Ludwig Josef Johann Wittgenstein (1889-1951) was een Oostenrijks-Britse filosoof. Hij heeft veel bijgedragen aan de taalfilosofie en aan de grondslagen van de logica. Hij was een ziener die de taal niet enkel zag als instrument, maar meer als sluier die het mysterie bedekt én onthult.
Er zijn denkers die de wereld willen ordenen en er zijn denkers die de wereld willen bevrijden. Ludwig Wittgenstein behoort tot beiden, want hij bouwde eerst een kristallen paleis van logica en brak het daarna eigenhandig af om plaats te maken voor het leven zelf.
In zijn Tractatus Logico-Philosophicus (1921) klinkt de stem van een architect van de werkelijkheid. Hij tekent lijnen tussen woorden en dingen, alsof taal een spiegel is van de kosmos." De grenzen van mijn taal betekenen de grenzen van mijn wereld " , een zin die als een ijskoude ster schittert boven de velden der filosofie. Hier spreekt Wittgenstein als een wiskundige van het bestaan, die gelooft dat het onzegbare slechts kan worden aangeraakt door zwijgen.
Maar later, in de Philosophische Untersuchungen, keert hij terug als een pelgrim van het alledaagse. Hij ziet dat taal geen kristal is, maar een rivier, stromend, slingerend, gedragen door spel en gebruik. Woorden zijn geen vaste symbolen, maar gereedschappen in een oneindig spel van betekenis. Filosofie wordt dan geen bouwwerk, maar een oefening in luisteren, in het ontwarren van knopen die wij zelf in onze taal hebben gelegd. Wittgenstein is de filosoof van de grens. De grens tussen spreken en zwijgen, tussen logica en leven, tussen het verlangen naar orde en de erkenning van chaos. Zijn denken is een spiegel waarin wij onze eigen verwarring zien, maar ook de mogelijkheid tot bevrijding. Hij leert ons dat de diepste vragen niet opgelost worden door antwoorden, maar door het loslaten van de illusie dat er slechts één antwoord moet zijn. Zo blijft Wittgenstein een paradoxale figuur, zowel streng als speels, ascetisch maar ook gewoon menselijk, een denker die zijn eigen fundamenten ondermijnde om dichter bij de waarheid van het gewone te komen. Zijn nalatenschap is geen gecompliceerd filosofisch denkraam, maar een invitatie om de taal te zien als een levend weefsel en om te beseffen dat het mysterie niet verdwijnt, maar juist begint waar woorden eindigen. Wittgenstein laat zien dat het mystieke niet buiten de taal ligt, maar in haar adem, waar stilte en woord elkaar raken als eeuwige getuigen. Zo openbaart zijn denken dat filosofie geen systeem is, maar een weg, een reis langs de grenzen van taal, waar het onzegbare zich toont als de diepste waarheid.
Enkele uitspraken van Wittgenstein:
- De wereld bestaat uit feiten, niet alleen uit dingen.
- Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen.
- De betekenis van een woord is zijn gebruik in de taal.
- De grenzen van mijn taal betekenen de grenzen van mijn wereld.
- Een filosofisch probleem heeft de vorm: Ik ken mijn weg niet.
- Over filosofie: Het doel is een vlieg de weg uit het vliegenglas te wijzen.
- Als een leeuw kon spreken, zouden we hem niet begrijpen.
- Het resultaat van de filosofie zijn niet "filosofische stellingen ", maar het duidelijk worden van beweringen.
- Filosofie is geen leer, maar activiteit.
- De filosofie is een strijd tegen de betovering van ons verstand door middel van taal.
- Overeenkomstig komen we tot de opvatting dat er iets algemeens en niet persoonlijks, nodig is om een taal te spreken.
- De moeilijkheid in de filosofie is: een ophouden met denken te houden.
- Ik weet hoe de kleur groen er voor mij uitziet, is een onzin-zin.
Filosofie is het oefenen in omgaan met het niet-weten, het zoeken naar richting in een landschap van vragen.
J.J.v.Verre.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten