maandag 1 november 2010

De menselijke ziel.



Het weten wie wij zijn is het meest elementaire deel van ons bewustzijn. Misschien wel het enige gedeelte van onze ziel die bewustzijn genereert. Het leven op onze aarde zit opgesloten tussen geboorte en sterven, maar de energetische hoedanigheid van onze ziel is onbegrepen en multidimensionaal. Het is een vorm van energie die zich niet laat rubriceren in de bestaande elektromagnetische hoedanigheden, maar die zich wel kan versmelten met het omringende veld van universele informatie (de Superziel). De Oosterse filosofie leert ons over de relatie tussen lichaam en ziel.
De Bhagavad Gita (3138 jr. voor Chr.) verhaalt ons het gesprek tussen Aruna en Krishna (God), waar wordt gesproken over Jiva, de individuele ziel. Krishna maakt een duidelijk onderscheid tussen het vergankelijke lichaam en de onvergankelijke ziel. Deze onsterfelijke ziel, atma of jivatma staat in relatie met de Superziel, paramatma. Met dit netwerk (Superziel) is elke ziel verbonden. Uit de Gita begrijpen we dat na vernietiging van het lichaam, de ziel blijft bestaan. De ziel blijf onaangeroerd, monter en eigen. Vuur kan haar niet verbranden, water haar niet oplossen, lucht kan haar niet verdrogen en het zwaard kan haar niet raken. De rede kan haar niet begrijpen.
Plato ziet de ziel als het morele en intellectuele deel van het zelf, dit in onderscheidt met allerlei zintuiglijke aspecten van het menselijke bestaan, zoals passies, lust en plezier. In zijn dialoog de Phaedrus komt dit thema aan de orde. Hij onderscheidt drie aspecten van de ziel die hij vergelijkt met een wagenmenner achter een tweespan. Zowel de wagenmenner als de twee gevleugelde paarden zijn deel van de drie-eenheid van de ziel. Deze drie onderdelen zijn deels overschrijvingen van dezelfde hoedanigheden. De menner, de noes of nous, een Oud Griekse term voor geest of intellect, het kennende en redenerende deel. Het nobele paard, de thumos of thumoides, de passie, wil en doorzettingsvermogen. Het weerspannige paard, epithumia of epithumeticon, geassocieerd met lust,trek en drift.

In het Christendom bestaat de mens uit geest, ziel en lichaam. De geest wordt omschreven als het onbewuste of onderbewustzijn, met functies als intuïtie, geweten en godbewustzijn. De ziel kent functies als voelen, willen en denken. Deze indeling is afgeleid uit oudtestamentische teksten waarin de ziel en geest aan bepaalde functies worden gekoppeld. In het Christendom wordt de geest ook van de ziel gescheiden. Na de dood keert de geest terug tot God, die haar gegeven heeft, terwijl de ziel neerdaalt in het dodenrijk. Het lichaam is slechts het tijdelijk omhulsel dat dienst doet als herkenbare, menselijke manifestatie op aarde. Het lichaam kan niet zonder ziel functioneren, omdat de ziel de ware persoon is die het lichaam bewoont.

Het filosoferen omtrent de energetische kwaliteiten van de ziel is aantrekkelijk omdat het denken kan gaan stoeien met nieuwe postulaten die buiten de huidige opvattingen omtrent de kwantummechanica liggen. Laten we ontwaken uit de gedachten dat het leven op aarde in verbinding met ons lichaam een straf is. Het is het mooiste wat een ziel kan verwerkelijken, n.l. het beleven van het leven op deze planeet. De emoties, de dualiteiten , de liefde, de creativiteit, de zelfverbetering en uiteindelijk het loslaten van de materie. Als een ziel zich buiten het lichaam realiseert wat het mist zal zij maar een ding willen en dat is opnieuw incarneren. Als de ziel zich kan losmaken van de Superziel dan zal zij opzoek gaan naar een manier om het nog niet ervaren leven te beleven. Het volmaakte geluk op aarde zoeken is de aardse manier van denken, welke past bij het onvolmaakte leven. De ziel weet dat het volmaakte geluk ligt in het samensmelten met de Superziel buiten het aardse bestaan. Het menselijk lichaam is te vergelijken met een kooi waarin een mooie vogel zit. We verfraaien en poetsen de kooi ,maar we vergeten wat de vogel wil en dat is vliegen. Onze ziel wil het leven beleven en het ego overstemmen in haar vlucht naar het Almachtige. De essentie van het nadenken over de ziel, is het begrijpen van de onderlinge verbondenheid. Het mens-zijn onderscheiden op grond van verschillen in ras, kleur of religie is een illusie.
Ik ben jij, jij bent mij en wij zijn zij met ons erbij.

J.J.v.Verre.

Literatuur:
-Ziel, Wikipedia.
-Plato’s Phaedrus, R.Hackforth. Cambridge, 1952.
-De Geestelijke mens, Watchman Nee. Christian Fellowship Publichers, Richmond.
-De wetenschap der Zelfrealisatie, Sri Srimad A.C. Bhaktivedanta Swami Pradhupada. The Bhaktivedanta Book Trust, 1988.

zaterdag 2 oktober 2010

Creativiteit op planeet Edraa.




Op zoek naar een schepping van ongekende mogelijkheden moet de leiding van ons denken worden ingefluisterd dat nieuwe ontdekkingen achter de horizon bereikbaar zijn. We moeten afstand doen van de illusie dat de huidige zintuiglijke waarneming alleen, een werkelijkheid genereert. We moeten niet bang zijn om het onmogelijke, het onbereikbare te gaan zoeken en afscheid te nemen van onze huidige werkelijkheid. Soms denk ik, dat we meer kunnen zien als we onze ogen sluiten en ons laten lijden door de beelden van onze fantasie. Op zoek gaan naar een andere planeet waar de magie van een toverland een beeld schept van een Luilekkerland met rotsen van toversteen, huizen van kristal, onzichtbare fabrieken en windmolens, bloeiende weiden en mensachtige wezens, die hun planeet beleven als een kind in wonderland. Luisteren naar de muziek van sprankelende schoonheid, die zich kan vervormen door onze gedachten en die het ritme volgt van slingerende waterstromen en van het kloppen van ons hart. De lucht bedwelmt ons met de gemengde geur van vers gemaaid gras met paarse seringen. De zwaarte van onze lichamen wordt gedragen door een lichte kracht die ervoor zorgt dat we niet omhoog vliegen als we een sprongetje maken.Een pijnlijke val is hier ongekend en botsingen worden voorkomen doordat twee vormen van materie nooit tegelijk op de zelfde plaats kunnen zijn. Een kus is een uitdaging die nogal verschilt van onze aardse ervaring. De liefde is in alles aanwezig en gevoelens zijn voelbaar vanuit de entiteiten die wij ontmoeten. Hier bestaan geen emotionele gevoelens vanuit onszelf, we kunnen pijn en emoties alleen waarnemen in ontmoeting met en bij de ander.
Het is het gespiegelde zien van ons in de ander.

Ons ego op planeet Edraa wordt gestuurd door ons gevoel en niet bepaald door ons denken. We handelen uit liefde en proberen het lijden dat we ontmoeten te verzachten. Bij een intieme omhelzing kunnen wij alleen het gevoel van de partner omschrijven, maar niet ons eigen gevoel van schoonheid, tederheid of lust. Een seksuele relatie lijkt in onze aardse beleving meer op zelfbevrediging van de ander. Bij mijn eerste ontmoeting bestond slecht kort enige verwarring, omdat ik niet meteen wist waar de emotie welke ik waarnam, vandaan kwam. Bij de volgende ontmoetingen voelde dit heel natuurlijk en verbaasde het mij dat op onze aarde dat allemaal zo ingewikkeld is gemaakt. Dat je altijd maar moet gissen wat een ander van je denkt.De magie van deze planeet wijzigt de normale band tussen oorzaak en gevolg, zodat al het mogelijke met iets anders kan worden verbonden.

We zouden allen het leven op deze planeet moeten leren kennen en als we dan terug konden keren naar onze eigen aarde,zou alles compleet zijn veranderd. We hebben dingen gezien en gevoeld die we nooit eerder hebben waargenomen en hebben de kans gekregen om onszelf in de ander te ervaren. De werkelijkheid wordt dan waardevoller vanuit die universele gedachte,dat de meerdimensionale mogelijkheden nieuwe waarheden genereren.Denken in verbondenheid spiegelt onze ziel in de ander.
Ik ben jij, jij bent mij en wij zijn zij met ons erbij.

J.J.v.Verre.

vrijdag 1 oktober 2010

Zielsverhuizing.



podium van vergeten goden
coulissen van versluierde mist
hemel van bewegende sterren
weten dat jij alles wist

wachters van geketende vrouwen
wespen in de avondlucht
waarop kan ik nog vertrouwen
mijn leven zweeft in vogelvlucht

de tijd is niet te vangen
eeuwen zijn voorbijgegaan
wolken aan een zwarte hemel
drijven nu voorbij de maan

het aardse is vergeten
mijn naam is weggegaan
energie komt weer tot leven
mijn lichaam kan gaan staan




Zielsverhuizing is een woord dat in de Vlaamse literatuur wat vaker wordt gebruikt en mij een rustgevender gevoel geeft, dan het woord Reïncarnatie. Reïncarnatie betekent in het Latijn letterlijk “ opnieuw in het vlees”. In het Grieks,metempsychôsis ,dat “opnieuw bezield” betekent, vandaar de woordkeus zielsverhuizing. Het geloof dat het niet-lichamelijke deel van een levend wezen (ziel genoemd) na het lichamelijke sterven niet verdwijnt, maar opnieuw in een ander levend wezen geboren wordt. Het concept van reïncarnatie bestaat al duizenden jaren voor onze jaartelling en is onderdeel van de geloofsbelevenis van vele culturen verspreid over de aardbol. In de Indiaanse religies uit Noord -en Zuid-Amerika en natuurlijk de Hindoeïstische en Boeddhistische religie. Ook de vroeg christelijke religie wees de opvatting omtrent wedergeboorte niet af, doch vlak voor het tweede oecumenische concilie van Constantinopel in 553 ,werd het idee van reïncarnatie in de ban gedaan. Tussen de verschillende religies bestaan duidelijke verschillen in opvattingen omtrent incarnatie en reïncarnatie. In de Oosterse religies is wedergeboorte sterk verwant aan het begrip karma, dat de toekomstige geboorte beïnvloedt. De goede daden scheppen gunstige gevolgen en slechte daden hebben slechte gevolgen in het huidige,als toekomstige leven. In het Boeddhisme spreekt men liever over wedergeboorte dan over reïncarnatie, omdat reïncarnatie het idee verschaft dat er iets is dat opnieuw wordt geboren. Terwijl het Boeddhisme het bestaan van een eeuwig durende energie in de vorm van een ziel ontkent. Het Boeddhisme beschouwt wedergeboorte als samsara, de eindeloze cyclus van steeds weer nieuwe levens geïnitieerd door de onvolmaaktheid van de geest. Samsara is de wereld die door de gewone wezens, de niet verlichte geesten, worden beleefd, de werkelijkheid die wordt ervaren met de duale gedachten en met de emoties van begeerte,irritatie en verwarring.
In de Westerse filosofie wordt reïncarnatie beschouwd als een proces waarbij het leven op aarde wordt gezien als een leerschool. Het Hindoeïsme ontleent zijn ideeën aan de Bhagavad Gita, waarin ondermeer de leer van de onsterfelijke ziel wordt beschreven. In vroegere leefgemeenschappen, zoals in Ierland geloofde men in de beperktheid van het aantal zielen en kon een nieuwe ziel pas incarneren als een ander lichaam was gestorven. In die tijd lag de zuigelingensterfte op bijna tachtig procent en was die opvatting wel te begrijpen. Ook de leider van de Tibetaanse Boeddhisten, de Daya Lama, wordt gezien als incarnatie van de overleden geestelijk leider.In India kwam de lijkverbranding voort uit het geloof in reïncarnatie. Men kan pas naar een ander lichaam verhuizen, als het eerste door verbranding is vernietigd. Hieruit is te begrijpen dat het lichaam van een "verloste",wiens ziel niet meer verhuist, niet verbrand, maar begraven wordt.

Het is interessant om te weten dat de meeste religieuze en filosofische stromingen een incarnatie in een lager organisme afwijzen en alleen het hindoeïsme dat als mogelijkheid ziet als een soort van straf voor een slecht geleefd leven. Het spiritueel filosofisch denken verplaatst dit vraagstuk op eigen wijze en stelt dat de ziel verhuist naar de plaats die ze voor zichzelf heeft gereserveerd in een nieuwe tijdsdimensie. De nieuwere denkbeelden omtrent het veld van energie wat ons allen omringt,alle informatie in zich herbergt en als een moederlichaam kan worden gezien, waarmee we op zielsniveau met elkaar zijn verbonden. Misschien is onze ziel alleen maar een inlogcode,die na de lichamelijke dood versmelt met andere getallen. In de Westerse filosofie wordt vaak veronderstelt dat onze ziel iets persoonlijks behoudt en dat geeft een prettiger gevoel in ons denken,dan we opgaan in de massa van onpersoonlijke zielen.

