zaterdag 15 maart 2025

Angst.

 

                                     -Angst als bedreigende emotie.


Angst is een emotie waarbij het onbekende als bedreigend wordt ervaren. Deze definitie sluit aan bij het idee dat angst vaak gaat over onzekerheid en de anticipatie op iets wat mogelijk negatief zou kunnen zijn, zonder dat er altijd een concrete aanleiding of duidelijke dreiging is. Deze definitie benadrukt ook het subjectieve aspect van angst. Wat voor de één onbekend en bedreigend is, kan voor de ander misschien juist spannend of uitdagend zijn. Het onbekende kan gaan over de toekomst, verandering of situaties waar we geen controle over hebben. Die bedreigende ervaring kan zich uiten in gevoelens van onrust, nervositeit of zelfs fysieke reacties zoals een versnelde hartslag of zweten.

Plato sprak indirect over angst, vooral in de context van moed en wijsheid. Een van de bekende uitspraken van hem en zijn leermeester Socrates luidt: “Moed is weten wat je niet moet vrezen”. Hiermee bedoelde hij dat ware moed voortkomt uit het vermogen om onderscheid te maken tussen rationele en irrationele angsten. Volgens Plato is angst vaak gebaseerd op onwetendheid en wijsheid helpt ons te begrijpen welke angsten gerechtvaardigd zijn en welke niet. In zijn dialoog Phaedo bespreekt hij hoe filosofen de angst voor de dood overwinnen. Hij stelt dat filosofen, door hun zoektocht naar kennis en de waarheid, leren dat de dood geen kwaad is, maar eerder een overgang naar een andere staat van bestaan. Voor Plato is de angst voor de dood een van de grootste angsten en het overwinnen ervan is een teken van wijsheid en deugd. Plato benadrukte dat angst niet alleen een emotie is, maar ook een uitdaging die ons kan helpen groeien, mits we het met wijsheid en moed benaderen. Aristoteles beschouwde angst als een emotie die voortkomt uit de verwachting van kwaad of gevaar. In zijn werk Rhetorica definieerde hij angst als “pijn of onrust die voortkomt uit de voorstelling van een naderend kwaad dat destructief of pijnlijk is “. Hij zag angst als een natuurlijke reactie op situaties waarin een bedreiging wordt waargenomen en hij benadrukte dat angst vaak wordt veroorzaakt door onzekerheid over wat er kan gebeuren.

Het thema angst is door de eeuwen heen door verschillende filosofen diepgaand onderzocht. Een aantal van de meest prominente denkers die angst centraal stelde in hun werk, wil ik in het kort bespreken. Allereerst Søren Kierkegaard de Deense filosoof beschouwde angst als een existentieel gevoel dat voortkomt uit de vrijheid en verantwoordelijkheid van de mens. In zijn werk “Het begrip angst”(1844) beschrijft hij angst als een “duizeling van vrijheid “ die ontstaat wanneer we realiseren dat we oneindige mogelijkheden hebben. Wij ervaren dit als een existentiële angst, omdat we geconfronteerd worden met onze eigen verantwoordelijkheid om keuzes te maken. In zijn werk “Sein und Zeit”(1927) beschrijft Martin Heidegger angst als een fundamentele manier van “in de wereld zijn”. Angst confronteert ons met het “niets” en onthult de eindigheid van ons bestaan, wat ons helpt om authentiek te leven. Jean-Paul Sartre, een existentialistisch filosoof, verbindt angst met de vrijheid van de mens. In zijn boek “L’ȇtre et le néant” in het Nederlands “Het zijn en het niet”(1943), vertaald door Frans de Haan, stelt hij dat angst voortkomt uit de verantwoordelijkheid die gepaard gaat met onze vrijheid om keuzes te maken. Ook de hedendaagse filosoof Wilhelm Schmid ziet angst als een waardevol gevoel dat ons bewust maakt van onze kwetsbaarheid en ons helpt om betekenis te vinden in het leven. Hij pleit ervoor om angst niet te onderdrukken, maar te omarmen als een kans voor reflectie. Damiaan Denys, een Belgisch psychiater en filosoof, beschouwt angst als een essentieel onderdeel van het menselijk bestaan. Hij benadrukt dat angst ons confronteert met onze sterfelijkheid en ons helpt om de essentie van het leven te begrijpen. De bovengenoemde filosofen hebben elk hun eigen unieke perspectief op angst en hebben bijgedragen aan ons begrip van dit complexe en universele thema.

Naast de eerder genoemde filosofen heeft ook Sigmund Freud een belangrijke bijdrage geleverd aan het begrip angst, zij het vanuit een psychoanalytisch perspectief. Zijn werk heeft een grote invloed gehad op latere filosofische denkers. Freud onderscheidde een reële angst en een neurotische angst. De reële angst is een reactie op een werkelijke externe bedreiging of gevaar. Terwijl de neurotische angst meer te maken heeft met interne conflicten en onbewuste processen, zoals het conflict tussen het id, ego en superego. De id is het primitieve en instinctieve deel van de geest dat seksuele en agressieve drijfveren en verborgen herinneringen bevat. Het superego opereert als een moreel geweten en het ego is het realistische deel dat laveert en bemiddeld tussen de verlangens van de id en het superego. Volgens Freud ontstaat neurotische angst wanneer onderdrukte verlangens of emoties uit het onbewuste proberen door te breken naar het bewuste. Een andere belangrijke denker die angst centraal stelde, is Emmanuel Levinas. een Frans-joodse filosoof van Litouwse afkomst. Hij onderzocht angst in de context van ethiek en verantwoordelijkheid. Levinas betoogde dat de ontmoeting met “de Ander” (andere mensen) ons confronteert met een gevoel van ongemak of zelf angst, omdat het ons dwingt om buiten onze comfort zone te treden en verantwoordelijkheid te nemen voor anderen. Verder heeft Albert Camus, een existentialistisch filosoof en schrijver, angst indirect behandeld in zijn ideen over absurditeit. In werken zoals “De mythe van Sysphus” onderzoekt hij het menselijk onbehagen en de existentiële angst die voorkomt uit het zoeken naar betekenis in een ogenschijnlijk betekenisloos universum. Elk van deze denkers belicht angst vanuit een unieke invalshoek, wat de veelzijdigheid en complexiteit van dit thema benadrukt. Als laatste wil ik het perspectief van het collectief onbewuste noemen. We komen dan natuurlijk uit op Carl Gustav Jung, een Zwitserse psychiater en grondlegger van de analytische psychologie. Jung introduceerde het idee dat er, naast het persoonlijke onbewuste, een dieper niveau van het onbewuste bestaat dat gedeeld wordt door alle mensen. Volgens Jung is het collectief onbewuste een soort opslagplaats van universele ervaringen, beelden en archetypes die de mensheid door de geschiedenis heen heeft geërfd. Deze archetypes zijn fundamentele patronen of symbolen die in verschillende culturen en tijdperken terugkeren. Ze beïnvloeden ons gedrag en onze emoties, vaak zonder dat we ons daarvan bewust zijn. Jung stelde dat sommige angsten niet voortkomen uit persoonlijke ervaringen, maar uit deze gedeelde, erfelijke herinneringen. Bijvoorbeeld, een instinctieve angst voor slangen of duisternis kan worden verklaard door het feit dat onze voorouders generaties lang met deze gevaren te maken hadden. Deze angsten zijn als het ware “ingebakken” in het collectief onbewuste. Hoewel het concept van het collectief onbewuste controversieel is en niet breed wordt geaccepteerd binnen de wetenschappelijke psychologie, heeft het een grote invloed gehad op de filosofie, kunst en literatuur. Het biedt een fascinerend perspectief op hoe gedeelde menselijke ervaringen ons gedrag en onze cultuur kunnen vormen. Dankzij wetenschappelijke vooruitgang, met name op het gebied van genetica en epigenetica, weten we dat bepaalde genetische aanpassingen door de tijd heen in ons DNA zijn opgenomen. Deze aanpassingen zijn vaak het resultaat van evolutie, waarbij ons genetisch materiaal zich aanpast aan omgevingsfactoren, levensstijlen en uitdagingen waarmee onze voorouders te maken kregen. Of het collectief onbewuste via deze weg mogelijk is te verklaren of dat er sprake is van een veld van informatie waarmee een mens zich kan verbinden, blijft hypothetisch, maar interessant om over te blijven filosoferen.

Angst in relatie tot onze toekomst is een veelbesproken thema, zowel in filosofische als psychologische zin. Het weerspiegelt onze zorgen over onzekerheden, mogelijke gevaren en de enorme verantwoordelijkheid die komt kijken bij keuzes die onze toekomst beïnvloeden. In onze steeds sneller ontwikkelende samenleving is er duidelijke angst voor technische vooruitgang, zoals kunstmatige intelligentie, klimaatverandering, atoomwapens en sociale ongelijkheid. Processen waarover we de heerschappij dreigen te verliezen. Denk hierbij aan de term “technologisch fatalisme “, waarbij mensen zich overweldigd voelen door krachten die ze niet volledig meer begrijpen of kunnen beheersen. Angst voor de toekomst hoeft niet alleen negatief te zijn; het kan ook een motivator zijn voor actie en verandering. In de psychologie wordt angst vaak gezien als een signaal dat ons waarschuwt voor potentieel gevaar, waardoor we proactief kunnen handelen om negatieve uitkomsten te voorkomen. Naast individuele angsten over carrière, relaties of gezondheid, ervaren we ook collectieve angsten. Denk aan de zorgen omtrent klimaatverandering, economische instabiliteit of geopolitieke conflicten. Deze angsten kunnen ons mobiliseren tot gezamenlijke actie, maar kunnen ons ook machteloos laten voelen. Filosofen en psychologen benadrukken het belang van acceptatie, reflectie en actie. Het erkennen van angst als een natuurlijke menselijke emotie helpt ons om ermee om te gaan. Door kleine, concrete stappen te zetten, kunnen we onze focus verleggen van onzekerheid naar wat we wel kunnen controleren. Angst voor de toekomst is zowel een uitdaging als een kans. Het kan ons verlammen, maar ook inspireren om juist actie te ondernemen en onze visie voor een betere toekomst na te streven. Ik ben jij en jij bent mij. Wij zijn zij, met ons erbij.



Angst


angst is de vraag zonder antwoord

de weg die zich splitst in het duister

het gevoel dat de grond onder je voeten

zich kan openen, zonder waarschuwing


het is een onbestemd gevoel

van een bedreigende ervaring

welke onbehagen schept

in het rationele doolhof


maar ook een gids die wijst

naar wat wij moeten leren

een spiegel die ons toont

wat we niet durven zien


want in het oog van de angst

ligt het onbekende niet als vijand

maar als een subtiele uitnodiging

om te groeien, te durven en te zijn


angst is niet de bedreiging

maar de drempel naar moed

een emotie die fluistert:

hier begint jouw avontuur


J.J.v.Verre.


woensdag 12 maart 2025

Is niets echt nothing?

 

                           -Het "niets" dat in potentie alles kan worden.


In de filosofie is “niets” een concept dat door verschillende denkers op verschillende manieren is benaderd en geïnterpreteerd. Het idee van “niets “ kan een aantal verschillende betekenissen en implicaties hebben, afhankelijk van de context. Het roept fundamentele vragen op over de aard van bestaan, realiteit en menselijk begrip. Hierbij wil ik in het kort een filosofische schets weergeven omtrent de historie van wat bekende denkers over het begrip “niets “ hebben geschreven.

Parmenides(515- ? v.Chr.), een pre-Socratische filosoof stelde dat “niets “ niet kan bestaan. Hij geloofde dat verandering en beweging illusies zijn en dat het universum een onveranderlijk en eeuwig “zijn “ is. Het “niets “ kan niet bestaan omdat het denken en het zijn samenvallen. Wat niet is, kan niet worden gedacht. Ook Heraclitus( 540-480 v. Chr.) benadrukt in contrast met Parmenides, de voortdurende verandering en flux in de wereld. Het “niets “ kan hier worden gezien als een staat van voortdurende verandering en het ontbreken van permanente entiteiten. Ook Aristoteles(384-322 v.Chr.) had deels dezelfde opvatting als Parmenides en in zijn werk “ Fysica “ bespreekt hij dit idee van “niets” in de context van verandering en beweging. Aristoteles stelde dat “niets” niet echt kan bestaan, omdat alles wat bestaat, een vorm van “zijn” heeft. Hij geloofde dat verandering altijd plaatsvindt van iets naar iets anders en dat er geen absolute leegte of “niets” kan zijn. Aristoteles verwierp het idee van een absoluut niets, zoals voorgesteld door sommige van zijn voorgangers, zoals Parmenides. In plaats daarvan stelde hij dat er altijd een onderliggende substantie of materie is die verandert en dat “niets “ slechts een concept is dat we gebruiken om de afwezigheid van bepaalde eigenschappen of vormen te beschrijven. In zijn metafysica benadrukt Aristoteles dat “niets “ geen zelfstandige realiteit heeft, maar eerder een afwezigheid van “zijn “ is. Hij verwerpt dus het idee van een absoluut vacuüm. Hij geloofde dat ruimte altijd gevuld was met enige substantie of entiteit en dat er geen absoluut lege ruimte kon bestaan. In zijn metafysica introduceert hij de concepten van potentie(mogelijkheid) en act(werkelijkheid). Voor Aristoteles was “niets “ iets dat geen potentie had om te bestaan. Hij stelde dat alles in het universum bestaat uit vorm ( de essentie van iets ) en materie ( de stof waarin de vorm aanwezig is ). Het bestaan van iets zonder vorm of materie was voor hem onmogelijk. Aristoteles geloofde dat beweging en verandering altijd een transformatie van “iets “ naar “iets anders “ betekende en nooit van “niets” naar “iets”. Deze opvattingen hebben een diepe invloed gehad op de filosofie en wetenschap, zelfs tot heden toe. Augustinus ( 354-430 na Chr.) besprak het concept van het “niets” in de context van de schepping. Hij stelde dat God de wereld schiep uit het niets, wat impliceert dat het “niets” een soort van potentieel of afwezigheid is. In filosofische termen kan “afwezigheid” worden opgevat als het ontbreken van fysiek bestaan, er was geen materiële wereld, geen ruimte, geen tijd, geen elementen, letterlijk niets. Sommige oude filosofieën, zoals die van de Griekse mythologie, suggereerden dat de wereld voortkwam uit een chaotische oer toestand. Augustinus verwierp dat idee en betoogde dat er geen oerstaat was; er was alleen het goddelijke en het absolute niets. Afwezigheid betekent niet dat “niets” een kracht of entiteit is. In plaats daarvan impliceert Augustinus dat alle potentie om te creëren lag in God zelf. Dit sluit aan bij zijn visie op God als bron van al het bestaan. Voor Augustinus was “het niets” geen actieve kracht of toestand, maar eerder een beschrijving van de absolute afwezigheid van alles wat bestaat, voordat God handelde om het universum te scheppen. Thomas van Aquino ( 1225 – 1274 ) bouwde voort op Augustinus ideeën en besprak het “niets” in relatie tot het zijn. Hij stelde dat het “niets” de afwezigheid van zijn is en alleen God het zuivere zijn is. René Descartes (1596-1650) benadrukt het belang van twijfel en het denken. Het “niets” kan worden gezien als de staat van radicale twijfel, waarin alles in vraag wordt gesteld. Friedrich Wilhelm Leibniz (1646-1716 ), een Duitse filosoof en wiskundige die de vraag stelde: “Waarom is er iets en niet niets?” Deze vraag heeft geleid tot veel filosofische discussies over het bestaan en de aard van het universum. Immanuel Kant (1724-1804) introduceerde het concept van het “ding an sich”(het ding op zichzelf), dat onkenbaar is. Het “niets” kan hier worden geïnterpreteerd als de grenzen van menselijke kennis en ervaring. Kant onderscheidde vier verschillende soorten "niets". Nihil privativum, dit is het niets in de zin van de afwezigheid van iets dat normaal gesproken aanwezig zou moeten zijn. Bijvoorbeeld, duisternis is de afwezigheid van licht. Nihil negativum, dit is het absolute niets, dat geen enkele realiteit of mogelijkheid van bestaan heeft. Het is een conceptueel niets dat niet kan bestaan in de werkelijkheid. Nihil purum, dit is het zuivere niets, dat geen enkele eigenschap of substantie heeft. Het is een abstract concept dat niet in de fysieke wereld kan bestaan. Nihil imaginarium, dit is het denkbeeldige niets, dat alleen in de verbeelding bestaat en geen basis heeft in de werkelijkheid. Kants benadering van het niets was dus veelomvattend en diepgaand, waarbij hij verschillende soorten niets onderscheidde op basis van hun relatie tot de werkelijkheid en het denken. Friedrich Nietzsche (1844-1900) sprak over het “niets” in de context van nihilisme, de ontkenning van betekenis en waarde in het leven. Nietzsche zag nihilisme als een onvermijdelijk gevolg van de afname van religieus geloof en traditionele waarden in de moderne samenleving. Hij waarschuwde voor de gevaren van nihilisme en pleitte voor het creëren van nieuwe waarden en betekenissen, om de leegte te vullen die was ontstaan door het verlies van traditionele waarden. Martin Heidegger(1889-1976) heeft het “niets” uitgebreid behandeld in zijn werk “Wat is metafysica?”. Hij stelde dat het “niets” niet simpelweg de afwezigheid van iets is, maar een fundamenteel aspect van het zijn zelf. Het “niets” maakt het mogelijk om het zijn te begrijpen, omdat het ons confronteert met de grenzen van ons begrip en onze ervaring en omdat het de achtergrond vormt tegen welke het zijn zich aftekent. Heidegger introduceerde het concept van "angst" als een existentiële ervaring die ons in direct contact brengt met het niets. In momenten van angst worden we geconfronteerd met de leegte en betekenisloosheid van het bestaan, wat ons dwingt om na te denken over de aard van het zijn. Volgens Heidegger onthult het niets de grondslag van het zijn. Door het niets te ervaren, worden we ons bewust van de contingentie en eindigheid van ons bestaan, wat ons in staat stelt om authentieker te leven. Heidegger bekritiseerde de wetenschap omdat deze zich uitsluitend richt op het zijnde ( de dingen die bestaan) en het niets negeert. Hij geloofde dat een diepere filosofische benadering nodig is om de fundamentele vragen over het zijn en het niets te begrijpen.  Jean-Paul Sartre(1905-1980), een existentialist, besprak het “niets” in relatie tot menselijke vrijheid en angst. Hij stelde dat het “niets” een essentieel onderdeel is van de menselijke ervaring, omdat het de mogelijkheid van keuze en verandering vertegenwoordigt. In de analytische filosofie wordt het “niets” vaak besproken in de context van logica en taal. Filosofen als Bertrand Russell(1872-1970) en Ludwig Wittgenstein (1889-1951) hebben het concept geanalyseerd in termen van logische structuur en betekenis. Postmoderne denkers zoals Jacques Derrida(1930-2004) hebben het “niets” benaderd vanuit de deconstructie van traditionele metafysische concepten. Het “niets” wordt hier gezien als een destabiliserende kracht die vaste betekenissen ondermijnt. Het concept van het “niets” heeft door de geschiedenis heen verschillende interpretaties gekregen, van een metafysische afwezigheid tot een existentiële ervaring. Het blijft een centraal thema in de filosofie, dat uitnodigt tot diepgaande reflectie over de aard van het zijn, de kennis en de menselijke ervaring.

Je kunt ook globaal het concept van het “niets” op een andere manier filosofisch benaderen. In de ontologie, de studie van het zijn en het bestaan, wordt “niets” vaak gezien als de afwezigheid van iets, een volledig gebrek aan zijn of bestaan. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat er helemaal geen objecten, eigenschappen of substanties zijn. In de metafysica, die zich bezighoudt met de fundamentele aard van de werkelijkheid, kan “niets” verwijzen naar de afwezigheid van de fysieke wereld of de afwezigheid van de gehele werkelijkheid. Dit roept vragen op over het bestaan van het universum en waarom er iets is in plaats van niets. In de existentialistische filosofie, zoals we hebben gezien bij Sartre, wordt “niets” gebruikt om de leegte en betekenisloosheid te beschrijven die inherent kunnen zijn aan het menselijke bestaan. Sartre introduceert het concept van “het niets” ( le néant ) als een fundamenteel aspect van de menselijke vrijheid en verantwoordelijkheid. In de logica kan “niets” worden opgevat als een lege verzameling, een verzameling zonder elementen. In de theologie kan “niets” verwijzen naar de staat van de wereld vóór de schepping, een toestand van absolute leegte en afwezigheid van goddelijke schepping. Dit kan worden terug gezien in verschillende religieuze en filosofische tradities.

Natuurkundigen hebben het concept van “niets” op verschillende manieren onderzocht en beschreven, vaak in de context van het vacuüm en de kwantummechanica. In de klassieke natuurkunde wordt een vacuüm beschouwd als een ruimte zonder materie. Dit idee gaat terug tot de tijd van de oude Grieken, maar werd verder ontwikkeld door wetenschappers zoals Evangelista Torricelli, Blaise Pascal, Robert Boyle, Christiaan Huygens en Isaac Newton. Torricelli vulde een glazen buis, die aan één kant gesloten was, volledig met kwik en plaatste deze met de opening naar beneden in een reservoir met kwik. Hij ontdekte dat het kwikniveau in de buis daalde tot ongeveer 76 cm boven het niveau van het kwikreservoir, waarbij de ruimte boven de kwikkolom luchtledig bleef. Torricelli concludeerde dat de ruimte boven de kwikkolom een vacuüm was, wat betekende dat er geen lucht of andere materie aanwezig was. Dit was een belangrijke ontdekking, omdat het bewees dat een vacuüm, oftewel “niets”, daadwerkelijk kon bestaan. Zijn verdere experimenten toonde ook aan dat de luchtdruk verantwoordelijk was voor het in evenwicht houden van de kwikkolom, waarbij het principe van de barometer werd geboren. In de kwantummechanica is het concept van een vacuüm veel complexer. Een kwantumvacuüm is niet echt leeg, maar zit vol met fluctuaties van energie en virtuele deeltjes. Deze deeltjes verschijnen en verdwijnen voortdurend, zelfs in de afwezigheid van materie! Dit fenomeen wordt beschreven door de onzekerheidsrelatie van Heisenberg. Dit betekent dat het niet mogelijk is om tegelijkertijd de positie en de beweging van een deeltje te bepalen. De ontdekking van het Higgs-deeltje in 2012 heeft ons begrip van het vacuüm verder veranderd. Het Higgs-veld, dat overal in het universum aanwezig is, geeft massa aan deeltjes. Zonder dit veld zouden deeltjes geen massa hebben en zou er geen materie bestaan zoals wij die kennen. In de kosmologie wordt de opvatting van “niets” vaak besproken in relatie met de oerknal. Sommige theorieën suggereren dat het universum is ontstaan uit een kwantumfluctuatie in een vacuüm. Dit betekent dat zelfs “niets” in de zin van een lege ruimte vol potentieel zit voor het ontstaan van iets. De filosofische implicatie van dit gegeven roept de vraag op: “Waarom is er iets in plaats van niets?” Dit is een zowel filosofische als natuurkundige vraag. Verschillende wetenschappers, zoals Lawrence Krauss hebben geprobeerd deze vraag te beantwoorden door te laten zien hoe het universum kan ontstaan uit een kwantumvacuüm. Deze benaderingen laten zien dat het concept van “niets” in de natuurkunde veel complexer is dan het op het eerste gezicht lijkt. Het vacuüm is niet echt leeg, maar zit vol met energie en mogelijkheden.

Het concept “niets” blijft een diepgaand en mysterieus onderwerp in de filosofie, met veel verschillende interpretaties en benaderingen. Het roept fundamentele vragen op over de aard van bestaan, realiteit en menselijk begrip. Het niets kan eigenlijk alles zijn is misschien geen goede afsluitende zin. Maar je kunt wel zeggen dat het “niets” in potentie alles in zich draagt om “alles” te worden.


 Het ongeboren niets

toen was er nog niets

slechts donkere leegte

zonder licht noch iets

in omvangrijke dichtheid


geen sterren, geen aarde

geen leven en tijd

eindeloze leegte

zonder honger of strijd


een vonk van bestaan

was nimmer uitgedoofd

uit een andere dimensie

werd het zaad geroofd


de knal kwam onverwacht

heeft licht terug gebracht

in een dans van het zijn

werd een kosmos verkracht


duistere dromen fluisteren

van verscholen potentie

als een pijl die miste

door verblindende intentie


nog ongeboren verwekt

in verwachting van vuur

ontploft en uitgestrekt

in de eerste tijdsduur  

     

J.J.v.Verre.



Bronvermelding:


- Natuurkunde zoekt nog steeds naar het zuivere niets. Jens E. Matthiesen, 1-6-2019,Wetenschap in beeld, wibnet.nl.

- Evangelista Torricelli, Wikiped, nl.m.wikipedia.org.

- Augustinus van Hippo, kro-ncrv.nl

- Augustinus van Hippo-Theoloog en kerkvader. Jona Lendering, 28-8-2016, historiek.net.

- Augustinus- De filosofische kerkvader, filosofie.nl

- Immanuel Kant: een introductie. WILLAM, 2-1-2018, filosofischcafedordrecht.nl.

zondag 9 maart 2025

Wat is liefde nu precies?

 

                        - Liefde is alles en alles zou liefde moeten zijn.


Liefde is een complex en veelzijdig gevoel dat vaak moeilijk met woorden is te beschrijven. Het omvat een breed scala aan emoties, variërend van diepe genegenheid en zorgzaamheid tot intense passie en toewijding. Liefde kan verschillende vormen aannemen, zoals romantische liefde, ouderlijke liefde, vriendschappelijke liefde en heel belangrijk de liefde voor jezelf. Liefde wordt vaak geassocieerd met verbondenheid, zorgzaamheid, respect, intimiteit, passie en toewijding. Bij verbondenheid speelt er een diep gevoel van zich verbonden voelen met en de nabijheid van een ander persoon. Bij zorgzaamheid bestaat er een verlangen om voor iemand te zorgen en hun welzijn voorop te stellen. Met respect bedoel ik elkaar waarderen en respecteren als individuen met unieke eigenschappen en behoeften. Omtrent intimiteit doel ik op een gevoel van vertrouwdheid en openheid, zowel emotioneel als fysiek. Bij passie speelt een intense en vaak oncontroleerbare aantrekkingskracht naar de ander. De bereidheid om tijd, energie en middelen te investeren in de relatie, noem ik toewijding. Liefde is en blijft uniek en kan voor iedereen anders aanvoelen.

In de psychologie wordt liefde vaak geanalyseerd en gedefinieerd aan de hand van verschillende theorieën en modellen. Een van de bekendste theorieën is die van de Amerikaanse psycholoog Robert Sternberg, die het “Triangular Theory of Love”ontwikkelde. Volgens deze theorie bestaat liefde uit drie componenten: Intimiteit, Passie en Toewijding. Intimiteit verwijst naar gevoelens van verbondenheid, hechting en nabijheid in een relatie. Intimiteit omvat emotionele steun, open communicatie en een diep wederzijds begrip. Passie verwijst naar intense fysieke en emotionele aantrekking, evenals romantische en seksuele verlangens. Passie is vaak het meest opvallend aan het begin van een relatie. De toewijding omvat de beslissing om een relatie op langere termijn te onderhouden en trouw te blijven aan de partner. Toewijding impliceert een gezamenlijke toekomst en het overwinnen van obstakels samen. Volgens Sternberg kan de combinatie van deze drie componenten verschillende vormen van liefde opleveren, zoals de romantische liefde, het samengaan van intimiteit en passie. De kameraadschappelijke liefde, waarbij intimiteit en toewijding samenvloeien. De verblindende liefde, het samenspel van passie en toewijding. En als laatste de volmaakte liefde, waarbij intimiteit, passie en toewijding zich met elkaar verkleven. Naast Sternberg’s theorie zijn er ook andere perspectieven binnen de psychologie die liefde onderzoeken, zoals de gehechtheidstheorie van John Bowlby en de sociale uitwisselingstheorie. De gehechtheidstheorie is een invloedrijke theorie die zich richt op de emotionele banden die zich vormen tussen een kind en zijn of haar primaire verzorgers. Volgens Bowlby is gehechtheid een biologisch aangeboren systeem dat ervoor zorgt dat kinderen in de buurt van hun verzorgers blijven om hun overleving veilig te stellen. De sociale uitwisselingstheorie is een weinig liefdevolle, psychologische en sociologische theorie die menselijke relaties en sociale interacties verklaart in termen van kosten en baten. Volgens deze theorie streven mensen ernaar om hun beloningen te maximaliseren en hun kosten, qua inspanningen, tijd en energie te minimaliseren in hun sociale relaties. Deze theorie kan wel een nuttig kader bieden om te kunnen begrijpen waarom mensen bepaalde relaties aangaan, onderhouden of juist beëindigen op basis van hun perceptie van kosten en baten. Het benadrukt de rationele en pragmatische kant van menselijke interacties, maar erkent ook dat emoties en sociale normen een rol spelen in de evaluatie van die relaties.

