Deze afbeelding toont een overgang tussen duisternis en licht: links een ineengedoken figuur in een stormachtig landschap, rechts iemand die zich opent naar een wereld vol zon, bergen en luchtballonnen. Het beeld vangt de spanning tussen angst die wil beschermen en verwondering die uitnodigt tot groei.
Angst en verwondering bewegen zich als twee stille stromingen onder het oppervlak van ons bestaan. Angst is de stem die fluistert vanuit een benauwde kamer, waar de ramen klein zijn en de lucht nauwelijks beweegt. Het is de kracht die ons wil laten krimpen, die ons uitnodigt onszelf te vouwen tot een vorm die past binnen de grenzen van wat vertrouwd is. Angst zegt: blijf klein, blijf veilig, blijf in controle en doe geen dingen die je niet kan overzien.
Het is een oude stem, geworteld in tijden waarin overleven belangrijker was dan leven, waarin voorzichtigheid een schild vormde en terugtrekken een manier was om heel te blijven. Angst is niet kwaadaardig; ze is een beschermer die haar taak soms te ijverig uitvoert. Ze vermoedt in elke nieuwe deur een mogelijke valkuil en ziet in iedere onbekende horizon een bedreiging. Zo probeert ze ons te behoeden voor wat we nog niet kennen - maar juist daarin kan ze ons ook weghouden van wat ons leven groter zou kunnen maken.
Maar tegenover die stem staat verwondering, als een lichtstraal die door een kier naar binnen valt. Verwondering is geen bevel, maar een uitnodiging; geen waarschuwing, maar een fluistering van mogelijkheden. Ze zegt: kijk, er is zoveel meer dan je ooit had gedacht.
Het is de zachte kracht die ons naar buiten trekt, naar het onbekende dat niet vijandig is, maar eenvoudigweg nog onontdekt. Verwondering opent de wereld als een landschap dat zich uitstrekt voorbij de rand van onze angsten, een landschap waarin iedere stap een nieuw perspectief onthult en iedere ademhaling ruimte maakt voor een nieuw inzicht. Waar angst ons wil laten krimpen, nodigt verwondering ons uit om te groeien - niet door ons te duwen, maar door ons te lokken met schoonheid, met mysterie, met de belofte dat het leven groter is dan onze schaduw.
In ons dagelijks bestaan botsen deze twee krachten voortdurend met elkaar. Soms voelen we hoe angst ons lichaam verkrampt, hoe onze gedachten zich vernauwen tot een smalle gang waarin alleen het bekende nog past. We trekken ons terug in routines en zekerheden, in de illusie dat controle gelijkstaat aan veiligheid.
Maar dan kan verwondering zich, soms onverwacht, aandienen: in een lichtval op een muur, in een zin die iemand uitspreekt, in een geur die een herinnering tot leven wekt, in een stilte die groter lijkt dan onszelf. Verwondering breekt niets open; ze tilt ons op. Ze maakt ruimte waar angst muren bouwt. Ze laat ons zien dat kwetsbaarheid geen zwakte is, maar een deur naar verbinding, en dat onzekerheid geen dreiging hoeft te zijn, maar ook een uitnodiging kan worden om te ontdekken.
Wanneer we naar verwondering luisteren, verandert de schaal waarop we de wereld ervaren. Dingen die klein leken, blijken dragers van betekenis. Dingen die groot leken, verliezen hun dreiging. We beginnen te zien dat het leven niet vraagt om beheersing, maar om aanwezigheid; niet om krimpen, maar om ontvouwen.
Verwondering is de beweging van het hart dat zich herinnert dat het gemaakt is om ontvankelijk te zijn, te voelen en zich uit te strekken naar wat nog niet gekend is - niet om te groeien, maar om thuis te komen in het niet-weten. Angst wil ons beschermen tegen verlies, maar verwondering herinnert ons eraan dat we zonder risico geen diepte vinden, geen schoonheid ervaren, geen werkelijke ontmoeting met de wereld aangaan. Misschien ligt juist daarin haar stille kracht: ze leert ons niet dat we niets te vrezen hebben, maar dat het leven groter wordt zodra we bereid zijn ons door het onbekende te laten raken.
En misschien is het niet de bedoeling dat angst verdwijnt. Misschien is het de bedoeling dat we leren dansen met beide krachten: angst te erkennen als een oude metgezel die soms te luid spreekt, en verwondering als een stille gids die ons naar buiten leidt. In die dans ontstaat een leven dat niet klein is, maar waarachtig; een leven waarin we niet alleen veilig willen zijn, maar ook levend, niet alleen in controle, maar ook in contact met het mysterieuze weefsel van de werkelijkheid.
Zo wordt verwondering een tegenstem, een zachte maar vastberaden fluistering die zegt: kijk, er is zoveel meer. En telkens wanneer we die stem volgen, al is het maar een paar stappen, ontdekken we dat de wereld groter is dan onze angst ooit kon bevatten. Niet omdat het onbekende zijn geheimen prijsgeeft, maar omdat we leren erin aanwezig te zijn zonder alles te hoeven begrijpen of beheersen. Dat is misschien wat verwondering ons uiteindelijk schenkt: niet een leven zonder angst, maar de vrijheid om ons er niet door te laten begrenzen. Want wie zich durft te verwonderen, ontdekt dat angst weliswaar deel uitmaakt van het leven, maar nooit de horizon bepaalt.
J.J.v.Verre.


.jpeg)


.jpeg)