”Zielsverhuizing vindt niet na,maar tijdens het leven plaats”, een citaat uit het werk van Cees Nooteboom. Deze zin typeert de schrijver als creatieve geest opzoek naar de wereld van mogelijkheden,waarin fictieve personages een eigen leven gaan leiden en wij de gedachten van die personages kunnen overnemen en zodoende meerdere levens kunnen beleven.
Omtrent objectief wetenschappelijk onderzoek zoals we dat noemen, zijn geen harde bewijzen voorhanden die zielsverhuizing kunnen aantonen.De bijna-dood ervaringen geven steun aan de opvattingen dat het bewustzijn niet direct aan de hersenactiviteit is verbonden,doch alleen een interactie aangaat.We spreken dan van non-lokaal bewustzijn. Niet lokale fenomenen zouden zich multidimensionaal kunnen afspelen. Regressie-reïncarnatietherapie toont wel verbluffende uitkomsten, maar ook geen harde bewijzen in rationeel wetenschappelijke zin. De uitkomsten zijn vaak cultureel bepaald. Het geloof in reïncarnatie geeft meestal betere uitkomsten, dan onderzoek bij mensen die niet in wedergeboorte geloven. Ook blijft de “herinnering” onbetrouwbaar en is een vorm van zielsverhuizing tijdens het leven niet uit te sluiten. De uitkomsten die met een vorm van regressietherapie worden verkregen, kan men ook verklaren met andere postulaten.
Het feit dat wij mensen allen met elkaar zijn verbonden, kan ongekende informatie opleveren indien wij onze inlogcode kunnen aanpassen.
Ik ben jij,jij bent mij en wij zijn zij met ons erbij.

J.J.v.Verre.

Literatuur:
-Wikipedia, Reïncarnatie.
-Zielsverhuizing,essay van Stefan Hertmans. stefanhertmans.wordpress.com.
-Zielsverhuizing vindt niet na,maar tijdens het leven plaats. Rüdiger Safranski leest Cees Nooteboom. Uitgev. Atlas. Amsterdam,2008.
-Eindeloos bewustzijn.Een wetenschappelijke visie op de bijna-dood ervaring. P.van Lommel. Uitgev. Ten Have.

woensdag 1 september 2010

Vrede.



-Vrede is het in liefde vergeten en vergeven.

Het begrip vrede is een toestand van rust gekoppeld aan het duale begrip oorlog. Nagenoeg iedere regering is van mening dat je in een complexe wereld als de onze, alleen veiligheid kan afdwingen met militair machtsvertoon. Een militair apparaat wordt als noodzakelijk beschouwd. De overgrote meerderheid der burgers wil geen oorlog,maar denkt wel dat een militair apparaat noodzakelijk is voor de veiligheid. Kunnen we in een dichtbevolkte mondiale samenleving met grote verschillen in welstand,ontwikkeling en vrijheid leven zonder oorlog? Ja, dat moet mogelijk zijn en indien we dit allen willen, is het mogelijk. Maar durven we dit ook uit te spreken? Durven we de stap te wagen en beweren dat er geen oorlog meer nodig is om waarden te beschermen,dictators te verdrijven of aanvallers van ons af te slaan? Ja,dat kunnen we zeggen,zonder dat we de kans lopen om als infantiel of dom te worden geclassificeerd. Maar moet een militair apparaat blijven bestaan voor onze veiligheid? Nee, want er bestaat geen veiligheid en een bewapening kan zeker geen veiligheid verzekeren en kan zelfs onveiligheid in de hand werken. Oorlog is niet iets dat zich ver van ons bed afspeelt, nee we zijn als mensen medeverantwoordelijk,als we ons uitspreken dat er onder speciale omstandigheden een rechtvaardiging bestaat. Ook agressief gedrag is een vorm van een mini oorlog. Agressie zal ongetwijfeld een genetisch aspect vertegenwoordigen dat de overleving van de soort ten goede kan komen.Oorlog is in wezen de illusie om de emotie van de angst te verdrijven. Conflicten zijn niet altijd te vermijden, maar het is belangrijk om de waarden die je tegenstander koestert te kennen en tegenstrijdige gevoelens en ideeën te beschouwen als een keuze mogelijkheid. Hoe oninvoelbaar deze keuze ook mag zijn. Het weten van deze kennis schept ruimte voor begrip.

Goede oorlogen bestaan niet, hoewel de afloop van een oorlog wel het goede kan bevrijden. Het verlossen van het goede uit het web van het slechte blijft een duale gedachte, die nimmer een voedingsbron mag zijn voor de verschrikkingen van een oorlog.
Veiligheid,zich veilig voelen of veilig zijn is een duaal begrip wat schuilt onder een paraplu,die de neerslag van onveiligheid moet afschermen. Veiligheid is een illusie die wordt gevoed door de dreigingen van onveiligheid welke overal op de loer liggen. Oorlog wordt gelanceerd als therapie voor een toestand van chaos, verwarring, lijden en onrecht. Maar dit zijn symptomen van een zieke samenleving die juist met liefde en mededogen moeten worden behandeld. Het verdrijven van leed en onrecht, door er nieuw leed en onrecht voor terug te geven is niet iets waarop een zinnig mens zit te wachten. De duisternis kan alleen worden verdreven door er licht in toe te laten. We kunnen de kans op veiligheid vergroten door geen vijanden meer te zien in andere wezens,door onszelf te accepteren zoals we zijn en respect te hebben voor al het leven op deze planeet.
Mahatma Gandi zei: Er is geen weg naar vrede. Vrede is de weg. De weg naar vrede betreden is het volledig afzweren van elke vorm van oorlog dan ook. De werkelijkheid van zaken als oorlog en vrede liggen in onze bewustzijnstoestand. Hoe meer we ons bewust worden van de weg naar vrede, hoe meer onze werkelijkheid verandert en des te sterker wordt de afkeer van elke vorm van oorlog. De volgende religieuze aspecten kunnen nog mede een rol spelen. We hoeven nooit kwaad met kwaad te vergelden. Goddeloze daden bestaan niet. Er is geen waarheid die verdedigt hoeft te worden. God heeft geen oorlog ooit aangemoedigd.

-Vrede is afstand nemen van het verleden.
-Vrede is liefde.
-Vrede is vergeten en vergeven.
-Vrede is de boosheid uit jezelf verbannen.
-Vrede is onveiligheid accepteren.
-Vrede is het bevrijden van de religie.
-Vrede is aanwezig willen zijn op de tijdgebonden en tijdloze plaats.
-Vrede is het licht dat we bij ons dragen.
-Vrede is het creëren van een nieuwe werkelijkheid.
-Vrede is bewustzijn.

Op een spirituele wijze naar vrede kijken betekent dat we veel veranderingen kunnen bewerkstelligen en de nadruk kunnen leggen op de verbondenheid tussen alle mensen. We zijn allen een radertje in het netwerk van verbonden bewustzijn. Indien meerdere entiteiten hun bewustzijn wat vrede aangaat herprogrammeren, zal het kosmische bewustzijn veranderen en kunnen we de weg naar vrede bewandelen. Het verschil tussen een oorlogsleider en een pacifist is het bewustzijn, dit kan zowel het geweld als de vrede dienen. De keuze is ego gestuurd en kan in beide gevallen de suggestie wekken dat niet het ego,maar het diepere zelf bepalend is voor de uitkomst. Een verruimd bewustzijn zal eerder kiezen voor geweldloosheid,omdat het dichter bij de liefde staat. Liefde voor de essentie van het leven in verbondenheid.
Ik ben jij, jij bent mij en wij zijn zij met ons erbij.

J.J.v.Verre.

Literatuur:

-Peace Is theWay, Depak Chopra, Publishing Harmony Books, New York.
-Vrede, Wikipedia
-Kerk en vrede;www.kerkenvrede.nl
-Innerlijke vrede;vrede.startpagina.nl

zaterdag 14 augustus 2010

Toeval.

..........................................Aristoteles,acryl op hout.


De filosofische beschouwing dient geen ander doel dan de eliminatie van het toeval.
-G.W.F.Hegel.

Als we ons bezinnen op de wortels der wetenschap in de oudheid,dan komen we al snel terecht in Athene. De plaats waar de filosofie en wetenschap tot bloei kwamen en de eerste filosofen scholen werden gesticht. De Academie van Plato en het Lykeion van Aristoteles. Sinds de institutionalisering van de wetenschap is deze twee millennia verbonden gebleven met de filosofie. Vanaf de laatste twee honderd jaar is er een differentiatie gekomen tussen deze twee. Voor die tijd was een wetenschapper filosoof en een filosoof wetenschapper. Het zou voor monomane wetenschappers goed zijn als zij de band met de filosofie weer zouden aanhalen, om zodoende een beter inzicht en overzicht te krijgen omtrent de raakvlakken met het gehele veld van onderzoek.

De materie kunnen we beschouwen als iets dat verschijnt en weer verdwijnt. Het werkelijke Zijn dat zich tussen het materialisme en idealisme bevindt. Aristoteles plaatste het werkelijke Zijn : wat werkelijk is,niet onder de ideeën en niet onder de materie,maar dit als een eenheid van beide,die alleen met behulp van abstracte begrippen kan worden ontleed: het concrete. Maar wat is het concrete en wat is de relatie met het abstracte? Men beschouwt het concrete als wat werkelijk is, het werkelijke. Wij gebruiken het begrip “werkelijk” ook als tegenstelling van “mogelijk”. Alles wat werkelijk is was mogelijk,anders had het nooit een werkelijkheid kunnen worden. Alles wat werkelijk is geworden is concreet. De vorm die als werkelijkheid wordt geschapen heeft een zijns functie. Maar ook het materiaal waaruit de vorm ontstaat,heeft aan het begin van zijn ontstaan een functie van het zijn. Maar op een andere manier dan het concrete dan later verschijnt. Dus is het Zijn in het begin verborgen aanwezig. De eerste vorm wordt door Aristoteles mogelijkheid of vermogen genoemd en de tweede vorm werkelijkheid,energeia.Het verschil tussen Zijn en niet-zijn is duidelijk,wat is,is en wat niet is,is er niet. Het ontdekken van het niet-zijn is vaak onprettig of droevig.Het zijn van iets dat wordt medegedeeld,wordt betrokken op een concreet wezen. Bij al de mogelijkheden van mededelingen gaat het om een manier van spreken,waarin een manier van zijn aan het licht wordt gebracht. Kwaliteit en kwantiteit kunnen in de mededelende zin alleen optreden omdat ze zijn toegevoegd aan het zijn van het wezen,aan het wezenlijke zijn. Het Griekse woord voor toegevoegd,wat Aristoteles gebruikte,is in het Latijn vertaald met accidens, letterlijk: toevallend.De catagorieën van het accidens,het accidentele-zijn in letterlijke zin: iets toevalligs,iets wat het wezenlijke zijn toe-valt. Daaruit is het woord toeval ontsproten,dus eigenlijk een vinding van de Griekse filosoof.
Toeval kan worden geïnterpreteerd als het optreden van gebeurtenissen waarvoor geen doeloorzaak te vinden is,of die zijn ontstaan door een stochastisch proces. Met stochastisch wordt bedoeld afhankelijk van een variabele kans,een waarschijnlijkheidsverdeling of van het toeval. Toeval is een vorm van het ruimere begrip “onbepaalde oorzaak”,waaronder wordt verstaan:iedere gebeurtenis die onbedoeld of ongestructureerd het plaatsvinden van een andere gebeurtenis bepaalt. In de kansberekening speelt toeval een belangrijke rol. Er zijn wiskundige modellen om het toeval te beschrijven. Ook bestaan er tal van experimenten die aantonen dat een kansgenerator door de menselijke geest is te beïnvloeden. De opvatting dat toeval niet bestaat,met andere woorden ,dat alle gebeurtenissen van tevoren volledig bepaald en dus voorspelbaar zijn (het determinisme) wordt door velen aangehangen. Zowel door filosofen als fysici. De vraag die zich hierbij opwerpt is dan: wat is de tijdsrelatie? Is de tijdsrelatie een lineair gebeuren van verleden naar heden en van heden naar toekomst of bestaat er alleen een tijdloos gebeuren. In de tijdloze dimensie of ook wel de niet-tijd genoemd bestaat alleen het nu en misschien is toeval wel alleen een raakvlak tussen het driedimensionale en de meerdimensionale opvatting van de werkelijkheid. In de theologie is er voortdurend discussie tussen de stelling dat God alles heeft voorbestemd (predestinatie) en de opvatting dat God de mens een vrije wil heeft gegeven om te kunnen kiezen tussen duale zaken. Waarbij de keuze tussen goed en slecht een beklemmende aandacht heeft gekregen. De ontwikkeling van de kwantummechanica heeft de boel weer opgeschut. Er is sprake van mogelijkheden,waarbij een deeltje zich gedraagt als golf of als deeltje in relatie met de waarnemer. Een waarneming wordt altijd beïnvloed door de interactie van de waarnemer met het waargenomen. Ook de chaostheorie leert ons dat een volkomen deterministisch wereldbeeld,niet de zekerheid van volledige voorspelbaarheid impliceert en zelf in specifieke gevallen onvoorspelbaarheid.Hieruit leiden tegenstanders van het determinisme af dat het onmogelijk is om een volledige voorspelling te doen en dat het volledig voorspelde universum wat menselijke gebeurtenissen betreft, niet bestaat.
De psycholoog Jung constateerde dar er soms “toevallige” reeksen gebeurtenissen voorvielen die toch een of andere relatie met elkaar leken te hebben. Hij noemde dit verschijnsel synchroniciteit. Men ervaart iets als meer dan toeval,omdat de twee gebeurtenissen gevoelsmatig met elkaar te maken schijnen te hebben,doch niet dat het ene het andere heeft voortgebracht. Ook het begrip serendipiteit heeft met toeval te maken. Dit is het vinden van iets onverwachts en bruikbaars,terwijl men op zoek was naar iets geheel anders. Vele uitvindingen vallen onder deze noemer.
Als we de betekenis van het begrip toeval beter willen leren begrijpen,kunnen we drie hoofdvormen onderscheiden: Ten eerste het woord toevallig,gebruikt als synoniem voor accidenteel. Het woord afkomstig van Aristoteles. Het wijst op bijkomstige,niet wezenlijke eigenschappen van iets. Het staat tegenover ousia,het wezenlijke,dat in het Latijn wordt vertaald met “substantia”. Zo behoort ons lichamelijke zijn tot de wezenlijke eigenschappen, maar onze lichamelijke conditie tot de accidentele. Ten tweede wordt het woord toevallig gebruikt als synoniem van contingent. Afkomstig van het Latijnse “contingens”, eveneens een vertaling van een begrip van Aristoteles. Het duidt het mogelijke aan, datgene wat niet onmogelijk, maar evenmin noodzakelijk is. Contingent is dat wat is,maar niet noodzakelijk bestaat. Het is toevallig in de zin,dat het ook anders had kunnen zijn dan het is. Ten derde de talloze toevalligheden die zich volkomen aan onze keuzevrijheid onttrekken. Deze toevalligheden worden door het lot bepaald. Ze kunnen voor de mens gunstig of ongunstig uitpakken. In deze betekenis is toeval een vertaling uit het Latijnse “fortuna”.
Het menselijk leven heeft te maken met dagelijkse bedreigingen van ongeluk en we proberen ons zoveel mogelijk in te dekken dat het noodlot niet bij ons of bij onze gezinsleden toeslaat. Maar het toeval dat ons overkomt is een wezenlijke grootheid die ons zijn zal herkennen en de consequenties die het met zich meedraagt voor de toekomst,zowel voor het verleden in het nu plaatst.
We kunnen de dunne draad van levensgeluk versterken door gelukkig te zijn en niet te worden door het eventuele toeval. Toeval bestaat misschien niet, maar geen toeval ook niet.

