Johann Gottlieb Fichte (1762-1814). Hij wandelde door het bestaan als een schepper van betekenis, en leerde dat vrijheid niet wordt gevonden, maar geboren wordt in elke daad waarin het Ik zichzelf stelt.
Er was eens een denker die geloofde dat de mens niet zomaar in de wereld stond, maar dat de wereld in hem werd geboren. Johann Gottlieb Fichte wandelde niet door het bestaan als een toeschouwer, nee hij stapte erin als iemand die wist dat elke voetstap de aarde zelf vormde. Hij zag zich niet als iemand die de werkelijkheid onderging, nee hij liep als iemand die wist dat elke stap een keuze was, elke gedachte een scheppende beweging en elke handeling een bevestiging van zijn eigen bestaan. Het Ik, zo zei hij, is geen object dat je kunt aanwijzen, maar een daad die zichzelf voortbrengt. Het is een bron die nooit opdroogt, omdat zij zichzelf voortdurend opnieuw laat ontstaan. Zo begon zijn filosofie niet met een wereld die op de mens inwerkt, maar met een mens die de wereld tegemoet treedt. Het Ik schept zichzelf, en in dat scheppen ontstaat de ruimte waarin alles verschijnt. De wereld is geen gegeven, maar een tegenkracht die het Ik nodig heeft om zichzelf te begrijpen. Zoals de beeldhouwer de vorm van het marmer niet kent vóór de weerstand van de beitel, zo ontdekt het Ik zichzelf in de weerstand van het Niet-ik. In die spanning, in dat subtiele spel van duwen en terugduwen, wordt bewustzijn geboren. Vrijheid, voor Fichte, was geen rustpunt maar een opdracht. Ze was als een vuur dat niet vanzelf brandt, maar gevoed moet worden door wil, discipline en innerlijke helderheid. De mens is niet vrij omdat hij kan kiezen, maar omdat hij zichzelf kan vormen. Vrijheid kan worden gezien als een werkwoord. Ze vraagt om daden die voortkomen uit een ideaal dat groter is dan het eigen gemak. In die zin is vrijheid een reis, een weg die je niet aflegt om ergens aan te komen, maar om te worden wie je bent.
Toch kon het Ik deze tocht niet alleen maken. Het had de ander nodig, niet als spiegel die enkel reflecteert, maar als een levende aanwezigheid die een confrontatie verlangt. In de blik van de ander wordt het Ik uit zijn besloten kring getrokken en aangesproken op zijn verantwoordelijkheid. De ander is geen grens, maar een uitnodiging. In die ontmoeting ontstaat een ethische ruimte waarin vrijheid wederkerig wordt. De mens wordt mens door de ander te erkennen, en door zelf erkent te worden. Zo wordt het Ik niet opgesloten in zichzelf, maar geopend naar een wereld van wederzijdse erkenning.
Later in zijn leven richtte Fichte zijn blik op de gemeenschap. Hij zag geen verzameling individuen die toevallig samenleven, maar een geestelijke eenheid die ontstaat door opvoeding, cultuur en gedeelde waarden. Een volk, zo sprak hij, is geen biologische categorie, maar een morele. Het is een gemeenschap die zichzelf vormt door de idealen die zij koestert en door de manier waarop zij haar kinderen onderwijst. Zowel leert denken, leert voelen en handelen. In die zin is een natie een pedagogisch project, met als doelstelling het realiseren van een voortdurende oefening in menswording. Maar zelfs in deze bredere visie bleef Fichte trouw aan zijn eerste intuïtie, namelijk dat de mens een schepper is. Natuurlijk niet almachtig, zeker niet onbegrensd, maar wel verantwoordelijk voor de manier waarop hij de wereld tegemoet treedt. De mens is geen schaduw die door omstandigheden wordt voortgeduwd, nee hij is een bron van betekenis die de werkelijkheid mede vormgeeft. In een tijd waarin systemen, structuren en algoritmen ons soms tot louter toeschouwers maken, klinkt Fichte's stem als een zachte maar dringende herinnering. Het rappel dat we mogen opstaan, handelen en zo de wereld opnieuw betreden.
Misschien is de kern van zijn nalatenschap wel juist dát vrijheid een stroom is die nooit stilstaat, een beweging die zich in haar loop telkens herschept. Een spiraal die zich omhoog wikkelt, als een beweging waarin het Ik zichzelf vindt door de wereld te vormen en de wereld het Ik terugroept tot verantwoordelijkheid. In die wisselwerking, in dat ritme van geven en ontvangen, wordt de mens wie hij is. Een wandelaar tussen aarde en geest, een licht dat zichzelf steeds opnieuw moet ontsteken. En zo blijft Fichte's denken niet hangen in boeken of systemen, maar leeft het voort in elke daad waarin een mens zichzelf overstijgt. In elke keuze die voortkomt uit innerlijke helderheid. In elke ontmoeting waarin twee mensen elkaar erkennen. In elke poging om de wereld niet alleen te tolereren, maar mede te scheppen. Het is een filosofie die niet vraagt om bewondering, maar om deelname en een directe uitnodiging om zelf een bron te worden van betekenis, in een wereld die voortdurend herboren wil worden. Een wereld die slechts wacht op de handeling waarmee jij haar mede tot leven wekt.
J.J.v.Verre.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten