zaterdag 10 mei 2025

Pythagorese filosofie.

 

             - Buste van Pythagoras, Museo Capitolino, Rome.



De naam Pythagoras roept bij velen direct beelden op van wiskundige formules en rechte hoeken. Toch was deze presocratische denker uit de zesde eeuw v. Christus méér dan een briljant wiskundige. Hij was een filosoof, mysticus, hervormer en spiritueel leraar. Zijn leer, die door zijn volgelingen werd voortgezet als de Pythagorese filosofie, laat zien dat filosofie niet enkel een intellectuele bezigheid is, maar een allesomvattende spirituele levenspraktijk.

Pythagoras zag de werkelijkheid als fundamenteel wiskundig van aard. “Alles is getal.” Deze uitspraak drukt een diepe spirituele overtuiging uit: dat het universum niet willekeurig is, maar gebouwd op een harmonieuze, kosmische orde die door de mens gekend kan worden. Elke getalsverhouding, elke wiskundige structuur weerspiegelt een hogere werkelijkheid, een goddelijke orde die door filosofische bespiegeling en oefening ontsluierd kan worden. Hierin ligt de sleutel tot zijn filosofie: de getallen zijn geen droge abstracties, maar symbolen van de kosmische harmonie, die ook in de mens zelf weerspiegelt wordt. Zo kan de mens worden gezien als een microkosmos in een kleine aardse wereld, die de grootsheid van de macrokosmos in zich draagt. Hierbij zijn micro- en macrokosmos elkaars spiegelbeelden. De macrokosmos is het grote geheel van het universum, de kosmos, de orde van sterren, planeten, natuurwetten en universele principes. De microkosmos is de mens, klein als lichaam, maar in wezen een weerspiegeling van dat grote geheel. Volgens deze gedachte zijn alle wetten, krachten en structuren die op kosmisch niveau bestaan ( zoals harmonie, orde, getalsverhoudingen, cycli) ook terug te vinden in de mens zelf, in zijn lichaam, geest, ziel of bewustzijn en zelfs in zijn spirituele ontwikkeling. Maar wat houdt dit nu concreet in? De menselijke ziel beweegt in cycli van groei, net als planeten in hun banen. De zeven chakra’s in de oosterse traditie of de zintuigen, vermogens en planetaire invloeden uit de westerse esoterie, corresponderen met de lagen of krachten van het universum. Het denken van de mens is in staat het universum te begrijpen, juist omdat het innerlijk al het patroon van het universum in zich draagt. Oftewel: Zoals boven, zo beneden ( volgens het Hermetisch principe). Pythagoras bedoelde hiermee dat de mens geen afgesneden, toevallig wezen is, maar een actief deel van de kosmische harmonie. Door zijn leven in lijn te brengen met die universele wetten, via ethiek, studie, muziek, stilte en oefening, kan hij de orde van het universum in zichzelf herstellen en uiteindelijk één worden met de goddelijke bron.

De Pythogoreeërs geloofden in de onsterfelijkheid van de ziel en haar reis door opeenvolgende levens. Deze zielsverhuizing was voor hen geen fatalistisch lot, maar een kans op morele en spirituele ontwikkeling. Elke incarnatie biedt de ziel de gelegenheid zich te zuiveren van haar aardse gehechtheid en dichter bij het goddelijke te komen. Deze zuivering (catharsis) gebeurt niet door geloof alleen, maar door levenslange oefening: ascese, meditatie, muziek, stilte, juist handelen. In dit opzicht lijkt de Pythagorese leer sterk op spirituele tradities uit India, waar yoga, karma en reïncarnatie centraal staan.

In tegenstelling tot de moderne academische benadering van de filosofie als theorie of analyse, beschouwden de Pythagorese filosofen deze filosofie als een levenskunst, een discipline die de mens helpt zijn ziel te zuiveren, harmonie te vinden en in overeenstemming te leven met het kosmische geheel. Hun filosofie was dus geen afgebakende intellectuele bezigheid, maar een spirituele oefening. Het gaat hierbij om zelfbeheersing, wijsheid zoeken en ethisch leven in dienst van de harmonie. Deze opvatting, later ook overgenomen door Plato en de Stoïcijnen, geeft filosofie een sacraal karakter: het is het pad van de ziel naar de goddelijke oorsprong.

De bekende Pythagorese ontdekking dat muzikale intervallen voortkomen uit eenvoudige getalsverhoudingen was voor hen geen puur muzikaal feit, maar een bewijs van universele harmonie. Muziek werd door hen gezien als een geneesmiddel voor de ziel: het herstellen van de innerlijke dissonantie door de buitenwereld af te stemmen op de orde van de kosmos. Dit idee van harmonie tussen lichaam, ziel, samenleving en universum is kenmerkend voor hun levensbeschouwing. Het roept op tot een holistische benadering van het leven waarin denken, voelen, handelen en zijn met elkaar verbonden zijn.

Samenvattend kunnen we zeggen dat de Pythagorese filosofie ons inspireert om verder te kijken dan cijfers en formules. Ze daagt ons uit om in de orde van het universum een spiegel van onszelf te zien en filosofie niet slechts te beschouwen als denken over het leven, maar als een oefening in het leven zelf. Een oefening in innerlijke harmonie, zuivering en groei naar het hogere goddelijke. In een tijd waarin filosofie vaak verengd wordt tot puur academisch denken, herinnert Pythagoras ons aan een vergeten waarheid. Namelijk dat ware wijsheid pas ontstaat wanneer hoofd, hart en ziel in harmonie samenwerken, wanneer filosofie niet alleen gedacht, maar geleefd wordt als een spirituele weg naar het eindeloze en eeuwige. De mystieke tocht naar de bron van alle zijn, de innerlijke pelgrimstocht naar het tijdloze, de bezielde reis naar het oneindige. Dan ontmoet de inmiddels verwarde ziel niet alleen het eeuwige licht, maar leidt de spirituele reis tevens naar de onvergankelijke waarheid. 


De zanger der stilte


in het begin geen woord

maar een getal

dat zong in leegte


een trilling

geen klank, maar orde

geen vorm, maar ritme

zo ontstond de wereld

als een harp gespannen

tussen hemel en aarde


Pythagoras luisterde

niet met oren, maar met ziel

hij hoorde

de muziek van vele sterren

de adem van planeten

die geen oor ooit ving


alles is getal, sprak hij

maar bedoelde

alles leeft in verhouding

jij, ik, licht en horizon

de pijn van de misstap

de zachtheid van wijsheid


hij leerde dat de ziel

een reiziger is

een vonk gevangen

in een lichaam van vlees

zoekend naar herinnering

aan de goddelijke bron


geen einde

maar cirkels van bestaan

elke daad een snaar

elke gedachte een toon


filosofie was geen boek

geen debat

het was een stil gebed

van het handelen

manier van lopen, zwijgen

een oefening in harmonie


leef zoals de sterren zingen

niet luid, maar zuiver

niet snel, maar helder

in de hemelse frequentie


wees een getal

in het grote lied

dat nooit ophoudt

te resoneren in de kosmos

maar zich steeds herhaalt

tot het gehoord wordt


J.J.v.Verre.


donderdag 1 mei 2025

Zelfzuchtigheid.

 

  - Zelfzuchtigheid, zoals Cavaggio dat zou hebben geschilderd.


Zelfzuchtigheid, ook wel egoïsme of egocentrisme genoemd, is een gerichtheid op het eigenbelang, waarbij weinig tot geen aandacht is voor de behoeften, gevoelens of rechten van anderen. Het gaat verder dan gezonde zelfzorg en wordt vaak gezien als een negatieve eigenschap die de sociale harmonie verstoort. Kenmerkend voor zelfzuchtigheid is dat prioriteit aan eigen verlangens wordt gegeven. Altijd eerst eigen behoeften vervullen, zelfs als dat ten koste gaat van anderen. Bijvoorbeeld beslissingen nemen zonder rekening te houden met de gevolgen voor anderen. Gebrek aan empathie, moeite hebben om zich in te leven in anderen of hun perspectief te erkennen. Door een vriend in nood te negeren omdat het even niet goed uitkomt. Ook manipulatief gedrag wordt aangewend voor persoonlijk gewin, zonder wederkerigheid. Door vriendelijkheid te veinzen om iets van de ander gedaan te krijgen. Het afwezig zijn van een schuldgevoel. Geen spijt tonen wanneer anderen benadeeld worden door eigen handelingen. Behoefte aan bewondering, constant bevestiging eisen, zonder interesse in de ander. De behoefte aan bewondering is een psychologisch fenomeen waarbij iemand voortdurend externe bevestiging zoekt om zijn eigenwaarde te voelen. Het gaat verder dan af en toe een compliment waarderen, het is een “afhankelijkheid” van lof, aandacht of speciale behandeling om zich goed te voelen over zichzelf. Waar deze behoefte vandaan komt is meestal wel duidelijk. Mensen die diep van binnen twijfelen aan hun waarde, zoeken compensatie via bewondering van anderen. Iemand die als kind genegeerd werd, ontwikkelt later een drang om altijd “gezien” te worden. In extreme vorm hoort dit bij trekken van een narcistische persoonlijkheid: een opgeblazen zelfbeeld dat eigenlijk fragiel is en constant moet worden gevoed. Ook maatschappelijke druk, door sociale media (likes, volgers) en prestatiecultuur (succes=waardevol zijn), versterken deze behoefte. Sociale platforms zijn ontworpen om beloningscircuits in ons brein te activeren. Zelf presentatie wordt als merk beschouwd, mensen die bewust selecteren, vormgeven en beheren van wat je online deelt, om een specifiek beeld van jezelf te creëren. Net zoals een museumconservator kunstwerken kiest voor een tentoonstelling.

Zelfzuchtigheid en altruïsme zijn als twee tegenovergestelde polen van menselijk gedrag. Zelfzuchtigheid draait om het prioriteren van eigen belang, terwijl altruïsme juist gericht is op het welzijn van anderen, vaak zonder eigen voordeel. Interessant genoeg kunnen deze twee concepten elkaar aanvullen. Bijvoorbeeld, sommige psychologen stellen dat altruïsme niet geheel belangeloos is, omdat mensen vaak voldoening of waardering halen uit het helpen van anderen. Dit wordt soms “wederkerig altruïsme “ genoemd, waarbij het altruïstisch gedrag indirect voordelen oplevert voor de persoon die het vertoont. In sociale en ethische contexten wordt altruïsme vaak gezien als een nobele eigenschap, terwijl zelfzuchtigheid als negatief wordt ervaren. Toch kan een gezonde balans tussen beide belangrijk zijn. Zelfzorg en het stellen van grenzen, wat soms als zelfzuchtig kan worden gezien, zijn essentieel voor persoonlijke groei en welzijn. Zelfzuchtigheid en altruïsme worden in verschillende culturen vaak anders geïnterpreteerd, afhankelijk van sociale normen, religieuze overtuigingen en filosofische tradities. In veel westerse culturen wordt altruïsme vaak geprezen als een nobele eigenschap, terwijl zelfzuchtigheid als negatief wordt gezien.