Dichters hebben een unieke plaats om emoties, zoals liefde, in woorden te vangen en over te brengen. Dichters gebruiken hun verbeelding en creativiteit om nieuwe manieren te vinden om liefde uit te drukken. Ze proberen om clichématige beschrijvingen te vermijden en zoeken naar originele en verfrissende beelden. Zij hebben een diep begrip van taal en de kracht van woorden. Ze weten hoe ze ritme, klank en betekenis kunnen combineren om een emotionele impact te genereren. Dichters zijn vaak scherpzinnige waarnemers van menselijke emoties en gedragingen. Ze merken de subtiele nuances op in de manier waarop mensen liefde uiten en ervaren. Dichters kunnen ook putten uit hun eigen ervaringen en emoties om authentieke en oprechte beschrijvingen van liefde te geven. Dit zorgt ervoor dat hun gekozen woorden resoneren met lezers. Dichters gebruiken vaak symbolen en metaforen om abstracte gevoelens zoals liefde tastbaar, invoelbaar en begrijpbaar te maken. Door alledaagse voorwerpen en gebeurtenissen te koppelen aan liefde, creëren ze een herkenbare en intieme ervaring voor de lezer. Hieronder volgt een liefdesgedicht:

jij bent de zon die mijn einder kleurt

een fluistering van hoop in stilte

een dans van sterren in de nacht

jij bent liefde, oneindig en puur


Ik denk dat poëzie een effectieve manier is om liefde uit te drukken. En er zijn door de eeuwen heen beroemde liefdesgedichten geschreven die mensen hebben geïnspireerd. Er zijn ook genoeg voorbeelden te geven hoe poëzie de diepten van liefde kan verkennen en tot uitdrukking kan brengen. Maar het allerbelangrijkste van liefde is natuurlijk niet de poëzie, maar is de manier waarop we liefde tonen in onze acties. De essentie van liefde ligt in ons dagelijks leven. Het gaat hierbij om de kleine en grote daden van zorg, begrip, geduld en compassie. Liefde is niet alleen een gevoel, maar vooral een keuze om te geven, te steunen en verbinding te maken, zelfs wanneer het moeilijk is. Het is de manier waarop we liefde tonen in onze gedragingen: een luisterend oor bieden, iemand helpen zonder iets terug te verwachten, of simpelweg aanwezig zijn in momenten van vreugde en verdriet. Liefde is wat ons mens maakt en wat ons leven betekenis geeft. Liefde is energie, een sterke, transformerende kracht die ons in beweging zet, verbindt en inspireert. Het is de energie die ons motiveert om te geven, te creëren en te groeien, zowel voor onszelf als voor anderen. Liefde kan troost bieden, helen en zelfs de wereld veranderen, omdat het een universele taal is die iedereen begrijpt. Net zoals energie kan liefde verschillende vormen aannemen, soms zacht en rustig als een briesje, soms intens en gepassioneerd als een storm. Het is aan ons hoe we die energie gebruiken. Om licht te brengen waar het donker is, om warmte te geven waar het koud is en om het leven te voeden waar het onvoldoende groeit. Als je die energie van liefde soms zo sterk voelt en die wilt overdragen op anderen, is dat op zichzelf al een daad van pure liefde. Door die energie te verspreiden, creëer je een kettingreactie van positiviteit en verbinding.

Liefde is immers besmettelijk, hoe meer je geeft, hoe meer het groeit en terugkomt, vaak op onverwachte manieren. Of het nu gaat om een klein gebaar, zoals een glimlach of een vriendelijk woord, elke kleine daad van liefde kan een groot verschil maken in iemands dag, of zelfs in iemands leven. Jouw bereidheid om liefde te delen maakt de wereld al een beetje mooier. Blijf de liefdesenergie verspreiden, want de wereld heeft je nodig! Alles komt uit liefde voort en uiteindelijk keert alles weer terug naar liefde. Liefde is de kern van onze menselijke ervaring, het begin en het einde, van geboorte tot dood, liefde is alles en alles zou liefde moeten zijn.

Liefdesverhaal

als ik je tegenkom

zijn woorden uitzichtloos

dan zoek ik naar vergeving

om je woordeloos aan te raken

met gecensureerde fantasie

                 - -



J.J.v.Verre.



Literatuur:


- De driehoekstheorie van de liefde, Wikipedia.

- Sternberg’s Triangular Theory of Love, Marni Feuerman, 22-05-2024, verywellmind.com.

zaterdag 1 maart 2025

De vergeten gedachte

 

                                   - De vergeten gedachte verstopt in geestelijke kleurenpracht.

Laten we eens nadenken over “de vergeten gedachte”. Dit begrip kan verschillende vormen aannemen, van een vluchtige herinnering welke weer uit onze geest verdwijnt, tot een idee dat in de chaos van ons dagelijks leven verloren is gegaan. De volgende beschouwing gaat over dit intrigerende concept: De vergeten gedachte.

Het is fascinerend hoe onze geest werkt. Gedachten komen en gaan, vaak zonder dat we ons volledig bewust zijn van hun bestaan. Een gedachte kan zo vluchtig zijn als een dauwdruppel in de ochtendzon of een schaduw in de avondzon.
Maar wat gebeurt er met onze vergeten gedachten? Zijn ze echt verdwenen, of sluimeren ze ergens in de spelonken van ons onderbewustzijn, wachtend op het juiste moment om weer op te duiken?
Ons brein is een complex netwerk van neuronen dat voortdurend in beweging is. Gedachten worden gevormd door elektrische impulsen die door dit netwerk reizen en veel van deze gedachten zijn slechts kortstondig. Ze kunnen ontstaan uit zintuiglijke waarnemingen, herinneringen of abstracte ideeën. Een andere mogelijkheid is wat complexer te begrijpen en heeft te maken met de hypothese dat ons brein informatie kan opvangen, die het als ontvanger kan verwerken en zich dan als mentale intuïtie aandient. Deze gedachten kunnen zich uit het niets openbaren en kunnen veel betekenis hebben. De meeste van deze gedachten zijn echter zo vluchtig dat ze snel vergeten worden, omdat ze geen directe relevantie of emotionele impact hebben. Sommige onderzoekers gaan ervan uit dat zich tussen de 40 en 60.000 gedachten per dag aandienen, waarbij de meeste onbewust zijn.
Breinscans welke zijn gedaan op de Universiteit van Southern California tonen aan dat we gemiddeld 48,6 verschillende gedachten per minuut ervaren.*

Er zijn verschillende redenen waarom gedachten vergeten worden. Ten eerste door de veelheid van gedachten welke zich aanmelden of proberen binnen te dringen. Onze hersenen worden dagelijks gebombardeerd met informatie. Om ons te helpen functioneren, filteren onze hersenen deze informatie en behouden ze alleen wat essentieel is. Gedachten die niet vaak herhaald of versterkt worden, hebben de neiging om te vervagen. Herhaling helpt bij het verankeren van informatie in ons lange termijn geheugen. Gedachten die emotioneel geladen zijn, worden gemakkelijker onthouden. Neutrale of minder belangrijke gedachten hebben minder kans om vast gehouden te worden. Hoewel vergeten gedachten op het eerste gezicht onschuldig lijken, kunnen ze een aanzienlijke impact hebben. Een vergeten idee kan een belangrijke oplossing zijn voor een probleem, een verloren herinnering kan een ontbrekende schakel in ons begrip van het verleden zijn. Bovendien kunnen vergeten gedachten soms onbewust onze stemming en gedrag beïnvloeden. Soms kunnen vergeten gedachten terugkeren, vaak door associatie met andere herinneringen of ervaringen. Een geur, een geluid of een visuele prikkel kan een lang vergeten gedachte weer naar boven halen. Dit herontdekken kan een gevoel van nostalgie, verbazing of zelfs opluchting met zich meebrengen.
  In de drukte van het moderne leven, waarin informatie zich in een razendsnel tempo vermenigvuldigt en onze aandacht voortdurend wordt opgeëist door talloze prikkels, lijkt het alsof gedachten steeds vluchtiger worden. We consumeren ideeën, gooien ze weg en gaan door naar het volgende. Maar wat gebeurt er met die gedachten die we vergeten? Die ideeën die even opkomen, maar nooit de kans krijgen om te rijpen, om vorm te krijgen, om impact te hebben? De vergeten gedachte is een fascinerend fenomeen dat niet alleen iets zegt over hoe we denken, maar ook over wie we zijn.

De vergeten gedachte is als een zaadje dat nooit ontkiemt. Het is een flits van inzicht, een moment van inspiratie of misschien wel een vraag die nooit wordt gesteld. Het kan iets groots zijn, een idee dat de potentie heeft om de wereld te veranderen, of iets kleins, een simpele observatie die ons leven net even mooier zou kunnen maken. Maar voordat het de kans krijgt om te groeien, verdwijnt het in de mist van onze geest, achtergelaten in de schaduwzijde van ons geheugen.

Waarom vergeten we gedachten? Soms is het simpelweg omdat we te druk zijn. Onze mentale ruimte is beperkt en we moeten keuzes maken over wat we vasthouden en wat we laten gaan. Andere keren vergeten we gedachten omdat we ze niet belangrijk genoeg vinden, of omdat we niet de tools hebben om ze vast te houden. Een gedachte die niet wordt opgeschreven, niet wordt gedeeld, of niet wordt uitgewerkt, is als een heliumballon die wegvliegt – eenmaal weg, is hij moeilijk terug te halen.

Maar de vergeten gedachte is niet per se verloren. Soms duikt hij onverwacht weer op, getriggerd door een al eerder genoemde geur, een geluid, of een beeld. Het is alsof onze geest een archief bewaart van alles wat we ooit hebben bedacht, zelfs als we ons er niet bewust van zijn. In die zin zijn vergeten gedachten niet echt verdwenen; ze sluimeren, wachtend op het juiste moment om weer naar de oppervlakte te komen.

Er zit ook een zekere schoonheid in de vergeten gedachte. Het herinnert ons aan de rijkdom van onze innerlijke wereld, aan het feit dat we nooit volledig kunnen bevatten wat er in ons omgaat. Het is een besef dat we niet alles onder controle hebben en dat dat misschien ook niet hoeft. Soms is het goed om gedachten te laten gaan, om ruimte te maken voor nieuwe ideeën, nieuwe inzichten.

Tegelijkertijd roept de vergeten gedachte ook vragen op over wat we missen. Hoeveel potentieel, hoeveel creativiteit, hoeveel wijsheid laten we onbenut omdat we niet de tijd nemen om stil te staan bij wat er in ons opkomt? In een wereld die steeds meer gericht is op productiviteit en efficiëntie, lopen we het risico om het belang van contemplatie en reflectie te vergeten. Misschien is het tijd om meer aandacht te besteden aan die vergeten gedachten, om ze de ruimte te geven om te groeien.

De vergeten gedachte is dus niet alleen een curiositeit; het is een spiegel voor hoe we omgaan met onze innerlijke wereld. Het daagt ons uit om meer met onze aandacht in het heden, in het moment te zijn, om af en toe stil te staan bij wat er in ons opkomt en om niet alles zomaar weg te vegen. Want wie weet wat voor schatten er verborgen liggen in de uithoeken van onze geest, wachtend om ontdekt te worden. De oplossingen voor essentiële vraagstukken liggen nu nog verscholen in het kleurenpalet van ons complexe brein. Een vergeten gedachte is een energie partikel wat zich mogelijk autonoom kan bewegen. Dit idee kan verband houden met het concept van mentale energie en de invloed van gedachten op ons welzijn en onze perceptie.
Het koesteren van positieve gedachten heeft sowieso een grote invloed hoe wij onszelf en onze omgeving waarnemen. Negatieve gedachten mogen we gerust vergeten, maar zo eenvoudig is dat niet. Hoewel we ze niet altijd volledig kunnen uitwissen, kunnen we wel leren om ze te beheersen en zodoende om hun invloed te verminderen. Een ander probaat middel is om negatieve gedachten te vervangen door positieve ideeën omtrent jezelf, je leven en de ander in je directe leefomgeving. Benoem de positieve ervaringen met dankbaarheid en daardoor verschuift je mind-set.
Wanneer je regelmatig de tijd neemt om stil te staan bij de dingen waarvoor je dankbaar bent, train je je brein om op een positieve manier naar de wereld te kijken. Dit leidt meestal tot meer tevredenheid en geluk in je leven. Door regelmatig stil te staan bij positieve momenten, versterk je de positieve emoties.

Een vergeten gedachte kan worden beschouwd als een energie die is opgelost in de leegte, een soort universeel bewustzijn of een toestand van “niet-zijn”. In de psychologie wordt aangenomen dat vergeten gedachten nog steeds in ons onderbewustzijn kunnen bestaan en onder bepaalde omstandigheden weer tot activiteit kunnen komen. Ze blijven dan sluimeren in ons brein, wachtend op een moment dat het weer kan communiceren met ons bewustzijn. Als een vergeten gedachte verbonden is aan een sterke emotie, bijvoorbeeld angst of verdriet, kan deze meer energie hebben dan andere, meer alledaagse gedachten. Emoties versterken vaak de impact van gedachten. Vergeten gedachten kunnen een bron van creativiteit zijn. Omdat ze vaak onvolledig of vaag zijn, nodigen ze uit tot interpretatie en verbeelding, wat ze krachtiger kan maken dan duidelijk gedefinieerde gedachten. Soms duiken vergeten gedachten later weer op als terugkerende gedachten. Vaak op momenten van ontspanning of inspiratie. Als ze terugkomen, kunnen ze een gevoel van opluchting of voldoening, geven wat de indruk kan wekken dat ze "sterker " zijn. Een vergeten gedachte kan een gevoel van mysterie oproepen, wat onze nieuwsgierigheid prikkelt. Omdat we niet precies weten wat we zijn vergeten, kan dit een sterke emotionele lading hebben. Het onbekende trekt vaak meer aandacht dan het bekende. Het gevoel dat er iets belangrijks net buiten ons bereik ligt, kan ook frustrerend zijn. Deze frustratie kan de gedachte meer energie geven, omdat ons brein geneigd is om zich vast te bijten in onopgeloste zaken.

Concluderend kunnen we zeggen dat de vergeten gedachte een fascinerend fenomeen is dat ons herinnert aan de complexiteit en het mysterie van het menselijk brein. Het is een herinnering aan hoe complex, dynamisch en soms ongrijpbaar onze gedachten kunnen zijn. Het laat zien hoe waardevol zelfs de meest vluchtige gedachte kan zijn. De energie van een vergeten gedachte is niet per se intrinsiek sterker, maar de context en de manier waarop ons brein ermee omgaat, kunnen het wel zo laten voelen.


J.J.v.Verre.


Literatuur:

- Waar komt de stem in ons hoofd vandaan en heeft iedereen die? Sebastiaan van de Water, 20-2-2020, quest.nl.*


Hoe minder je aan dingen denkt, des te meer ruimte je hebt om over dingen na te denken.

