuïtief aanvoelen dat bomen ook een energie uitstralen en een bepaalde trillingsfrequentie bezitten. Alles in en om ons heen bestaat uit energie, vibrerend in de verschillende dimensies. Maar wij zijn als entiteit verbonden met dit energetische netwerk en ons bewustzijn is daar een onderdeel van. Als we dit energetisch netwerk God zouden noemen, dan zijn wij de goddelijke partikeltjes op aarde.
Een ander hulpmiddel dat we kunnen gebruiken om los te komen van het idee dat wij onze gedachten zijn, is meditatie. Meditatie is zijn in het hier en nu. Bij meditatie denk je zonder dualiteiten, of denk je helemaal niet, luister je naar je lichaam, probeer je te ontspannen en probeer je tot je diepe wezen, tot jouw ware kern te komen. Door deze oefeningen is het gemakkelijker om te ontwaken uit de dominantie van ons ego en ons te verbinden met het multidimensionale veld van energie, waarbij we onze trillingsfrequentie kunnen aanpassen, evenals een verhoogde mate van coherentie,leidend tot een transcendent bewustzijn.

Seks in spiritueel perspectief is niet zomaar een boodschap, maar een keuze mogelijkheid. Het is de keuze van willen ontwaken uit de droom van illusie. En onze beleving van seks kan hierbij worden verrijkt. Of die seks nu beter wordt of slechter is niet opportuun, maar dat ie oprechter zal worden staat vast. Als we onszelf voorhouden dat we niet onze gedachten zijn, kunnen we gemakkelijker expressie geven aan onze intieme wensen en onze partner duidelijk maken, wat we nu echt willen. Passionele verlangens blijven verlangens en de liefde bedrijven of neuken is enkel een verschil in expressie van de vorm. De vorm is onze elementaire verbondenheid.
Ik ben jij, jij bent mij en wij zijn zij met ons erbij.

J.J.v.Verre.

Literatuur
:
-Mindful en mind blowing seks, Jessica Grahem, Uitgeverij Ankh Hermes,ISBN: 9789020214987.e-book:9789020214994.
-The Spiritual Awakening Process, Luna & Sol, e-book: ISBN:9781370002900.



vrijdag 7 september 2018

De man in het donker

-De man in het donker ziet hen die in het licht staan-

Ik zie de man in het donker, een centrale entiteit op deze planeet. Hij weet dat alles wat er zich voor zijn ogen afspeelt voor hem is bedoeld. Het waarnaar hij kijkt is het levensspel, gespeeld door echte mensen en echte dieren met echte bomen en struiken. Hij hoeft nog niet te applaudisseren, want deze voorstelling is nog lang niet afgelopen. De lange man voor hem en de ietwat gezette vrouw naast hem zijn beide onderdelen van het spel der ontmoetingen. Ik fluisterde je naam en dacht aan de mooie dingen uit mijn jeugd, mijn vertrouwde ouders en mijn eerste liefde. De wind blaast nieuwe herinneringen aan mij voorbij, terwijl het licht mijn waarneming verblindt. Wie zijn zij die mij uit mijn slaap houden, die mij in slaap brengen of die zorgen dat ik nimmer wil gaan slapen? Wie zijn mijn ontmoetingen en wat willen zij van mij?? Ik luister naar de stem in mij en verwacht geen direct antwoord. Twijfel, angst, onzekerheid en jaloezie zijn alternerende gedachten die mijn bestaan doorkruisen. Maar het doel van mijn leven is het zoeken naar en vinden van liefde. Het ultieme gevoel van vrede en veiligheid, dat mijn zijn zich herinnert, zodat niets meer mijzelf kan raken.
Mijn zelf zoekt zijn identiteit in verwondering en geniet van de momenten dat mijn denken niet denkt, mijn onderscheidingsvermogen niet ziet en mijn geleerdheid niets weet. Het podium wordt verlicht door mijn aandacht en alle spelers spelen voor mij. Ik ben de spin in het web, de spil waar alles omdraait, de kijker, de lezer, de toeschouwer. Maar ook de slaper, de eter en de tovenaar. Ik betover mezelf door mijn denken, die gedachten oproept van keuzes maken, van een mening hebben en van meerdere duale denkbeelden, zoals goed en kwaad of mooi en lelijk. Ik verslik me in deze gedachtes en zonder mezelf af in leegte, waarin niets moet, maar alles mag. Alles is goed zoals het is, het is zoals het is, het wordt nooit anders dan het is en het is noch goed of kwaad, noch mooi of lelijk. Is deze leegte dan niet armoedig in je gedachten? Nee, want die leegte is dat alles wat is!!En meer dan alles wat is, is er niet. Alles wat meer zou kunnen zijn, wordt door je denken bedacht en knokt voor een plaats in je hoofd. Deze illusies verkleden zich als de werkelijkheid en treden op de voorgrond als bezit, geldingsdrang of macht willen uitoefenen.Het ego laat je tal van mogelijkheden zien waarvan het weet dat je daar gevoelig voor bent. Het is ook goed dat je ego bestaat, omdat alleen door zijn tegenkracht een ultieme overwinning op jezelf mogelijk is. Alles wat er in jouw omgeving gebeurt is voor jou bestemt en leert je de weg naar verlichting. Het pad dat we moeten bewandelen is kronkelig, onverlicht en met kuilen en verraderlijke boomwortels die ons willen tackelen. Maar het doel dat we willen bereiken is zo belangrijk, want het laat ons transformeren naar een andere ik. Een vernieuwde entiteit, die in de spiegel nog lijkt op ons vroegere spiegelbeeld, maar waarvan onze mind setting compleet is veranderd en zelfs ons DNA een transmutatie heeft ondergaan. Je bent dan wie je wil zijn en vergeten wie je was. Het podium van begeerde lusten, van uitgesproken denkbeelden en van vergaarde trots is niet meer. Ik ben wie ik ben en niet wie ik denk dat ik ben. Ik ben liefde en verdraagzaamheid. Liefde voor de wereld en verdraagzaam voor mezelf, om te kunnen zijn wie ik ben.

Ik knipper met mijn ogen en geniet van het spektakel om mij heen. Woorden van woede zoeken mijn angst en woorden van angst zoeken mijn woede, maar zij vinden niets, want er is leegte. De leegte die mijn ziel ontroert is de liefde voor de schepping en vrede voor het leven die de goddelijke vonk heeft ontstoken. Liefde zonder voorwaarden; oprechte liefde is onnoembaar, onbeschrijfbaar, alles omvattend en blijft broos. Het moet worden gekoesterd, want op een dag is ie plotseling verdwenen. Verdwenen in de spelonken van ons onbegrip. Maar we kunnen alleen de mooie gedachten bewaren in herinnering en hopen dat door onze reïncarnatie en samsara die liefde herkenbaar blijft. Ik heb mezelf gevonden in de goddelijke wijsheid van het zijn. Ik kijk naar het spel dat voor mij is bestemd en geniet en lach. Niet luid en aanstekelijk, maar ietwat ingetogen, want ook andermans verdriet is voor mij bestemd en ik wil niemand de indruk geven uitgelachen te worden. Wie ben ik??
Ik ben jij en jij bent mij en wij zijn zij met ons erbij.

J.J.v.Verre.