Auguste Comte (1798-1857) introduceerde het concept van altruïsme als een ethische doctrine, waarbij hij stelde dat individuen een morele plicht hebben om anderen te helpen, zelfs ten koste van hun eigen belangen. John Stuart Mill (1806-1873), een filosoof en econoom, benadrukt dat altruïsme een essentieel onderdeel is van het maximaliseren van het algemene welzijn. Hij zag zelfzuchtigheid als een obstakel voor sociale harmonie. Immanuel Kant (1724-1804) zijn visie op altruïsme en zelfzuchtigheid is geworteld in zijn ethische theorie, die bekend staat als de categorische imperatief. Kant geloofde dat moreel handelen gebaseerd moet zijn op universele principes die voor iedereen gelden, ongeacht persoonlijke belangen of omstandigheden. Volgens Kant is een handeling moreel juist als deze voortkomt uit plicht en niet uit eigenbelang. Hij benadrukt dat altruïsme waardevol is wanneer het wordt gedreven door een gevoel van morele verplichting, in plaats van door een verlangen naar beloning of erkenning. Dit betekent dat echte altruïstische daden niet gemotiveerd mogen zijn door zelfzuchtige redenen, maar door respect voor de morele wet. Een van zijn bekende formuleringen van de categorische imperatief luidt: “Handel alleen volgens die maxime waarvan je tegelijkertijd kunt willen dat het een algemene wet wordt “. Dit impliceert dat altruïstisch gedrag moreel verplicht is als het bijdraagt aan een rechtvaardige en harmonieuze samenleving. De maxime is in de filosofie van Kant het principe dat de aanzet geeft tot of ten grondslag ligt aan iemands handelen. Een maxime is een subjectief principe, dat gebaseerd is op wat het subject (het individu) wil. Kant maakt ook onderscheid tussen hypothetische imperatieven (handelingen gebaseerd op specifieke doelen) en categorische imperatieven ( handelingen die intrinsiek moreel zijn), waar altruïsme onder valt indien het wordt uitgevoerd zonder eigenbelang. Adam Smith (1723-1790), een van de grondleggers van de moderne economie, had een genuanceerde kijk op eigenbelang en altruïsme. Hoewel hij vaak wordt geassocieerd met het idee dat eigenbelang de drijvende kracht is achter economische vooruitgang, erkende hij ook de sociale en morele dimensies van menselijk gedrag. In de Theorie van de Morele Gevoelens benadrukt Smith dat mensen van nature empathisch zijn en zich bekommeren om het welzijn van anderen. Hij stelde dat morele oordelen voortkomen uit ons vermogen om ons in anderen te verplaatsen. Dit betekent dat eigenbelang niet puur egoïstisch is, maar vaak wordt getemperd door sociale en morele overwegingen. In zijn bekende concept “De Onzichtbare Hand “ beschreef Smith hoe individuen, door hun eigen belang na te streven, onbedoeld bijdragen aan het algemeen welzijn. Dit mechanisme werkt echter alleen binnen een context van rechtvaardigheid en sociale normen. Smith’s ideeën laten zien dat hij een diep begrip had van de complexiteit van menselijk gedrag. Hij zag eigenbelang en altruïsme niet als tegenpolen, maar als complementaire krachten die samen een harmonieuze samenleving kunnen bevorderen.

Friedrich Nietzsche (1844-1900) bekritiseerde altruïsme als een vorm van zelfverloochening en zwakte en benadrukte het belang van zelfverwezenlijking en het overstijgen van traditionele moraal. Nietzsche beschouwde altruïsme als een manier waarop mensen hun eigen kracht en potentieel onderdrukken. Hij zag het als een product van een “slavenmoraal “ waarbij zwakkere individuen waarden zoals zelfopoffering en nederigheid verheerlijken om de sterken te ondermijnen. Voor Nietzsche was de “wil tot macht “ een fundamentele drijfveer in het leven. Hij geloofde dat mensen hun eigen kracht en creativiteit moeten omarmen in plaats van zichzelf weg te cijferen voor anderen. Nietzsche pleitte voor een herwaardering van alle waarden, waarbij traditionele deugden zoals altruïsme opnieuw worden beoordeeld. Hij moedigt mensen aan om hun eigen waarden te creëren , gebaseerd op zelfverwezenlijking en persoonlijke groei. In zijn concept van de Übermensch beschreef Nietzsche een ideaal typemens dat boven traditionele moraal uitstijgt en zijn eigen waarden schept. Dit individu handelt niet uit altruïsme, maar uit een innerlijke kracht en creativiteit. Nietzsche’s ideeën zijn uitdagend en inspireren tot grondige analyse, maar zeker ook tot een zeer kritische beoordeling.

In de boeddhistische en hindoeïstische tradities wordt altruïsme vaak gekoppeld aan karma en verlichting. Zelfzuchtigheid wordt gezien als een obstakel voor spirituele groei.

In sommige Afrikaanse culturen speelt het concept van “Ubuntu “ een rol, wat betekent: “Ik ben omdat wij zijn “. Hier wordt altruïsme gezien als essentieel voor gemeenschapszin en harmonie. In veel inheemse culturen wordt altruïsme vaak verweven met respect voor de natuur en de gemeenschap. Zelfzuchtigheid kan worden gezien als een verstoring van de balans. In hedendaagse samenlevingen kan altruïsme soms worden geïnterpreteerd als strategisch, bijvoorbeeld in de vorm van wederkerig altruïsme, waarbij het helpen van anderen indirect voordelen oplevert. In de christelijke traditie wordt zelfzuchtigheid vaak geassocieerd met zonde en wordt tegenover altruïsme geplaatst. Liefde en opoffering, zoals de leer van Jezus over naastenliefde, worden als deugden beschouwd. In de esoterische tradities zoals het Rozenkruis en gnostiek denken wordt zelfzuchtigheid gezien als een illusie die de ziel afhoudt van haar ware bestemming. Anders gezegd: Uit esoterisch perspectief wordt zelfzuchtigheid vaak gezien als een misleidende kracht die de ziel afleidt van haar diepere, spirituele doel. In veel spirituele tradities wordt aangenomen dat de ware essentie van de ziel gericht is op verbondenheid, universele liefde en harmonie. Zelfzuchtigheid gericht op persoonlijke verlangens en materiële bezittingen, zou de ziel gevangen houden in een beperkte, illusoire werkelijkheid, waardoor ze haar ware potentieel niet kan realiseren. Het ego, dat zich bezighoudt met individuele identiteit, status en verlangens, kan gezien worden als een obstakel voor spirituele groei. Door het ego te overstijgen, door los te komen van egoïstische neigingen en zich te richten op iets groters, zoals mededogen, innerlijke wijsheid of een hogere spirituele werkelijkheid, zou de ziel haar ware bestemming kunnen bereiken. Alles draait om de overgang van een beperkt, op zichzelf gericht bestaan naar een ruimer bewustzijn dat zich één voelt met het universum. De New Age en andere moderne spirituele stromingen benadrukken dat zelfzuchtigheid niet per se negatief is, maar een vorm van zelfzorg kan zijn. Het idee van balans tussen geven en ontvangen wordt vaak benadrukt. Wel wordt die zelfzuchtigheid gezien als een obstakel voor spirituele groei en bewustwording. De beweging benadrukt dat een holistisch mens- en wereldbeeld, waarin alles met elkaar verbonden is en de mens deel uitmaakt van een grotere universele werkelijkheid. Zelfzuchtigheid, het egoïstisch nastreven van persoonlijke verlangens zonder rekening te houden met anderen, zou deze verbondenheid verstoren en de weg naar spirituele verlichting belemmeren. Dit betekent niet dat het individu zich volledig moet opgeven, maar eerder dat men zich bewust wordt van de illusie van af gescheidenheid en zich openstelt voor intuïtieve en gevoelsmatige benaderingen van het leven. Daarnaast worden goed en kwaad niet als absolute grootheden gezien, maar als krachten die in balans moeten worden gebracht om tot een groter geheel te komen. Dit betekent dat zelfzuchtige neigingen niet per se slecht hoeven te zijn, maar dat ze geïntegreerd moeten worden in een breder bewustzijn waarin compassie, harmonie en spirituele groei centraal staan.

Zelfzorg en zelfzuchtigheid liggen dicht bij elkaar, maar het verschil zit in de intentie en de balans. Zelfzorg is essentieel voor welzijn, het betekent dat je goed voor jezelf zorgt, grenzen stelt en je energie bewaakt. Zelfzuchtigheid ontstaat wanneer zelfzorg doorslaat en ten koste gaat van anderen. Zelfzorg kan omslaan in zelfzuchtigheid door gebrek aan empathie, door manipulatie, door een rationele onbalans of door het vermijden van verantwoordelijkheid. Een gezonde balans betekent dat je goed voor jezelf zorgt zonder anderen tekort te doen. Die gezonde balans heeft ook met liefde te maken. Zowel liefde voor jezelf als liefde voor de ander. Liefde kan een drijvende kracht zijn achter zowel zelfzorg als het geven aan anderen. Wanneer je goed voor jezelf zorgt, kun je ook beter liefde geven aan anderen. Zelfzorg helpt je emotioneel en fysiek in balans te blijven, wat relaties versterkt. Liefde creëert een gevoel van veiligheid en geborgenheid, wat essentieel is voor mentale en fysieke gezondheid. In gezonde relaties moedigen partners elkaar aan om goed voor zichzelf te zorgen, zonder dat het ten koste gaat van de ander. Liefdevolle relaties bieden een waardevolle vorm van sociale ondersteuning, wat helpt bij het omgaan met stress en tegenslagen. Liefde en zelfzorg versterken elkaar op een natuurlijke manier. Als zelfzuchtigheid zich verbindt met liefde kan zelfzuchtigheid evolueren naar een gezondere vorm van zelfliefde, waarbij iemand leert om liefde te geven zonder alleen te nemen. Ik zou dit transformatieve liefde willen noemen.


J.J.v.Verre.


donderdag 24 april 2025

Waarom moeten we zo veel van onszelf?

 

                           - We moeten zoveel van onszelf.

We moeten zoveel van onszelf omdat we in een maatschappij leven waarin prestaties, zelf verbetering en succes enorm worden gewaardeerd. Van jongs af aan leren we dat we “het goed moeten doen”: op school, op het werk, in relaties, in gezondheid, uiterlijk en zelfs in hoe we moeten ontspannen. Alles wordt een meetbare prestatie. En ondertussen zien we op sociale media alleen de hoogtepunten en triomfen van anderen, wat de lat nog hoger lijkt te leggen. Maar vaak zit daaronder ook iets diepers: een verlangen om goed genoeg te zijn. Als ik dit bereik, als ik dat volhoud, dan ben ik waardevol, dan mag ik er zijn. Die innerlijke druk komt niet alleen van buiten, maar ook van binnen.

Maar wat zou de spirituele filosofie hiervan vinden? Hoe kijkt deze traditie naar dit mensbewuste dilemma? Ze kijkt hier inderdaad heel anders tegenaan dan de maatschappij of de psychologie. Vanuit veel spirituele tradities (zoals het boeddhisme, taoïsme, Advaita Vedanta of de mystieke stromingen binnen het christendom en soefisme) komt het idee naar voren dat we in wezen al heel zijn. Dat we niet iets hoeven te worden of te bereiken om waardevol te zijn, want dat zijn we al. Die innerlijke druk om te “moeten” komt voort uit een illusie: het idee dat onze waarde afhankelijk is van onze daden of prestaties.

Het boeddhisme zegt dat het lijden ontstaat uit gehechtheid en verlangens, waaronder het verlangen om iemand te moeten zijn. Ware vrijheid ligt juist in het loslaten van die gehechtheid en terugkeren naar het hier en nu, waar niets hoeft behalve zijn. Het taoïsme benadrukt het principe van wu wei, handelen zonder geforceerde wil. Het idee is dat alles zijn natuurlijke ritme heeft en dat de mens in harmonie moet leven met de Tao (de stroom van het leven), in plaats van ertegenin te vechten met allerlei “moetens”. De Advaita Vedanta, vanuit de hindoe filosofie, stelt dat de kern van wie je bent (Altman) al één is met het goddelijke (Brahman). De zoektocht naar verbetering is als een golf die probeert oceaan te worden, terwijl ze dat altijd al was. De mystieke christelijke of soefi visies spreken vaak over de liefdevolle aanwezigheid van God die al in ons is en dat we die eerder ons behoeven te herinneren dan te verdienen. Dus in het kort gezegd: de spirituele filosofie zou zeggen dat het “moeten” voortkomt uit een vergeten van wie we in essentie zijn. Het ware werk is niet méér doen, maar juist ontleren, het afpellen van de lagen die je van jezelf vervreemden.

Dit afleren is natuurlijk geen spontane actie, maar eerder een proces van zachtjes loslaten, laten vieren, vertragen en thuiskomen in wat er al is. Er zijn manieren en hulpmiddelen welke hiervoor kunnen worden aangewend. Zoals het observeren in plaats van fixeren. In plaats van direct te reageren op het gevoel “ik moet dit, ik moet dat,” ga je het eerst opmerken. Je bijna dwangmatige gedachte onder woorden brengen. Je ziet het als een gedachte, niet als een waarheid. Bijvoorbeeld: “Ik voel de drang om productief te zijn, interessant, maar waar komt dat vandaan?” Je probeert ruimte te creëren tussen stimulus en reactie. Dat is bewustzijn. Meditatie helpt je om terug te keren naar stilte. Niet om iets te bereiken, maar juist om te ervaren dat er niks mis is met dit moment. Gewoon zitten, ademen en waarnemen wat er komt en gaat, zonder oordeel. Langzaam vervaagt de identificatie met al die innerlijke stemmen die zeggen wat je moet doen of moet zijn. Ook kan het behulpzaam zijn om je vriendelijkheid te cultiveren. Afleren gebeurt niet met discipline of strengheid, maar met zachte vriendelijkheid. De innerlijke criticus die jou voortdurend vertelt wat je moet, smelt pas als je leert luisteren met liefde in plaats van oordeel. Denk: “Wat als ik nu al genoeg ben, precies zoals ik ben?” Dat kan behoorlijk radicaal aanvoelen en heb je al je liefdegevoelens nodig om jezelf echt hiervan te overtuigen. Ook kan het helpen om terug te keren naar de eenvoud. Veel spirituele leraren wijzen op eenvoud: wandelen,stilte, natuur, creativiteit zonder doel, aanwezig zijn met wat is. Dat alles helpt je herinneren dat het leven niet per se een project is, maar een mysterie om in te rusten. Je kunt jezelf ook afvragen: Wie is het die moet? Deze vraag is afkomstig uit de Advaita Vedanta en is super krachtig. Wanneer je merkt dat je iets van jezelf moet, vraag dan: “Wie is het die dit moet doen? Wie ben ik?’ Het gaat om de vraag en niet om een antwoord. Maar door deze vraag kun je worden terug gebracht naar het besef dat je misschien veel meer bent dan dat “ikje” met al zijn rare eisen. Afleren is dus eigenlijk een vorm van thuiskomen, steeds opnieuw. Je hoeft niet alles in één keer los te laten. Elke keer dat je even stilstaat, ademt en kijkt met liefdevolle ogen, leer je langzaam een beetje af.

De vraag: Wie is het die dit moet? Blijft een super interessante vraag, die je ook stil maakt. Het lijkt klein, maar opent een diepe ruimte. “Wie is het die dit moet?” is eigenlijk een uitnodiging om te stoppen met meegaan in het verhaal en in plaats daarvan naar de verteller van het verhaal te kijken. Stel: je merkt dat je denkt “Ik moet meer mijn best doen.” Dan vraag je zachtjes: Wie is het die dat moet? En je kijkt. Niet om een slim antwoord te vinden, maar om te ervaren. Je kunt dan bemerken dat die gedachte opkomt in iets groters. Dat jij bewust bent van de gedachte. Dat er iemand kijkt, luistert en bemerkt. En die waarnemer, die stille ruimte, voelt niet gestrest, niet opgejaagd. Die is gewoon aanwezig. Dat “ikje “ dat alles moet, presteren, voldoen, bewijzen, voelt vaak klein, gespannen, geïdentificeerd met een rol of een verhaal. Maar die stille getuige in jou? Die vraagt zich niet af of je genoeg bent. Die kent jou als genoeg. Altijd al. Je zou de vraag dus vaker kunnen gebruiken, als het innemen van medicatie. Wie is het die dit wil? Wie is bang? Wie is het die moet veranderen? En dan beslist geen antwoord willen formuleren, maak kijken en voelen.

Je kunt er ook voor zorgen dat het ik niet teveel moet plannen, want te veel plannen en het niet kunnen waarmaken lokt zeker frustratie uit. Want dat moeten zit vaak verstopt in onze planning: we proberen grip te krijgen op de chaos of onzekerheid, maar als het te strak wordt, gaat het knellen. Als het “ik” steeds probeert het leven onder controle te houden via plannen, dan wordt elk moment een projectie van de toekomst, in plaats van een ervaring van het nu. En als het dan misloopt, dan komt de frustratie, het schuldgevoel, het falen. Misschien schuilt hier nog wat moois in, dat het “ik” niet hoeft te stoppen met plannen, maar dat het leert om losser te plannen. Met ruimte voor het leven en voor die zaken die nog belangrijker zijn. Met zachtheid voor wanneer het anders loopt. Niet: “Ik moet morgen dit, dat en dat af hebben”, maar: “Morgen wil ik hiermee beginnen en ik zie wel hoe het loopt.” Niet: “Ik mag pas ontspannen als alles klaar is”, maar: “Rust en ritme horen óók bij mijn dag.” En als het niet lukt, ligt dat niet aan mijn waarde als mens. Je zou een planning ook bewust spiritueler of zachter kunnen maken. Door op te schrijven bij je planlijstje: “Alleen dit moment is echt.” Of je begint de dag met een intentie en geen tien doelen. Of je stelt jezelf halverwege de dag de vraag: Ben ik nog aanwezig bij alles wat ik doe, of zit ik alweer in wat moet?

Maar hoe kijkt de meerderheid van nuchtere mensen naar de eerder genoemde opmerkingen? Met deze vraag worden twee werelden samengebracht: de spirituele benadering van “loslaten” en het nuchtere, praktische denken van “doe normaal en zorg dat je je zaken op orde hebt “. De meerderheid van nuchter denkende mensen, die meestal rationeel, praktisch en resultaat gericht zijn, zal vaak zeggen: “Natuurlijk moet je dingen van jezelf, anders kom je nergens”. Als je niets plant, komt er niets van”. “Je moet gewoon wat discipline hebben, klaar!” “Het leven is nu eenmaal druk en hectisch, waarmee je moet weten om te gaan. Voor veel mensen geeft plannen en controle een gevoel van veiligheid en richting en dat is op zich heel begrijpelijk. Als je het idee van “je hoeft niets van jezelf” zegt tegen iemand die midden in werkdruk zit of in een opvoeding dilemma of vlak voor een deadline, kan dat al snel klinken als totaal naïef of zweverig en vaag. Of kan worden opgevat als een buitensporige luxe. Maar dat wil niet zeggen dat het één waar is en het ander niet. Nuchterheid en spiritualiteit kunnen naast elkaar bestaan, sterker nog, ze kunnen elkaar versterken. De nuchtere blik helpt je om dingen te doen, die is praktisch gericht op actie en verantwoordelijkheid. Vanuit deze blik stel je doelen, maak je plannen, kom je op tijd, regel je je administratie, zorg je voor je gezin, je werk en je gezondheid. Het is de stem die zegt: “Zet gewoon even door”. De spirituele kijk helpt je om dingen te dragen. Die gaat niet over wat je doet, maar over hoe je aanwezig bent in wat je doet, vooral als het moeilijk wordt. Het is de blik die ruimte maakt voor mildheid, aanvaarding, overgave, vertrouwen en innerlijke rust. Die zegt dingen als: “Je bent al genoeg, ook als het niet lukt”. Een nuchter mens kan baat hebben bij het besef dat niet alles af hoeft. En een spiritueel mens mag soms ook doorwerken om zijn belastingaangifte op tijd in te leveren. De meeste mensen zullen het herkennen, de druk, het moeten, maar misschien niet meteen openstaan voor het idee dat ze dat zouden kunnen loslaten. Vaak pas als ze vastlopen, burn-out raken of voelen: dit gaat zo niet meer. Dan pas komt er ruimte voor iets anders vrij. Vaak zal je tussen die twee werelden in staan. Tussen het verlangen naar rust en het gevoel van: ja, maar ik moet toch gewoon dóór! Samengevat zou je kunnen zeggen: De nuchtere blik helpt je functioneren in de wereld en de spirituele blik helpt je vrijer te zijn binnen die wereld. Ze kunnen worden gezien als twee vleugels, maar je kunt pas vliegen als je ze allebei gebruikt. Alleen maar dóén maakt je moe. Alleen maar zijn maakt je misschien passief. Maar samen brengen ze balans en balans is misschien wel het sleutelwoord. Te veel nuchterheid zonder de spirituele zachtheid erbij kan leiden tot uitputting, controle zucht en het gevoel nooit genoeg te zijn. Je leeft dan vooral van buiten naar binnen. Te veel spiritualiteit zonder aarding in het dagelijks leven kan leiden tot passiviteit, vaagheid of zelfs ontkenning van verantwoordelijkheden. Je leeft dan vooral van binnen naar buiten, maar mist soms richting of stevigheid. De kracht zit in de wisselwerking. Met balans bedoel ik, weten wanneer je moet doorzetten en wanneer je beter kunt loslaten. Wanneer je mag plannen en wanneer je moet voelen. Wanneer je iets moet regelen en wanneer je gewoon moet ademen. Balans betekent dat je innerlijke leiding belangrijker wordt dan externe verwachtingen of rigide systemen. Het is niet zozeer een balans tussen twee uitersten, maar balans in jezelf. Een soort van afgestemde aanwezigheid, een manier van in het moment zijn, waarin je afgestemd bent op wat er werkelijk in jou leeft en op wat de situatie vraagt, zonder jezelf te forceren of te verliezen. Waar jij voelt: “ dit klopt nu voor mij ”.


 Waarom moeten we zoveel?

een harde eis of roepen we dit zelf

dat moet ik weer doen van mezelf

hoger, verder, een eindeloze strijd

een schaduw die je volgt in de tijd


het streven naar perfectie misschien

maar vergeten te voelen en te zien

schoonheid van rust, simpel bestaan

waarin we te kort stil blijven staan


waarom die lichte pijn in ons hoofd

terwijl liefde ons meestal verdoofd

probeer te leren, minder te vragen

meer het juiste gevoel te dragen


luisteren naar mijn innerlijke stem

woordeloos als een onzichtbare rem

die mijn zorgelijke bestaan behoedt

voor een leven dat nog groeien moet


haar slaafsheid vermomt in kracht

die de dwangmatige weg veracht

het moment van verlichting is daar

jezelf ontmoeten is niet raar


J.J.v.Verre.


vrijdag 11 april 2025

Ken uzelf.

 


 “ De mens denkt zichzelf te zijn, maar is slechts een gedachte. Wie zichzelf kent, verdwijnt en wordt alles”.

               - Nisargadatta Maharaj, Indiase spirituele leraar(1897-1981). Foto.



Een vaak onderbelicht begrip uit de spirituele filosofie is “Ken uzelf”. Hoewel het een klassiek principe is, wordt de diepte en praktische toepassing ervan regelmatig over het hoofd gezien. Ken Uzelf is een oud Grieks Aforisme wat wordt toegeschreven aan de filosoof Socrates, doch Socrates populariseerde dit korte statement. Gnothi seauton (ken uzelf), zijn de wijze woorden, in marmer met gouden letters uitgebeiteld, die prijkten boven de tempel van Apollo, de plaats waar de oude Grieken het Orakel van Delphi raadpleegden. Socrates zelf had een ambivalente relatie met aforismen, afhankelijk van hoe ze werden gebruikt. Socrates wantrouwde statements die als afgeronde wijsheden werden gepresenteerd. Ze konden nogal dogmatisch overkomen(alsof de waarheid vaststond), terwijl hij juist twijfel en onderzoek centraal stelde. Ze kunnen misleidend zijn zonder context. Ze konden een vorm van lui denken bevorderen. Aforismen riskeren oppervlakkige acceptatie. Voor Socrates moest een aforisme een startpunt zijn en geen eindpunt. Hij kon de aforismen waarderen mits ze aanzetten tot dialoog(niet tot passief aanvaarden). Ze moesten erkennen dat wijsheid een proces is(geen vaststaand feit). Ze moesten immer bescheidenheid uitstralen, zoals zijn eigen aforisme: “Ik weet dat ik niets weet”. Misschien wel de zin met de diepste vorm van intellectuele nederigheid. Hij gebruikte de term Ken Uzelf als leidend motief bij de benadering van kennis over de werkelijkheid. "Hoe kan iemand iets kennen, als hij zichzelf niet kent? Wie kent er dan? En wat is de waarde van zulke ongegronde kennis?" Hij leek vooral zelf op zoek naar die ultieme kennis van het diepste zelf, waarzonder men niets echt kent.*

Maar waarom is het begrip “Ken uzelf ” nu onderbelicht? Veel mensen zien het als een algemene oproep tot zelfreflectie, maar het omvat veel meer. Zoals het doorzien van illusies(maya), het herkennen van het ware Zelf(Atman/Bewustzijn) en het loskomen van identificaties met het ego. In een wereld vol prikkels is diepe zelfonderzoek vaak ondergeschikt aan snelle zelfhulp of oppervlakkige spiritualiteit. Echt zelfkennis vereist het onder ogen komen van schaduwkanten, conditioneringen en angsten, zaken waar velen voor terugdeinzen. Socrates en Heraclitus benadrukten het als weg naar wijsheid: wie zichzelf kent, kent het universum. Zonder zelfkennis blijven spirituele oefeningen(meditatie, gebed en yoga) vaak beperkt tot technieken in plaats van transformatie. Het is de basis voor authentieke groei, compassie en bevrijding uit het lijden.

Zelfkennis en zelfreflectie zijn beide essentieel voor persoonlijke groei en begrip, maar ze hebben verschillende doelen en toepassingen. Zelfkennis is het diepgaande begrip van je eigen karakter, waarden, sterktes, zwaktes en doelen. Het gaat om de essentie wie je bent als persoon op een fundamenteel niveau. Het streven naar zelfkennis draait vaak om het ontwikkelen van een duidelijk beeld van je eigen identiteit en levenspad. In spirituele context kan zelfkennis leiden tot een hoger bewustzijn. Zelfkennis ontstaat meestal over een langere periode en kan worden opgebouwd door introspectie, ervaringen en leren van je keuzes en gedragingen. Het idee van zelfkennis overstijgt religieuze en culturele grenzen en is een uitnodiging om een leven te leiden dat geworteld is in bewustzijn en waarheid. Het benadrukt dat ware wijsheid begint bij een diep begrip van jezelf. Zonder zelfkennis leven we vaak op de automatische piloot of naar verwachtingen van anderen. Dan denken we dat we kiezen, terwijl we eigenlijk reageren. Ken uzelf, is een uitnodiging om te doorzien waarom je doet wat je doet. Wie zichzelf kent, kan ook beter de ander begrijpen. Je projecteert minder, communiceert helderder en neemt verantwoordelijkheid voor je eigen emoties. In een wereld vol met prikkels en belevingen is zelfkennis een innerlijk kompas. Het helpt je koers te houden, ook als het om je heen stormt. Ken uzelf is geen eindpunt, maar een levenslang proces. Het is een uitnodiging om op een eerlijke wijze, met nieuwsgierigheid en op milde manier, naar jezelf te kijken. Maar het is ook de basis voor groei, verbinding en innerlijke vrijheid.  Zelfreflectie is een actieve praktijk waarbij je nadenkt over je gedachten, gevoelens, daden en acties in specifieke situaties. Hierbij kunnen acties worden opgevat als algemene handelingen, fysieke of mentale bewegingen, zonder noodzakelijkerwijs een moreel oordeel. Terwijl daden vaak worden beschouwd als bewuste, doelgerichte handelingen met een duidelijke intentie. Ze hebben een diepere betekenis en worden soms beoordeeld op hun ethische waarde. Zelfreflectie is een proces van evaluatie en analyse. Het doel van zelfreflectie is gericht op leren van je gedrag en je effectiviteit verbeteren. Met effectiviteit verbeteren bedoel ik niet per se efficiënter of productiever worden in traditionele zin, maar meer dat het gaat om persoonlijke groei en de manier waarop je handelt, voelt en omgaat met anderen en met jezelf.  Het is vaak praktisch en situationeel, zoals het reflecteren op hoe je reageerde in een conflict. Het proces verloopt meestal korter en specifieker dan zelfkennis, zoals het evalueren van een recente ervaring om er lessen uit te trekken. Zelfreflectie is een methode, een werktuig dat je helpt om zelfkennis te ontwikkelen. Het is alsof zelfreflectie een reeks momenten biedt om naar jezelf te kijken, terwijl zelfkennis het grotere, onderliggende beeld vormt dat je door reflectie ontdekt.

In de Advaita Vedanta traditie, waar Nisargaatta Maharaj een belangrijke figuur was, betekent “ken uzelf” de erkenning dat je niet het ego, de gedachten of de lichamelijke identiteit bent, maar dat je het onvergankelijke, oneindige bewustzijn bent, hetzelfde als Brahman, de ultieme realiteit. Het idee is dat, door jezelf te kennen als dat wat je werkelijk bent, je bevrijd wordt van lijden en misleiding en je de eenheid van alles zult ervaren.

In bredere zin nodigt “ken uzelf “uit tot reflectie over wie je werkelijk bent, los van externe invloeden, sociale rollen of materiële bezittingen. Het draait om het doorzien van je diepste aard en het begrijpen van je plaats in de wereld. Het is eigenlijk een oproep tot introspectie en zelfbewustzijn, niet alleen op een intellectueel niveau, maar op een diep innerlijk niveau, waar je de waarheid van je bestaan kunt ervaren, als de sluier van de illusie door de energie van het licht is gesublimeerd.

Zelfreflectie kan een krachtig hulpmiddel zijn om je persoonlijke groei te bevorderen en meer bewust te leven. Er zijn wel enkele manieren hoe je dit in het dagelijks leven kunt toepassen. Ruim dagelijks een paar minuten in om in stilte na te denken over je beleefde dag, je keuzes en je gevoelens. Dit kan gebeuren vlak voor het slapen of  's ochtends vroeg. Stel jezelf de volgende vragen: Wie ben ik echt, los van mijn rollen en prestaties? Wat zou ik anders willen doen, als ik mezelf echt de ruimte gaf? Hoe voelde ik mij vandaag en waarom? Waar ben ik tevreden over geweest en waar ontevreden? Welke emoties hebben mij doen wankelen en waarom was dat? Het behoeven zeker geen diepzinnige vragen te zijn om je inzicht in je gedrag en emoties beter te kunnen begrijpen. Soms ligt de kracht juist in eenvoudige, directe vragen die je even stil laten staan bij wat er speelt. Zoals de vraag: Wat ging er goed vandaag? Wat voelde fijn vandaag en waarom? Waardoor werd ik geïrriteerd en hoe kwam dat nu? Wat gaf me rust vandaag? Wat had ik liever anders gedaan vandaag? Ook schrijven is een effectieve manier om je gedachten en gevoelens te ordenen. Je kunt een dagboek bijhouden om te noteren wat je hebt geleerd, waar je trots op bent en wat je nog anders zou willen doen. Ook meditatie kan voor sommige mensen een manier zijn om verbinding te maken met hun innerlijke zelf en op die manier te concentreren en ook rust te vinden. Meditatie moedigt je aan om je gedachten zonder oordeel te observeren. Door regelmatig te mediteren, creëer je een mentale ruimte waarin je jezelf kunt afvragen wat je waarden en doelen zijn en hoe je leeft in lijn met die overtuigingen. Dit helpt je ook om patronen in je denken en gedrag te herkennen, wat essentieel is voor zelfreflectie. Ook kan het zinvol zijn om anderen te vragen om feedback te geven, want veelal zien vrienden, familieleden of collega's dingen van ons, die we zelf niet opmerken. Zelfreflectie draait niet alleen om verbetering, maar ook om acceptatie. Iedereen heeft nu eenmaal sterke en zwakke punten. Door regelmatig zelfreflectie toe te passen, kun je beter begrijpen wat je motiveert en wat je kunt doen om een leven te leiden dat in lijn is met jouw waarden en doelen. Omarm wie je bent met het aforisme Ken uzelf. En met deze zin wil ik een warme, menselijke dimensie terugbrengen in een gedachte die soms te veel rationeel wordt benaderd. Ik ben jij en jij bent mij. Wij zijn zij, met ons erbij.

J.J.v.Verre.


             -Het Orakel van Delphi, gewijd aan Apollo, god van de zon.

Bronvermelding:

-  Citaten van Socrates, citaten.net/ Wikipedia.*
-  Orakel van Delphi, nl.wikipedia.org.
-  Nisargadatta Maharaj, nl.wikipedia.org.

 Ken Uzelve


gouden letters weerspiegelen

in het licht van machtige Apollo

het gekraai van priesteressen

schaart zich om de heerser


wijsheid daalt als avonddauw

maar wie verstaat haar taal?

orakel liegt niet, maar toch

ziet elke ziel slechts wat zij wil


goden lachen in hun schijn

hun raadselen zijn scherven

wie waagt te kijken, lang en diep

vindt slecht zichzelf in ‘t duister


ken uzelve, maar wee de geest

die meent het oordeel te dragen

wie waarheid werkelijk vreest

zal nimmer het licht verdragen

                  ---



donderdag 27 maart 2025

Spirituele filosofie in de Hindoestaanse cultuur.

 

- Reliëf afbeelding van het goddelijke wezen Vishnu, Norton Simon Museum, Pasadena

Met deze beschouwing wil ik de spirituele filosofie in de Hindoestaanse cultuur bespreken en de verschillen schetsen in vergelijking met de spirituele en filosofische opvattingen in de westerse cultuur, qua begrip, ethiek en betekenis.

De spirituele filosofie in de Hindoestaanse cultuur is rijk en divers, geworteld in een traditie die al duizenden jaren bestaat. Als we denken aan de Veda’s dateren die al van 1500 jaar voor Christus. Wat betreft een zekere datering blijft dit altijd moeilijk, omdat deze geschriften oorspronkelijk mondeling werden overgeleverd voordat ze op schrift werden gesteld. De Hindoestaanse cultuur omvat een breed scala aan overtuigingen, praktijken en geschriften die diep verbonden zijn met religie, spiritualiteit en de zoektocht naar zingeving.

De belangrijkste concepten, die het fundament vormen van de Hindoestaanse spirituele filosofie zijn: Brahman, Atman, Dharma, Moksha, Karma, Samsara, Ahimsa, Meditatie en Yoga.

Brahman is een van de meest centrale pijlers in de Hindoestaanse filosofie. Het wordt beschouwd als de ultieme, onpersoonlijke realiteit en de bron van alles wat bestaat. Het is moeilijk om Brahman volledig te beschrijven, omdat het boven menselijke begrippen en taal uitstijgt. Er zijn wel enkele kernideeën welke helpen om de bron van het ultieme, onbegrensde alles, Brahman beter te begrijpen. Brahman wordt gezien als oneindig en zonder fysieke vorm. Het is overal aanwezig en overstijgt tijd, ruimte en materie. Brahman is de hoogste waarheid en realiteit. Het is de bron van alle energie en materie in het universum en de kern van al het bestaan. Brahman staat voor de eenheid achter de schijnbare diversiteit van de wereld. Alles wat we zien en ervaren, is een manifestatie van Brahman. In de Hindoestaanse filosofie wordt gezegd dat de Atman (individuele ziel) hetzelfde is als Brahman. Het besef van deze eenheid wordt beschouwd als een van de hoogste vormen van spirituele verlichting. Brahman wordt vaak in contrast gebracht met de concepten van Maya (illusie ) en Samsara (cyclus van geboorte en dood ), omdat het begrijpen van Brahman betekent dat men deze illusie overstijgt.

Atman is een centraal concept in de Hindoestaanse spirituele filosofie en verwijst naar de individuele ziel of het ware zelf van een persoon. Atman wordt gezien als de kern van iemands wezen, voorbij fysieke, emotionele en mentale aspecten. Het is het zuivere, onveranderlijke zelf dat bestaat buiten tijd en ruimte. In de filosofie van Advaita Vedanta wordt Atman vaak beshouwd als één met Brahman, één met het universele, onpersoonlijke absolute. Atman wordt gezien als onsterfelijk en voorbij de cyclus van geboorte en dood (samsara). Het doel van spirituele beoefening in het hindoeïsme is het realiseren van de eenheid tussen Atman en Brahman. Dit proces, bekend als moksha, bevrijdt een individu van illusies en bindingskracht van de materiële wereld. Atman wordt beschouwd als volledig los van de fysieke wereld, inclusief het lichaam en de zintuigen. De materiële wereld, met al haar veranderingen, wordt als vergankelijk en illusoir (maya) beschouwd, terwijl atman eeuwig en onveranderlijk is. Deze scheiding benadrukt dat ware kennis niet gaat over uiterlijke materie, maar over innerlijke realisatie. Het doel van spirituele oefening is om te beseffen dat je atman bent en niet je tijdelijke lichaam of ego. Deze staat van bewustzijn, waarbij men zichzelf als atman herkent, is een directe ervaring van waarheid en verlichting. Onwetendheid (avidya ) is wat ons verhindert atman te zien, maar dit wordt overwonnen door kennis (jnana ), meditatie en spirituele oefening. Door te leven met het bewustzijn van je atman, kun je transcenderen boven dagelijkse zorgen, angsten, verlangens en gehechtheid. Het helpt om een staat van innerlijke vrede en onverstoorbaarheid te bereiken. Het idee benadrukt ook universele eenheid, want als iedereen atman is, betekent dit dat er geen scheiding is tussen individuen op een diep spiritueel niveau. Samenvattend zou je kunnen zeggen dat atman een concept is dat ons uitnodigt om voorbij de oppervlakkige lagen van ons bestaan te kijken en ons ware, tijdloze zelf te ontdekken en te ervaren.

Dharma is een kernbegrip in de Hindoestaanse filosofie en kan het beste worden omschreven als een complexe en veelzijdige leidraad voor het leven. Het kent geen exacte vertaling, maar wordt vaak beschreven als “plicht”, “levenspad “ of “harmonie met de kosmische orde “. Dharma vertegenwoordigt de kosmische wet en orde die het hele universum en het leven regeert. Tegelijkertijd heeft het een persoonlijke dimensie, want elk individu heeft een unieke dharma gebaseerd op zijn of haar rol in het leven, zoals familieverantwoordelijkheden, sociale posities of professionele verplichtingen. Het begrip is flexibel en kan variëren afhankelijk van omstandigheden. Wat juist is voor een president, is niet altijd hetzelfde voor een student of een huisvader. Dharma nodigt mensen uit om bewust te handelen in harmonie met hun specifieke situatie, terwijl ze het grotere geheel in gedachten houden. De concepten van dharma zijn verweven met de vier levensstadia in het Hindoestaanse wereldbeeld: De Brahmacharya (studententijd), het verkrijgen van kennis en discipline. Grihastha ( huishoudelijk leven ), het naleven van gezinsplichten. Vanaprastha ( kluizenaarschap ), het doorgeven van wijsheid en het afstand nemen van materiële zaken. Sannyasa ( afstand van de wereld ), volledige toewijding aan spirituele groei. Handelen volgens dharma betekent ook het naleven van ethische principes zoals waarachtigheid ( Satya ), geweldloosheid ( Ahimsa ) en compassie. Deze waarden helpen bij het behouden van balans en harmonie, zowel in jezelf als in de wereld om je heen. Door je dharma correct te volgen, kun je geleidelijk spirituele vooruitgang boeken. Dharma wordt vaak gezien als een van de stappen op weg naar Moksha ( bevrijding uit de cyclus van wedergeboorte ). Dharma heeft unieke kenmerken die het onderscheiden van andere ethische systemen, terwijl het soms ook overlapt met universele morele principes. Dharma gaat verder dan enkel ethiek, het is nauw verweven met het idee van kosmische orde. In tegenstelling tot veel westerse ethische systemen die vaak gericht zijn op interpersoonlijke relaties en moraal, benadrukt dharma een diepe verbondenheid met de natuur, het universum en spirituele groei. Dharma is flexibel en afhankelijk van tijd, plaats en persoonlijke omstandigheden. Dit staat in contrast met veel westerse ethische systemen, zoals het deontologische perspectief van Kant, waar universele regels centraal staan, ongeacht de context. In dharma kan wat juist is voor één persoon in bepaalde situaties niet juist zijn voor een ander. Dharma erkent dat ieder individu een unieke rol heeft in het leven en dat ethisch handelen moet passen bij die specifieke rol. Veel traditionele ethische systemen hebben meer een algemeen toepassingsgebied, zonder rekening te houden met persoonlijke variaties. Dharma is niet alleen een code voor sociaal gedrag maar ook een middel tot moksha (spirituele bevrijding ). Westerse ethische systemen zijn vaak pragmatisch en gericht op het maximaliseren van welzijn, maar missen deze directe spirituele doelstelling. In dharma wordt ethiek gezien als onderdeel van een groter levenspad dat verbonden is met gezondheid, meditatie, rituelen en gemeenschapsleven. Westerse ethiek concentreert zich vaak meer op moraliteit in een specifieke context, zoals juridische of intermenselijke kwesties. Dharma werkt in harmonie met karma, waarbij acties en hun gevolgen niet alleen van invloed zijn op het huidige leven maar ook op toekomstige incarnaties. Dit lange termijn perspectief verschilt van de meer kortzichtige benaderingen in sommige ethische systemen. Het holistische, contextuele en spirituele karakter van dharma maakt het uniek en uitdagend.

Moksha is ook een kernbegrip in de Hindoestaanse spiritualiteit en filosofie. Het wordt gezien als het ultieme doel van het menselijk bestaan, namelijk de bevrijding uit de cyclus van wedergeboorte             ( samsara ) en het bereiken van een staat van eeuwige vrijheid, rust en eenheid met het goddelijke. Moksha betekent letterlijk “bevrijding “of “verlossing “. Het gaat om het loslaten van de beperkingen van de materiële wereld, zoals verlangens, ego en karma ( de gevolgen van acties ). Het wordt gezien als de hoogste spirituele verwezenlijking waarin de ziel( atman ) samensmelt met de absolute realiteit    ( Brahman ) of wordt bevrijd van aards lijden. Het bevrijdt de ziel van de eeuwige cyclus van geboorte, dood en wedergeboorte ( samsara ). Het bereiken van moksha vereist een combinatie van spirituele beoefening en diepgaande innerlijke transformatie. Hiervoor zijn verschillende benaderingen mogelijk, zoals Jnana Yoga ( pad van kennis ) : Zelfkennis en inzicht in de ware aard van de ziel en realiteit. Bhakti Yoga ( pad van toewijding ): Onvoorwaardelijke liefde en toewijding aan een goddelijke vorm. Karma Yoga ( pad van onbaatzuchtig handelen ): Handelen zonder gehechtheid aan de resultaten. Raja Yoga ( pad van meditatie ): Innerlijke discipline en meditatie om de geest te beheersen en de waarheid te ervaren. Moksha wordt vaak beschreven als een staat van volledige vrede, gelukzaligheid ( ananda ) en vrijheid. Het overstijgt fysieke en emotionele ervaringen en brengt een gevoel van diepgaande eenheid met het universum. In sommige Hindoestaanse tradities wordt Moksha gezien als een eenwording met het goddelijke ( Brahman ), terwijl in andere het de individuele ziel is die blijft bestaan in een eeuwige en harmonieuze staat. Moksha is een diep filosofisch en persoonlijk concept dat vaak reflectie en introspectie vereist.

Karma is eveneens een fundamenteel concept in de Hindoeïstische filosofie en verwijst naar de wet van oorzaak en gevolg. Dat wil zeggen dat elke handeling of die nu fysiek, verbaal of mentaal is, consequenties heeft. Het woord “Karma “ komt uit het Sanskriet en betekent letterlijk “actie” of     “daad “. De kern van het begrip is dat elke actie een bijbehorende reactie teweegbrengt. Dit kan in je huidige leven merkbaar zijn, maar ook in toekomstige levens, aangezien karma nauw verbonden is met de cyclus van wedergeboorte ( samsara ). Karma kan worden verdeeld in drie categorieën: Sanchita Karma: Dit is het verzamelde karma van je vorige levens. Zoiets als een archief van al je daden, zowel de goede als de slechte. Prarabdha Karma: Dit is het deel van je karma dat je huidige leven beïnvloedt. Het omvat de ervaringen die je nu ondergaat. Agami Karma: Dit zijn de gevolgen van de acties die je in huidige leven doet en dit zal je toekomstige leven beïnvloeden.

Goede daden, zoals eerlijkheid, behulpzaamheid en compassie, leiden tot positief karma. Dit brengt positieve gevolgen in je leven. Terwijl negatieve daden, zoals onrecht, geweld en kwaadsprekerij, een negatief karma veroorzaken, wat tot ongewenste ervaringen kan leien. Een belangrijk element in het begrijpen van karma is dat de intentie achter een handeling ook een rol speelt. In de Bhagavad Gita wordt nishkama karma aangemoedigd, handelen zonder gehechtheid aan resultaten. Dit betekent dat je je plichten vervult zonder obsessief bezig te zijn met wat je er voor terugkrijgt. Karma erkent dat je verleden invloed heeft op je huidige omstandigheden, maar biedt ook ruimte voor de vrije wil. Door bewuste keuzes te maken, kun je nieuw karma creëren dat je toekomst positief beïnvloedt. Karma is niet alleen een ethisch of filosofisch concept, maar ook een middel voor spirituele groei. Het nodigt je uit om verantwoordelijkheid te nemen voor je daden en bewuster te leven. Karma benadrukt de verbinding tussen oorzaak en gevolg en moedigt mensen aan om hun leven met integriteit en bewustzijn te leiden.

Samsara is ook een kernbegrip in de Hindoestaanse filosofie, maar ook in het boeddhisme en jainisme. Het verwijst naar de eeuwige cyclus van geboorte, dood en wedergeboorte waarin levende wezens gevangen zitten. Het wordt beschouwd als een wereld van voortdurende verandering, lijden en onwetendheid. Samsara betekent letterlijk “doorgang “of “stroom “ en beschrijft de eindeloze herhaling van levensfasen: geboorte, dood en reïncarnatie. Het wordt vaak afgebeeld als een rad, wat symboliseert dat we vastzitten in een kringloop zonder begin of einde. Waarom raken we gevangen in samsara? Door Avidya ( onwetendheid ), doordat we de ware aard van de werkelijkheid niet kennen. Mensen identificeren zich ten onrechte met hun fysieke en emotionele zelf in plaats van hun eeuwige ziel (atman). Door de gevolgen van onze daden( goede of slechte ) bepalen de omstandigheden van onze volgende geboorte. Samsara blijft voortduren zolang we nieuwe karma blijven creëren door onze acties en verlangens. In de filosofie wordt samsara gezien als een wereld van lijden (Dukkha), het leven is inherent onvolmaakt en gevuld met uitdagingen en pijnen. Alles in samsara is tijdelijk, is vergankelijk, wat leidt tot een constant gevoel van onzekerheid en verlies. Het uiteindelijke doel in de Hindoestaanse filosofie is om aan samsara te ontsnappen door moksha te bereiken of spirituele bevrijding. Dit wordt weer mogelijk gemaakt door het eerder genoemde begrip zelfrealisatie (atman erkennen als één met Brahman ). Het oplossen van karma door onbaatzuchtig handelen en juiste intenties. Door het overwinnen van gehechtheid aan verlangens en het loslaten van onwetendheid. Samsara symboliseert meer dan alleen fysieke wedergeboorte, het verwijst ook naar mentale cycli van gehechtheid, verlangen en verdriet in het dagelijks leven. Bevrijding van samsara betekent niet alleen het beëindigen van fysieke reïncarnatie, maar ook het overstijgen van wereldse beperkingen en lijden. Samsara roept mensen op om na te denken over hun daden en het grotere spirituele doel in hun leven.

Ahimsa betekent letterlijk “niet-schaden “ of “geweldloosheid “en is een centraal ethisch principe in de Hindoestaanse filosofie, evenals in het boeddhisme en jainisme. Het is niet alleen een fysieke praktijk, maar ook een spiritueel en moreel ideaal dat diepe betekenis heeft in het dagelijks leven. Ahimsa verwijst naar het vermijden van schade, zowel in gedachten, woorden als in daden, tegen alle levende wezens. Het impliceert compassie, vriendelijkheid en respect voor het leven in al zijn veelzijdige vormen. In de Hindoestaanse traditie wordt Ahimsa niet alleen gezien als ethische verplichting, maar ook als een spirituele praktijk die helpt bij het bevorderen van harmonie en het reduceren van negatief karma. Het overstijgt fysieke geweldloosheid en omvat ook het vermijden van mentale en emotionele schade, zoals haatdragende gedachten of kwetsende woorden. Veel mensen volgen een vegetarische of veganistische levensstijl als uitdrukking van Ahimsa, omdat het doden van dieren wordt gezien als een schending van geweldloosheid. Het oefenen van geduld, tolerantie en vergevingsgezindheid valt ook onder Ahimsa. Dit kan betekenen dat men conflicten vreedzaam oplost. Ahimsa kan zich ook manifesteren in sociale activisme, zoals het bevorderen van vredesinitiatieven of het beschermen van milieurechten. Het begrip Ahimsa kreeg wereldwijde aandacht door de praktijk van Mahatma Gandhi, die het gebruikte als filosofische basis voor zijn geweldloze bewegingen tegen de koloniale overheersing in India. Zijn concept van Satyagraha (waarheidskracht ) is nauw verbonden met Ahimsa. Het naleven van Ahimsa kan ingewikkeld zijn, vooral in situaties waarin geweld moeilijk te vermijden lijkt. Er zijn uiteenlopende interpretaties van hoe strikt dit principe gevolgd moet worden. Sommige tradities beschouwen de intentie achter een handeling als belangrijker dan de handeling zelf. Hierbij wordt bedoeld dat de motivatie of intentie achter een handeling een belangrijkere factor is bij het bepalen van de ethische waarde dan de feitelijke handeling zelf. Als een persoon bijvoorbeeld een insect doodt terwijl hij probeert iets te redden, kan deze actie niet als schending van Ahimsa worden gezien, omdat de intentie mededogend en geweldloos was. In veel westerse ethische benaderingen is het naleven van de regel vaak strikter en belangrijker dan de intentie. Daartegenover staat dat in sommige oosterse tradities het morele bewustzijn en de innerlijke motivatie meer nadruk krijgen. Het idee achter dit principe is dat handelen vanuit een zuivere intentie niet alleen ethisch juist is, maar ook leidt tot spirituele groei. Het helpt om gehechtheid aan resultaten los te laten en karma te zuiveren.

Meditatie en Yoga zijn eveneens centrale praktijken in de Hindoestaanse filosofie en spiritualiteit, ontworpen om het lichaam, de geest en de ziel in harmonie te brengen. Meditatie( Dhyana ) is een diepe, bewuste praktijk die gericht is op innerlijke rust, zelfreflectie en spirituele verbinding. Het speelt een belangrijke rol in verschillende spirituele tradities van het hindoeïsme. Het doel naast het kalmeren van de geest, het loslaten van afleidingen, het bereiken van zelfbewustzijn en spirituele groei, is ook het verbinding zoeken met de hogere realiteit ( Brahman ). Er zijn heel veel verschillende meditatie technieken, zoals de Mantra-meditatie: Herhaling van heilige woorden of klanken zoals “Om “ om de geest te focussen. Mindfulness ( Sati ): Het volledig aanwezig zijn in het huidige moment zonder oordeel. Visualisatie: Het creëren van mentale beelden van goddelijke vormen of innerlijke lichtenergie. Meditatie versterkt concentratie en emotioneel evenwicht. Vermindert stress en verhoogt de algehele rust. Bevordert een dieper begrip van de eigen spirituele natuur. Yoga is niet alleen een fysieke oefening, het is een alomvattend pad voor zelfdiscipline, spirituele groei en eenwording met het universum. Het woord “yoga “ betekent letterlijk “vereniging”. De vier belangrijke paden van yoga zijn:

- Bhakti Yoga ( Pad van Toewijding ). Deze is gericht op liefde en toewijding aan de goddelijke vorm. Praktijken omvatten gebeden, zang en devotionele rituelen.

- Karma Yoga ( Pad van Onbaatzuchtige Handeling ). Het uitvoeren van acties zonder gehechtheid aan de resultaten. Het doel is om ego los te laten en altruïsme te cultiveren.

- Jnana Yoga ( Pad van Kennis ). Gericht op zelfrealisatie via studie van heilige geschriften en filosofie. Ook hier staat het inzicht centraal dat atman en Brahman één zijn.

- Raja Yoga ( Pad van Meditatie ). Omvat fysieke houdingen (asanas), ademhalingstechnieken                ( pranayama ) en meditatie. Dit is wat vaak wordt geassocieerd met “yoga” in het Westen.

De klassieke beschrijving van yoga komt van de Yoga Sutra’s van Patanjali, waarin een achtvoudig pad wordt beschreven:

- Yama ( Ethiek, zoals geweldloosheid ). Het vertegenwoordigt ethische leefregels en richtlijnen voor hoe men zich op een morele manier kan gedragen, zowel ten opzichte van anderen als van zichzelf. Er zij vijf principes binnen Yama: Ahimsa(geweldloosheid),Satya( waarheid, eerlijkheid), Asteya( niet stelen), Brahmacharya (zelfbeheersing), Aparigraha(geen bezitsdrang).Yama kan worden gezien als de morele fundamenten van yoga, die niet alleen de spirituele beoefening ondersteunen maar ook bijdragen aan een respectvol en bewust leven.  

- Niyama ( Zelfdiscipline, zoals zuiverheid ).Het gaat over persoonlijke discipline en innerlijke zuiverheid. Het focust zich op de ontwikkeling van je innerlijke zelf en je eigen levenshouding.

- Asana ( Lichamelijke houdingen ).Populaire houdingen zoals de Lotushouding(Padmasana) en Boomhouding(Vrikshasana) zijn voorbeelden van Asana's die niet alleen lichamelijke voordelen bieden, maar ook spirituele focus en concentratie ondersteunen.

- Pranayama ( Adembeheersing ). Het woord is samengesteld uit twee Sanskrietwoorden: prana, wat levensenergie of vitale kracht betekent en ayama, wat beheersing of uitbreiding betekent. Het gaat dus om het bewust reguleren van de ademhaling om zowel lichaam als geest in balans te brengen.

- Pratyahara ( Terugtrekking van de zintuigen ).Het beheersen van de zintuigen en het loslaten van gehechtheid aan externe objecten en indrukken. De geest wordt gemakkelijk afgeleid door de vijf zintuigen, die constant informatie verzamelen uit de buitenwereld. Door pratyahara te beoefenen, leer je om de zintuigen te beheersen en naar binnen te keren, zodat de geest niet afhankelijk is van externe stimuli. Je aandacht wordt dan gericht op je innerlijke wereld, zoals je ademhaling, hartslag of innerlijke stilte. Je leert om niet te reageren op zintuiglijke impulsen, maar ze te observeren zonder je eraan te hechten. In spirituele zin is pratyahara een krachtig hulpmiddel om de geest te zuiveren en klaar te maken voor de diepere stadia van meditatie en zelfrealisatie.

- Dharana ( Concentratie of Focus ). Het draait om het richten van de geest op één enkel object, geluid, idee of visualisatie, zonder afleiding. Het doel is om de geest stil te maken en alle gedachten die afleiden los te laten. Dit kan door je aandacht op je ademhaling, een mantra of een kaarsvlam te richten.

- Dhyana ( Meditatie of Contemplatie ).Het verwijst naar een diepe staat van concentratie en bewustzijn, waarin de geest stil en gefocust wordt, vrij van afleidingen.

- Samadhi ( Eénwording met het goddelijke ). Het is een staat van totale concentratie, waarin de geest volledig stil is en alle externe en interne afleidingen zijn verdwenen. Het wordt gezien als een staat van spirituele verlichting en eenheid met het universum, waarin het ego en de individuele identiteit volledig worden overstegen.

Hoewel meditatie en yoga vaak afzonderlijk worden beoefend, vullen ze elkaar aan. Yoga bereidt het lichaam en de geest voor op meditatie door fysieke en mentale balans te creëren. Meditatie helpt vervolgens om de diepere spirituele doelen van yoga te bereiken. Beide praktijken bieden niet alleen fysieke voordelen, zoals verbeterde flexibiliteit en ademhaling, maar zijn ook krachtige middelen voor spirituele en persoonlijke transformatie.

Darshana’s in het Hindoeïsme verwijzen naar de zes orthodoxe filosofische systemen die de basis vormen van de Hindoestaanse filosofie. Het woord Darshana betekent letterlijk “ visie ” of “inzichten” en elk van deze systemen biedt een unieke manier om het universum, het bestaan en het spirituele pad te begrijpen. Er zijn zes belangrijke Darshana’s:

- Nyaya: Gericht op logica en redenering. Dit systeem onderzoekt hoe kennis wordt verworven en benadrukt de rol van logica en argumentatie in het begrijpen van de waarheid.

- Vaisheshika: Richt zich op de analyse van de fysieke wereld. Het beschrijft het universum als opgebouwd uit atomen en streeft naar het begrijpen van de natuurlijke orde.

- Samkhya: Een dualistisch systeem dat de scheiding benadrukt tussen bewustzijn (Purusha) en materie (Prakriti). Deze dans van Purusha en Prakriti vormt de kern van Samkhya en leidt tot het ontstaan van de elementen, ook wel de pancha mahabhutas genoemd: aarde, water, vuur, lucht en ether (ruimte). De vijf elementen vormen de basis voor alles in de fysieke wereld. Ze komen voort uit de wisselwerking tussen bewustzijn en materie en worden ook in Ayurveda gezien als de bouwstenen van het lichaam en de natuur. Deze elementen zijn essentieel voor de dosha's (Vata, Pitta en Kapha), de krachten die volgens Ayurveda ons lichaam en onze geest reguleren. Het verklaart hoe deze twee samenwerken om de wereld en het leven te creëren, waarbij hun samenspel niet alleen de materiele wereld betreft, maar ook de innerlijke processen van de menselijke ervaring.*

- Yoga: Een praktisch systeem dat voortbouwt op Samkhya en methoden biedt voor zelfdiscipline, meditatie en spirituele bevrijding. De Yoga Sutra’s van Patanjali vormen de kern van deze filosofie.

- Purva Mimamsa: Gericht op het interpreteren en naleven van de Veda’s, met nadruk op rituelen en dharma (plicht). Het benadrukt de rol van acties in het bereiken van harmonie met kosmische wetten.

- Vedanta ( Uttara Mimamsa): Dit systeem onderzoekt de ultieme realiteit ( Brahman ) en de aard van het zelf ( Atman ). Er zijn verschillende stromingen binnen Vedanta, waaronder het al eerder genoemde Advaita ( non-dualisme ), die stelt dat Atman en Brahman één zijn. Deze verschillende Darshana’s bieden een uitgebreid raamwerk om zowel het materiële als spirituele aspect van het leven te begrijpen. Samen vormen ze een rijke filosofische traditie die blijft inspireren.

Gezien de doelstelling van deze beschouwing heb ik de hindoe goden bewust niet genoemd. Misschien dat deze beschouwing over de spirituele filosofie in de Hindoestaanse cultuur iets te lang is geworden en daardoor de leesbaarheid negatief wordt beïnvloed. Reacties van harte welkom!!



J.J.v.Verre.



Bronvermelding:


- Hindoeïstische filosofie, nl.m.wikipedia.org.

- Oorsprong, ontwikkeling en filosofie van het hindoisme, Nivedita Yohana, wijsheidsweb.nl

- Hindoe filosofie/ Stichting Shri Sanatan Dharma Sabha, shrirammandir.nl.

- Hindoeïsme: Oorsprong, Filosofie en Invloed op de Wereld. Geloof 29-10-2024. cw-opinie.nl.

- Darshana’s: filosofische geschriften van het hindoeïsme, hindoedharma.nl.

- Bhakti-yoga, nl.m.wikipedia.org.

- Wat is Bhakti yoga? Yoga-international.nu.

- Hindu Meditatie, fascinerend.nl.

- Betekenis van Indiase filosofie, wisdomlib.org.

- Samkhya filosofie: een reis naar zelfkennis en bewustzijn, ayurdaay.com.*

woensdag 19 maart 2025

De duivel.

 

                                            - De duivel



De duivel is een concept dat in veel religies, filosofieën en culturele tradities een belangrijke en vaak centrale rol speelt. In het christendom wordt de duivel vaak gezien als een gevallen engel, meestal geïdentificeerd met lucifer, die in opstand kwam tegen God. Hij wordt geassocieerd met kwaad, zonde en verleiding. In de Bijbel wordt hij onder andere genoemd in het verhaal van de verzoeking van Jezus en in de Openbaring als de tegenstander van God. In de islam wordt de duivel aangeduid als Iblis of Shaytaan, een djinn die weigerde voor Adam te buigen en daarom werd verstoten. Een djinn wordt verondersteld een bovennatuurlijk onzichtbaar wezen te zijn, dat volgens sommige islamitische geleerden bezit kan nemen van mensen en ze van hun vrije wil kan beroven. Samen met mensen en engelen zijn djinns volgens de Koran de drie levensvormen met een bewustzijn gemaakt door Allah. Hij wordt gezien als een misleider en verleider die probeert de mens van het rechte pad te brengen. Tijdens de hadj, de bedevaart naar Mekka en Medina, is de steniging van de duivel een belangrijk ritueel. Gelovigen gooien stenen naar de duivel, om hem te tonen dat hij hen onmogelijk van het rechte pad zal kunnen afleiden. Het stenigen van de duivel tijdens de hadj is een religieuze plicht. De pelgrim laat Satan geen ruimte om door te dringen in de ziel, waar die immers maar één doel bij voor ogen heeft: Godsplannen dwarsbomen. De pelgrim moet de rite eigenhandig uitvoeren en de drie zuilen met zeven kiezels raken, anders is de hadj niet compleet.*  In het jodendom is het beeld van de duivel minder prominent aanwezig. Het concept van Satan in de Hebreeuwse Bijbel verwijst eerder naar een aanklager of tegenstander, iemand die door God is aangesteld om mensen te testen.