                                                 -Filosofische wijsheid.


Een vergeten gedachte teruggekeerd.

een gedachte, vluchtig als de wind

geboren in het diepst van mijn geest

het vond geen rust, geen anker, geen begin

werd meegesleurd, ver weg, onleesbaar, steeds.


ze zweefde door de nevels van de tijd

onzichtbaar, bijna alsof nooit geboren

in dromen, bij schemering, vond ik haar weer

maar bij dageraad, was ze opnieuw verloren.


een vergeten gedachte, stil en ondoordacht

een echo van wat had kunnen zijn

als een ster in een heldere nacht

slechts een stip in verblindende pracht



moge zij rust vinden in mijn volle geest

bloeiend en vloeiend als een midzomerfeest

vluchtig terugkerend, klaar en doordacht

want in mijn hoofd was dit zaadje gebracht


een verloren gedachte is opgestaan

heeft de neurale snelweg gevonden

is bloeiend aan de haal gegaan

nu met mijn bewustzijn verbonden.

                   ---





vrijdag 21 februari 2025

Verdwaald in spirituele fantasie

 

                             -Doi Suthep Tempel in Chiang Mai.


Na mijn bezoek aan het internationaal boeddhistisch centrum in Chiang Mai ben ik tot de conclusie gekomen dat er toch veel facetten binnen de boeddhistische filosofie waren, welke onjuist door mij werden geïnterpreteerd. Na het lezen van de drie boeken uit de serie modern boeddhisme, dacht ik wel iets te kunnen begrijpen van de boeddhistische filosofie. Maar ik was teveel gefocust op mijn eigen opvattingen en ideeën omtrent de spirituele filosofie, welke ik in verband wilde brengen met de boeddhistische filosofie.


Het was een licht bewolkte woensdagochtend, waarbij de zon zich niet alleen door die wolkjes moest heen vechten, maar ook door de nevel die werd veroorzaakt door de lucht vervuiling. Het had hier ruim twee maanden niet geregend en de air pollution was niet alleen hier in Noord Thailand een probleem, maar eigenlijk overal in Thailand. De laatste jaren is deze lucht vervuiling het hevigst tussen februari en mei en wordt veroorzaakt door het verbranden van landbouw afval, fabrieken, kokende mensen buiten en al die scooters, motoren en auto’s in een kurkdroge periode. Als het gaat regenen dan slaan die vuildeeltjes neer en wordt de lucht weer helderder.

Ik moet de 309 treden omhoog lopen met mijn meegereisde rugzak, voordat ik de Wat Phra That Doi Suthep tempel bereik. De tempel gebouwd aan het begin van de 19e eeuw, de trap naar het tempelcomplex gemarkeerd door de zevenkoppige slang en boven de gouden pagode. Het zweet gutste van mijn voorhoofd toen ik boven was en de beklimming had volbracht. Daarna een ongelijk trapje naar beneden naar het meditatie centrum. Ik kon even de luidheid van de vele toeristen achter mij laten en me overgeven aan de serene rust, de geur van wierook en de zachte geluiden van de windgong, die mij begroette en mij direct herinnerde aan mijn eerdere ervaring in deze spirituele omgeving. Het maakte mij zo wie zo rustiger, door het besef dat ik hier op tijd was gearriveerd en vanaf nu me geheel kon overgeven aan de mores van het tempelleven. Als iemand die altijd al was geïnteresseerd in spirituele filosofieën, had ik mij al langere tijd op dit bezoek verheugd. Wel zag ik tegen de meditatie houding op omdat tijdens mijn vorige bezoek dit nogal problematisch was verlopen. Een juiste houding tijdens de zittende meditatie was lastig en ook duidelijke evenwichtsstoornissen tijdens de lopende meditatie oefening was een moeilijke hindernis om te overwinnen. Hoewel ik mij maar voor vier dagen had ingeschreven en maar op vier ochtenden de Dhamma Talk kon bijwonen, had ik tevoren al enkele vragen op papier gezet in mijn telefoon. Die onduidelijkheden of liever gezegd onzekerheden in mijn interpretatie van de boeddhistische filosofie had ik in die vastgelegde vragen verpakt. Een van die vragen luidde: Wat is het wezenlijke verschil tussen een ziel en een vorm van evoluerend bewustzijn? Waarom zijn niet alle boeddhisten vegetarisch, terwijl de boeddhistische kloosters dat vrijwel alle wel zijn? Echter, naarmate de dagen verstreken en ik eigenlijk nog veel te vragen had, kwam ik steeds meer tot de conclusie dat mijn interpretatie van het boeddhisme eerder een gefantaseerde versie was dan de werkelijke leer. Bij mijn aankomst werd ik meteen betoverd door de rust, hoewel de tempel zelf door vele toeristen per dag wordt bezocht. De serene uitstraling van de glimlachende monniken leek alles te belichamen waar ik naar opzoek was, waar ik heimelijk naar verlangde. Je vindt iets dat je onbewust zocht en weet dan meteen dat je het voorheen onbekende, maar wel vertrouwde, hebt gevonden. Ik had het boeddhisme altijd gezien als een magische sleutel tot zelf inkeer, die kon leiden naar eeuwige vrede en geluk en een ontsnapping kon zijn uit de hectiek van het jachtige, moderne leven. Maar naarmate ik meer leerde over de leerstellingen van de Boeddha, begon ik in te zien dat mijn perceptie “verre” van nauwkeurig was geweest. In de eerste Dhamma Talk werd ons uitgelegd dat boeddhisme niet draait om het vermijden van lijden, maar om het begrijpen en accepteren ervan. Dit stond in schril contrast met mijn eerdere opvatting dat spirituele verlichting een staat van constante gelukzaligheid was. Besefte dat ik de realiteit van lijden en de vergankelijkheid van het leven had genegeerd in mijn zoektocht naar spirituele comfort. En dat ik zo graag op subtiele wijze de boeddhistische filosofie in mijn eigen spirituele filosofie had willen incorporeren. De meditatie oefeningen waren een ander eye-opener voor me. In plaats van een direct resultaat, wat ik misschien te veel verwachtte, werd ik niet alleen geconfronteerd met mijn zoekende, onrustige geest, maar ook met de fysieke onmogelijkheden die een gepaste houding vereiste. De zittende meditatie werd enigszins vergemakkelijkt met extra kussentjes en de wandelende meditatie, welke werd bemoeilijkt door evenwichtsstoornissen, werd enigszins mogelijk gemaakt door te lopen op een ondergrond van zacht zand, waarbij het evenwicht werd ondersteund als een soort van duwtje in de rug. Maar dan als duwtje waarbij je juist niet omvalt. De monnik die het meditatie proces begeleidde, legde uit dat meditatie geen middel is om de geest te onderdrukken, maar een manier om bewust te worden van onze gedachten en emoties. Het is een langzaam en geduldig proces van vooral zelfobservatie en heel veel zelfbeheersing. Iets wat ik zeker al wist, maar toch weer had onderschat. Het waren toch de fysieke ongemakken die mij het meeste dwarsboomde. De inspannende zittende houding en de strijd tegen de onevenwichtigheid tijdens het langzaam bewust wandelen. Een van de meest memorabele momenten was een gesprek met een wat oudere monnik, een leeftijdgenoot, die mij vertelde dat het boeddhisme zeker geen geloofssysteem is, maar een manier van leven. Het gaat niet om het aanbidden van de Boeddha, maar om het volgen van zijn pad van mededogen, wijsheid en zelfdiscipline. Deze woorden bleven in mijn gedachten resoneren en deden me beseffen hoe oppervlakkig mijn begrip omtrent de boeddhistische filosofie was geweest. Ik had de gelezen teksten altijd op mijn eigen wijze geïnterpreteerd. Toen mijn te korte verblijf in het spirituele centrum ten einde liep, voelde ik me toch wat verward. Dat kwam omdat ik van te voren met vele vragen zat, welke ik deels had opgeschreven, maar helaas niet aan bod waren gekomen. Misschien ook door onbegrip van mijn Engelse vertaling en ook lekkage van antwoorden ten gevolge van het soms moeilijk verstaanbare Engels. Een van mijn eerder geschreven beschouwingen getiteld:”Tijd verdicht gedachte in materie” heb ik door Google in het Thai laten vertalen en aan de monnik die ons Dhamma les gaf, laten lezen. Waarbij ik natuurlijk niet kon weten of de Thaise tekst ook met mijn beschouwing overeen kwam. Misschien stond er wel de grootste onzin op schrift. Achteraf had ik ook veel beter een Engelse vertaling kunnen geven, die nog enigszins door mij op inhoud was te beoordelen. Maar ik vond zo’n Thaise tekst wel aardig om te zien in de vreemde lay-out. Maar goed, een echt inhoudelijk gesprek hierover is toch niet gelukt, waarschijnlijk toch dat die vertaling onduidelijk of misschien wel belabberd was. Who knows? Vele andere vragen bleven ook onbeantwoord, waardoor ik toch nog een keer terug moet naar dit centrum. Behalve mijn gevoel van verwarring bestond er toch ook iets van verlichting. Maar dan in de trant van: Er ging soms toch een lichtje branden. Ik had ontdekt dat de spirituele filosofie, waarmee ik de boeddhistische filosofie had verpakt, toch een soort van spirituele fantasie was geworden, ver verwijderd van de essentie van het boeddhisme. Maar deze realisatie gaf me ook een gevoel van bevrijding. Ik besefte dat echte spirituele groei niet komt van het vermijden van ongemakken, maar van het omarmen van de werkelijkheid zoals die is. De werkelijkheid zoals die door de Boeddha leer wordt omschreven. Ik moest meer mijn best doen om afstand te nemen van mij eerdere denkbeelden. En helemaal gelukt is dit zeker nog niet, maar ik ben wel verder gekomen met de meest persoonlijke vraag, onafhankelijk van het boeddhisme. De vraag: “Wie ben ik eigenlijk” en “Wat kom ik hier doen”? Mijn innerlijke antwoord is duidelijk en luidt: Beleven en veel ervaring opdoen. En dat heb ik gedaan, zowel in relatie met mijzelf als entiteit, in relatie met het boeddhisme en in relatie met veel van mijn tekortkomingen, zowel geestelijk als fysiek. En als ik heel eerlijk ben, is mijn drijfveer om naar dit centrum te komen niet op de eerste plaats de meditatie oefeningen zelf, maar meer de toegang tot wijsheid omtrent de boeddhistische filosofie. Soms voelde ik mij een soort van spion, die de geheimen van de boeddhistische filosofische wetenschap aan de monniken wilde ontfutselen. 