J.J.v.Verre.

Literatuur:

-Fenomenologie van de geest,G.W.F.Hegel,paperback,Uitgev.Boom,2003.
-Trefpunt Plato,Klaus Held,Rainbow Pocketboek 224.
-Toeval,Wikipedia.
-Toeval,Oratie uitgesproken door Jos de Mul,op 22 sept.1994.

dinsdag 3 augustus 2010

Scheppende kracht.




Albert Einstein en Stephen Hawking beschrijven wetenschap als een poging om de geest van God te begrijpen. Wat is God? Wat of wie ben jij? Wij,jij en ik zijn materie als we elkaar vastpakken of elkaar zintuiglijk betasten,maar ook zijn we geest als we met elkaar spreken. We kunnen elkaar zien en horen als onze zintuigen in tact zijn. Maar wie wij zijn als wezen is minder eenvoudig om uitteleggen. God is alles ,maar we kunnen deze scheppende energie niet zien,niet vastpakken en in het algemeen geen direct gesprek mee voeren. Als je ervan overtuigd bent dat God niet bestaat,zal je hem niet vinden. Indien we opzoek gaan naar de scheppende kracht die wij God kunnen noemen,dan kunnen we die kracht vinden. Dan bestaat er geen onzekerheid omtrent zijn aanwezigheid en geen onzekerheid over wat we geloof kunnen noemen. God is de materie om ons heen,als de immateriële gedachte van onze geest. Wij mensen gaan er vanuit dat we een centrale plaats innemen binnen Gods schepping. We mogen die kinderlijke gedachte best behouden,doch er zullen vele intelligentere energieën bestaan,die evenals wij een beroep kunnen doen op die plaats in het universum. In de tijd van de oude Grieken bestond er geen geloof in hun goden,maar er bestond zekerheid wat het bestaan betrof. Ook vinden wij als West- Europeanen dat een meer Goden cultuur iets primitiefs inhoudt . We beschouwen zo’n polytheïstisch gerichte godsdienst als een basis waaruit de ontwikkeling naar een monotheïstisch denken heeft plaats gevonden. Ideeën dat er voor elke situatie een andere God zou bestaan die het leven van de mensen op aarde mede bepaalt,wordt nu gezien als waanvoorstellingen. Maar dit soort godendom staat dichter bij de mensen zelf,omdat ze werden gezien als entiteiten met menselijke eigenschappen,die onsterfelijk waren. Geschapen door een hogere godheid die een soort abstract begrip vormde. De huidige religies hebben eigenlijk vrijwel hetzelfde grondprincipe en toch bestrijden zij elkaar met oorlogen en terroristische aanslagen.

De werkelijkheid van de scheppende kracht zullen we nooit waarnemen zolang we een mens op aarde zijn. We kunnen slecht een poging doen om de filosofie van de scheppende energie te begrijpen. Dat God in alles aanwezig is kunnen we letterlijk opvatten. In alle elementaire deeltjes,in alle zwarte gaten,in alle gedachten,in alle vormen van menselijke creaties. In alle duale zaken,zoals het ja of nee,goed of kwaad,het yin of yang. De werkelijkheid van de spirituele filosofie zit in ons denken. Denken in een meerdimensionale werkelijkheid en weten dat alles dat bedacht kan worden een nieuwe werkelijkheid kan generen.
De waarheid is een aanname van een gekozen werkelijkheid. Alles is een expressie van de geest van de scheppende energie die we God kunnen noemen en wij spelen als mensen een mede scheppende rol.

J.J.v.Verre.

Foto overgenomen van CD cover,The Creative power of God,Gary Costello.

