Toch Wan schuilt er in die ogenschijnlijk eenvoudige ervaring een raadsel dat deze vertrouwde verhouding misschien volledig op zijn kop zet. Want wat gebeurt er eigenlijk wanneer het universum door menselijke ogen naar zichzelf kijkt?
Misschien zijn wij zo gewend geraakt aan het idee dat bewustzijn een bijproduct van de natuur is, dat wij nauwelijks nog stilstaan bij de wonderlijke omkering die zich voltrekt zodra bewustzijn ontstaat. Miljarden jaren lang trokken sterren hun vurige banen, werden elementen gesmeed in kosmische ovens en vormden zich werelden uit stof en zwaartekracht. Maar op een bepaald moment begon ergens in die immense stroom iets te ontwaken. Materie werd leven, leven werd beleving en beleving groeide uit tot zelfbewustzijn. Voor het eerst ontstond er een plaats waar het universum niet alleen bestond, maar zich er ook van bewust werd dat het bestond.
Het is een gedachte die even eenvoudig als duizelingwekkend is. De koolstof in ons lichaam is ooit ontstaan in het hart van een ster. Het calcium in onze botten, het ijzer in ons bloed en de zuurstof die wij inademen, dragen een geschiedenis met zich mee die ouder is dan de aarde zelf. Wij zijn niet slechts bewoners van het universum; wij zijn gevormd uit zijn eigen substantie. Wanneer wij denken, lijkt het alsof een klein, afzonderlijk individu aan het denken is, maar wellicht denkt er op dat moment iets veel groters door ons heen. Alsof het universum een vorm heeft gevonden waarin het zichzelf kan herkennen.
Dat zou betekenen dat bewustzijn geen toevallige uitzondering binnen de kosmos is, maar een gebeurtenis van kosmische betekenis. De sterren verlichten de nacht, maar weten niet dat zij schijnen. De oceanen bewegen met majestueuze kracht, maar kennen hun eigen diepte niet. Alleen met het ontstaan van bewustzijn verschijnt er iets nieuws: de mogelijkheid dat het zijnde zich bewust wordt van zijn eigen aanwezigheid. Het universum richt zijn blik niet langer uitsluitend naar buiten, op de oneindige ruimte, maar keert zijn blik ook naar binnen.
Toch blijft er iets raadselachtigs bestaan. Want wanneer wij proberen het bewustzijn zelf te begrijpen, lijkt het zich te gedragen als een spiegel die alles weerspiegelt, behalve haar eigen oppervlak. Wij kunnen sterrenstelsels onderzoeken die zich miljarden lichtjaren van ons bevinden, de geboorte van sterren reconstrueren en de structuur van atomen beschrijven, maar de oorsprong van de bewuste ervaring blijft zich aan ons begrip onttrekken. Juist datgene wat alle kennis mogelijk maakt, blijft zelf gehuld in geheimenis.
Misschien komt dat doordat bewustzijn niet zomaar een object tussen andere objecten is. Misschien is het de ruimte waarin alle objecten verschijnen. Zoals een vis het water waarin hij zwemt nauwelijks opmerkt, zo staan ook wij zelden stil bij het bewustzijn waarin onze gehele werkelijkheid zich ontvouwt. Alles verschijnt erin: herinneringen, gedachten, gevoelens, tijd, ruimte en de wereld zelf. Zelfs het idee van een universum dat onafhankelijk van ons bestaat, verschijnt uiteindelijk als inhoud van het bewustzijn.
Hier raakt de vraag aan een nog dieper mysterie. Wat als het universum zichzelf niet alleen herinnert door middel van menselijke kennis, maar door bewustzijn zelf? Wat als de geschiedenis van de kosmos niet slechts een opeenvolging van blinde gebeurtenissen is, maar ook een langzaam ontwaken tot zelfherkenning? Dan zouden de miljarden jaren van evolutie niet alleen een reis door ruimte en tijd vormen, maar ook een tocht van onbewustheid naar bewustzijn. De sterren zouden dan geen eindpunt zijn, maar juist het begin. Hun licht zou uiteindelijk uitmonden in ogen die het kunnen waarnemen.
Er ligt iets ontroerends in die gedachte. Want ieder mens draagt dan een vonk van dat grote herinneringsproces in zich. Wanneer iemand zich verwondert over een zonsondergang, wanneer een kind voor het eerst de maan ontdekt, wanneer een filosoof nadenkt over het bestaan of een dichter woorden zoekt voor het onzegbare, gebeurt er meer dan enkel een persoonlijke ervaring. Er voltrekt zich dan een stille ontmoeting waarin het universum zichzelf als het ware aanraakt. De waarnemer en het waargenomene blijken geen volledig gescheiden werelden te zijn, maar twee zijden van dezelfde werkelijkheid.
Misschien verklaart dat ook waarom verwondering zo’n bijzondere emotie is. In verwondering verstomt het verlangen naar kennis even. Het verlangen om te beheersen maakt plaats voor het besef dat wij deel uitmaken van iets wat ons oneindig overstijgt. Op zo’n moment ervaren wij niet alleen de grootsheid van de kosmos, maar ook onze verbondenheid ermee. Alsof iets diep in ons zich herinnert dat wij nooit werkelijk los hebben gestaan van de sterren waaruit wij zijn voortgekomen.
En misschien is herinnering uiteindelijk wel een beter woord dan kennis. Kennis suggereert dat wij iets nieuws verwerven, terwijl herinnering verwijst naar iets wat altijd al aanwezig was, maar in de vergetelheid is geraakt. Wellicht probeert het bewustzijn niet zozeer nieuwe waarheden te ontdekken als wel een oorspronkelijke verbondenheid te hervinden. Alsof achter iedere vraag een heimwee schuilgaat naar een eenheid die ouder is dan de tijd zelf.
Dan krijgt de geschiedenis van het universum een onverwachte betekenis. Zij wordt niet alleen het verhaal van sterren, planeten en levende wezens, maar ook dat van een werkelijkheid die geleidelijk ontwaakt tot het besef van haar eigen bestaan. In ieder bewust wezen opent zich een klein venster waardoor de kosmos naar zichzelf kijkt. En telkens wanneer een mens zich afvraagt wie hij werkelijk is, klinkt daarin misschien een nog grotere vraag door: wie is het universum dat door hem heen zichzelf probeert te herinneren?
Misschien zal die vraag nooit definitief worden beantwoord. Maar juist daarin ligt haar schoonheid. Want sommige mysteries zijn niet bedoeld om opgelost te worden, maar om ons steeds dieper binnen te leiden in de verwondering. En misschien is die verwondering zelf al een vorm van herinnering: het zachte, haast onhoorbare besef dat wij geen vreemdelingen zijn in dit onmetelijke heelal, maar de plaats waar het heelal voor een ogenblik beseft dat het bestaat.
Misschien is bewustzijn wel de manier waarop de eeuwigheid even haar ogen opent en, in de stilte van één mensenleven, zichzelf herkent.
J.J.v.Verre.
.jpeg)


.jpeg)