De duivel wordt vaak gebruikt als een symbool voor het kwaad, morele zwakte of de strijd tussen goed en kwaad. Hij wordt afgebeeld in verschillende vormen, zoals een zwarte engel met bokkenpoten, hoorntjes, puntige staart, vleermuisvleugels en met een drietand. Ook vaak als slang of als een verleider met menselijke eigenschappen. In sommige filosofische tradities wordt de duivel gezien als een representatie van menselijke verlangens, egoïsme of de worsteling met morele keuzes. In kunst, literatuur en muziek wordt de duivel vaak gebruikt als een krachtig symbool. Als voorbeeld van literaire werken moet zeker “De Goddelijke Komedie” (La Divina Commedia) van Dante Alighieri worden genoemd. In dit epische gedicht uit de 14e eeuw reist de hoofdpersoon door de hel, het vagevuur en de hemel. De duivel (Lucifer) wordt afgebeeld in het diepste deel van de hel, waar hij verantwoordelijk is voor het straffen van verraders. Ook “Faust” van Johann Wolfgang von Goethe is het vermelden waard. Dit toneelstuk vertelt het verhaal van Dr. Faust, die een pact sluit met Mefistofeles (de duivel) om kennis en wereldse genoegens te verkrijgen in ruil voor zijn ziel. Het epische gedicht “Paradise Lost” van John Milton uit de 17e eeuw, beschrijft het christelijke verhaal van de zondeval van de mens: de verleiding van Adam en Eva door de gevallen engel Satan en hun verdrijving uit de Hof van Eden (het paradijs). In de vele volksverhalen wordt de duivel afgeschilderd als een sluwe en listige figuur die probeert mensen te verleiden door hen rijkdom of macht te beloven in ruil voor hun ziel. Deze werken tonen hoe de duivel vaak wordt gebruikt als symbool voor het kwaad, verleiding en morele dilemma’s in de literatuur. Augustinus van Hippo (354-430), een van de meest invloedrijke kerkvaders in het christendom, had een complexe en diepgaande visie op de duivel. Zijn opvattingen over de duivel zijn vooral te vinden in zijn werken zoals “De Civitate Dei”(De Stad van God) en “Confessiones”(Belijdenissen). Augustinus zag de duivel oorspronkelijk als een van de hoogste engelen, Lucifer, die door trots en hoogmoed tegen God in opstand kwam. Deze rebelse houding leidde tot zijn val uit de hemel en zijn transformatie in de duivel, de tegenstander van God. Augustinus benadrukte dat de duivel en de andere gevallen engelen hun val te danken hadden aan hun eigen vrije wil. Ze kozen ervoor om tegen God te rebelleren, wat een centrale rol speelt in Augustinus begrip van het kwaad. Augustinus stelde dat het kwaad geen zelfstandige entiteit is, maar een afwezigheid of gebrek aan goedheid (privatio boni).De duivel, als belichaming van het kwaad, is dus niet een onafhankelijke macht, maar een schepsel dat zich van God heeft afgekeerd. De duivel speelt een cruciale rol in de verleiding van mensen tot zonde. Augustinus geloofde dat de duivel de mensheid probeert te misleiden en weg te leiden van God, zoals blijkt uit het verhaal van de zondeval in de Hof van Eden. Augustinus ontwikkelde de doctrine van de erfzonde, die stelt dat alle mensen geboren worden met de zonde van Adam en Eva. De duivel speelde een sleutelrol in deze eerste zonde door Eva te verleiden en zijn invloed blijft aanwezig in de wereld. Ondanks de macht van de duivel benadrukte Augustinus de overmacht van Gods genade. Hij geloofde dat alleen door Gods genade mensen gered kunnen worden van de gevolgen van de zonde en de invloed van de duivel. Augustinus geloofde in een uiteindelijke overwinning van God over de duivel. Tijdens het Laatste Oordeel zou de duivel definitief worden verslagen en veroordeeld tot de eeuwige straf. In “De Civitate Dei” introduceert Augustinus het concept van twee steden: de Stad van God (Civitas Dei) en de Stad van de Mens (Civitas Terrena). De duivel is heerser van de Stad van de Mens, die gekenmerkt wordt door zonde en afwijzing van God, terwijl de Stad van God bestaat uit degene die God trouw blijven.

Thomas van Aquino (1225-1274), een van de belangrijkste theologen en filosofen van de middeleeuwen, had een diepgaande en systematische visie op de duivel. Zijn opvattingen over de duivel zijn vooral te vinden in zijn magnum opus, de “Summa Theologica “. Hier zijn de volgende aspecten van belang, die zijn visie op de duivel verduidelijken. Net als Agustinus zag Thomas de duivel oorspronkelijk als een van de hoogste engelen. Ook hij benadrukte dat de duivel en andere gevallen engelen hun val te danken hadden aan hun eigen vrije wil. Ook Thomas accepteerde de doctrine van de erfzonde en de overmacht van Gods genade. Thomas beschreef de duivel als een wezen met een hoog intellect en een sterke wil, maar deze zijn gericht op het kwaad. De duivel gebruikt zijn intellect om mensen te misleiden en zijn wil om hen tot zonde aan te zetten. De duivel kan alleen handelen binnen de grenzen die God heeft gesteld en kan geen schepselen creëren of de vrije wil van mensen volledig overnemen. Ook Thomas geloofde in een uiteindelijke overwinning van God over de duivel. Thomas beschreef de hel als een plaats van eeuwige straf voor de duivel en de gevallen engelen, evenals voor de zondaars onder de mensen. Deze straf is zowel een geestelijke als lichamelijke ervaring van afwezigheid van God en eeuwige pijn. Ook Meister Eckhart, de Middeleeuwse mysticus, had een meer metaforische kijk op de duivel, waarbij hij hem beschouwde als een staat van afgescheiden zijn van God, in plaats van een letterlijk wezen.

Filosofen zoals Friedrich Nietzsche en Sören Kierkegaard hebben het concept van de duivel gebruikt om vragen over moraliteit, vrijheid en het kwaad te onderzoeken. Nietzsche sprak bijvoorbeeld over het concept van “het kwaad” als een morele constructie die door de samenleving wordt opgelegd. Hoewel Nietzsche niet specifiek over de duivel als een wezen sprak, bekritiseerde hij het christelijke concept van goed en kwaad en daarmee impliciet ook het idee van een duivel

De Spirituele Filosofie benadert het concept van de duivel op diverse manieren, afhankelijk van de culturele, religieuze en filosofische context. In veel spirituele tradities wordt de duivel gezien als een symbool van het kwaad, verleiding en moreel verval. Hij vertegenwoordigt de tegenpool van het goede en wordt vaak geassocieerd met chaos, destructie en zonde. In dualistische filosofieën, zoals het Zoroastrisme en bepaalde gnostische stromingen, wordt de wereld gezien als een strijd tussen twee tegengestelde krachten: goed en kwaad, licht en duisternis. De duivel wordt hier vaak gezien als de belichaming van het kwaad, in voortdurende strijd met het goede. In meer psychologisch georiënteerde spirituele filosofieën, zoals die van Carl Jung, wordt de duivel gezien als een archetype dat de innerlijke strijd en schaduwkanten van de menselijke psyché vertegenwoordigt. Het gaat hier om het integreren van deze schaduwkanten om tot een heel en evenwichtig zelf te komen. In veel religieuze tradities, zoals bij het eerder besproken christendom, wordt de duivel gezien als een verleider die mensen test en uitdaagt om morele keuzes te maken. Dit benadrukt het belang van vrije wil en persoonlijke verantwoordelijkheid op de weg naar spirituele ontwikkeling. In sommige Oosterse filosofieën, zoals het Boeddhisme en Hindoeïsme, wordt het concept van de duivel niet zozeer als een externe entiteit gezien, maar meer als een manifestatie van onwetendheid (avidya) en illusie (maya). Het kwaad wordt hier begrepen als het resultaat van onwetendheid en het niet begrijpen van de ware aard van de werkelijkheid. In esoterische en mystieke tradities kan de duivel ook worden gezien als een katalysator voor spirituele groei en transformatie. Door confrontatie met het kwaad en het overwinnen van verleidingen kan de spirituele zoeker groeien in wijsheid en kracht. In non-dualistische filosofieën, zoals Advaita Vedanta, wordt het onderscheid tussen goed en kwaad uiteindelijk gezien als een illusie. De duivel, net als alle andere verschijnselen, wordt begrepen als een manifestatie van het Ene en de ultieme realiteit transcendeert dualiteiten. Hiermee wordt bedoeld dat de diepste, fundamentele aard van de werkelijkheid (de ultieme werkelijkheid) zich bevindt buiten of boven de tegenstellingen en tweedelingen die wij in ons dagelijks leven ervaren. In ons gewone bewustzijn ervaren we de wereld vaak in termen van tegenstellingen: goed en kwaad, ik en de ander, subject en object, leven en dood. Deze dualiteiten vormen de basis van hoe we de wereld begrijpen en categoriseren. De “ultieme realiteit” verwijst naar de diepste, onveranderlijke essentie van alles wat bestaat. In veel spirituele tradities wordt dit gezien als een eenheid die niet kan worden verdeeld of beperkt door concepten, labels of tegenstellingen. Het is vaak omgeschreven als Brahman (Hindoeïsme), Nirvana (Boeddhisme), God (in mystieke tradities) of het Absolute. Het idee dat de ultieme realiteit transcendeert, betekent dat deze realiteit zich bevindt voorbij de tegenstellingen die we normaal gesproken ervaren. Het is niet “goed” of “kwaad”, niet “ik” of “jij “, niet “dit” of “dat “. Het is een eenheid die alle schijnbare tegenstellingen omvat en overstijgt. Kortom, de spirituele filosofie ziet de duivel vaak als een complex symbool dat verschillende aspecten van het menselijk bestaan en de spirituele reis belichaamt, van morele keuzes en innerlijke strijd tot het uiteindelijk overstijgen van dualiteit.


J.J.v.Verre.




Bronvermelding:


- Djinn (mythisch wezen ), Wikipedia.

- Augustinus van Hippo -Theoloog en kerkvader, Jona Lendering, 28-8-2016, historiek.net

- Satan/ De duivel volgens de Bijbel, bijbel.eo.nl

- *Uit: De duivel bestaat niet in alle culturen, het kwaad wel. Ewout Klei,26 juni 2024, dekanttekening.nl.* 


De Duivel.


uit mij werd verdreven het kwaad en de pijn

een vlam in het donker, onzichtbaar en rein

hij fluisterde zacht, een verleidelijk lied

echo van verlangen, schaduw van verdriet


zijn ogen vol vuur uit de diep zwarte zee

bood gouden dromen, maar tegen welke fee

met handen van rook, een glimlach van list

verdraaide waarheden in slaap gesust


wandelt in stilte, langs wegen van strijd

aanwezigheid voelbaar en nimmer kwijt

spiegel van zwakte, een test voor de ziel

een duivel vraagt niet meer dan een deal


in zijn schaduw groeit licht in mij voort

kracht om te kiezen, het pad dat mij hoort

zijn macht is groot in een eindeloos spel

maar een duivel belooft niets zonder hel

                         ------