Literatuur:

-Trefpunt Plato,Klaus Held.Rainbow/Ambo,Baarn,1995.
-Materie als symbool van onze geest,Joop Francke.Uitg.De Kenniskwekerij.

maandag 12 juli 2010

Het Nul moment.




Dit is het moment van ultiem bewustzijn,waarin de tijd nog niet bestaat. Het moment van overgang tussen golffunctie en materiedeeltje .Een onvoorstelbaar kort moment van een triljoenste nanoseconde dat er even niets is(=10^-30 sec.).Geen bewegingsactiviteit, geen trilling, het volkomen niets. Dit overgangsmoment is een soort van Big-Bang in het kleine, in de wereld van het microkosmische.In dit ogenblik ligt alles besloten,het omnipotente van het niets,dat alles kan worden. In het oosterse denken wordt het absolute niets gezien als de opperste staat van bewustzijn. In dit nul moment zit alle kennis van het heden,verleden en toekomst opgesloten,evenals het bedachte als het nog niet bedachte. Niet alleen het denkbare,doch ook het nu nog ondenkbare.De tijdstonde die we nu kunnen meten met de snelste meettechniek bedraagt 20-attoseconde(1 attosec=10^-18 sec.) We weten uit berekeningen,dat we binnenkort nog kortere tijdsintervallen kunnen meten van ongeveer 1 yoctoseconde(=10^-24 sec.), de tijd die een quark nodig heeft om een gluon uit te zenden of de tijd die het foton nodig heeft voor het afleggen van de afstand van een atoomkern.

In de kwantummechanica wordt gesproken over de non-lokaliteit van potentiële deeltjes,welke als deeltje nog niet zijn gedetecteerd en daarmee nog niet zijn gelokaliseerd. Deze non-lokaliteit heeft als belangrijkste oorzaak,het onvermogen van waarneming. Wij blijven bij onze waarneming steken in de beperktheid van onze driedimensionale wereld. Voor een ruimer inzicht zouden we multidimensionaal moeten kunnen denken en onze onderzoeksgegevens in een ruimer kader moeten beoordelen. Een verdere integratie van de natuurkunde met de filosofie zou de mogelijkheid kunnen bieden om nieuwe wegen in te slaan die nu verborgen zijn in het nul moment van het ondenkbare.
Hoe kan nu alle informatie zijn opgeslagen in dat nul moment? Wat is informatie eigenlijk? Informatie is bewustzijn,hoe meer informatie opgeslagen ,hoe groter het bewustzijn. Ook in het allerkleinste deeltje ligt bewustzijn opgeslagen. Bewustzijn in een molecuul is zeer zeker aanwezig. Informatie heeft de potentie van beweging en trilling in zich. De trilling geeft verplaatsing van informatie en daarmee de overdracht van opgeslagen informatie. Het is in feite bewustzijnsoverdracht. Het bewustzijn is niet meetbaar. Wel kunnen we afgeleide eigenschappen van bewustzijn bij de mens meten. Zoals intelligentie,emotie e.d. De positie van het nul moment ligt buiten het duale stelsel,buiten de wereld van tegenstellingen. Op het moment nul zijn we een met het niets, met het bewustzijn van de schepper. Bij elke trilling die volgt na het nul moment,wordt de wereld opnieuw geschapen. We beleven dan het leven als een continue stroom aan informatie,die het bewustzijn genereert. Op sommige momenten kunnen we hogere frequenties opvangen doordat we met een hoger trillinggetal mee vibreren en kunnen dan de sensatie van verlichting of inzicht ervaren. Op het moment nul zijn niets en tegelijk alles wat we willen zijn en zouden kunnen zijn. Dat geeft ons de mogelijkheid om op elk moment van de dag ons leven drastisch te veranderen.
Het moment nul is met ons in staat om het verleden te herschrijven,het heden anders te beleven en de toekomst drastisch te veranderen als wij bewust willen leven in het kosmische veld van verbondenheid en ons eigen persoon niet zien als afgescheiden van het grote bewustzijn.

J.J.v.Verre.


Deze beschouwing draag ik op aan Joop Francke, uit wiens boek:"Materie als symbool van onze geest",het hoofdstuk "Het moment nul" mij heeft geïnspireerd om hierover verder na te denken.Ik heb enkele fragmenten uit dit hoofdstuk overgenomen.

Literatuur:

-Vertraagde tijd nul in foto-emissie.Dr. Andreas Battenberg.Technische Universteit.Munchen.
-Golf-deeltje dualiteit.Uit:Wikipedia.
-Materie als symbool van onze geest.Joop Francke.Uitgeverij:De Kenniskekerij.
-Electron localisatie volgende attoseconde moleculaire ionisatie.G.Sansone e.a. Nature 465.