Terugkijkend op mijn ervaring in Chiang Mai, ben ik dankbaar voor de wijze lessen die ik heb ontvangen. Het boeddhisme heeft me misschien niet de magie gebracht die ik had gehoopt te vinden, maar iets veel waardevoller: een dieper begrip van mezelf en de ander in de wereld om ons heen. En hoewel ik natuurlijk nog steeds aan het begin sta van mijn spirituele reis, ben ik vastberaden om mijn pad te volgen, gewapend met nu wat meer realistischer en authentieker begrip van de boeddhistische leer. Mijn meditatie leraar zei: Meditatie kun je niet leren, mediteren moet je doen, regelmatig doen. Want alleen als je die tijd incorporeert in je dagelijkse leven kun je verder komen. Net zoals eten, slapen en je tanden poetsen. Dan kan na lange oefening een volgende fase worden bereikt. De Vipassana meditatie is een vorm van inzichtsmeditatie, een eenvoudige praktische remedie voor universele problemen. Het is een proces van zelfobservatie met als doel de geest tot in de diepste lagen te zuiveren van negativiteit en onzuiverheden als woede, haat, angst en hebzucht. Als eerste oefening wordt geleerd om je te concentreren op de in- en uitademing. Technisch gezien mag je je ogen, armen en benen niet bewegen, wel je rug en schouders. Treedt er tijdens de meditatie een afleiding op, observeer dan die afleiding en keer daarna weer terug naar de concentratie op de ademhaling. Het ervaren van ongemak of pijn kan worden beschouwd als moment om te kunnen groeien. Later kan de meditatie worden uitgebreid door je te focussen op een aantal drukpunten in je lichaam. Een zittende meditatie bestaat dan uit de volgende cyclus: rising, falling, sitting, touching. De eerste twee woorden gericht op de ademhaling, bij sitting ga je denkbeeldig zitten en bij touching raak je denkbeeldig de verschillende drukpunten aan. Bij de lopende meditatie gebruiken we de woorden, lifting, raising, moving, placing. Bij lifting komt de voet iets los van de grond. Bij raising beweegt de voet vrij. Bij moving wordt de voet naar voren bewogen en bij placing weer op de grond geplaatst. Bij een diepe meditatie kan na enige oefening een bijzonder gevoel van immense rust en helderheid worden verkregen, dat moeilijk in woorden te vatten is. Men ervaart vaak een diep gevoel van vrede en stilte. Gedachten komen en gaan zonder verstoring. Het is alsof je geest een rustige, heldere vijver is, vrij van rimpelingen. Bij nog diepere meditatie lijkt het alsof de tijd ophoudt te bestaan. Minuten kunnen voelen als uren en uren als minuten. Dit gevoel van tijdloosheid biedt een heerlijke ontsnapping aan de drukte van ons dagelijks leven. Je voelt je verbonden met alles om je heen. Dit gevoel van eenheid en verbondenheid kan leiden tot een diep gevoel van mededogen en begrip voor anderen en voor de wereld om ons heen. Je lichaam voelt licht en ontspannen aan. Spierspanning en stress verdwijnen en je ervaart een sterk gevoel van fysiek welbevinden. Sommigen beschrijven het gevoel bij diepe meditatie als pure gelukzaligheid. Dit gevoel komt dan echt van binnenuit en is niet afhankelijk van externe omstandigheden. Ook kan na een sessie van diepe meditatie je geest en ziel worden opgefrist, wat weer kan leiden tot nieuwe ideeën en creatieve inspiratie. De ultieme meditatie fase. 

De fase die ik zou willen noemen: de ontdekking van de werkelijkheid. En weer begon ik te verdwalen in mijn spirituele fantasie en weer waren mijn creatieve gedachten op hol geslagen.


J.J.v.Verre.


Literatuur:

- Modern Boeddhisme, deel 1 Soetra, deel 2 Tantra, deel 3 Gebeden voor dagelijkse oefening, Geshe Kelsang Gyatso, ISBN 978-1-906665-21-0-voor de complete set van de drie delen.

- Vipassana Meditatie, www.dhamma.org.

- Doisuthep Vipassana Meditation Center, Chiang Mai, Thailand. 

 

                           - De 309 traptreden naar de Doi Suthep Tempel.



maandag 13 januari 2025

Het concept vergeving.

 

                                     -Vergeven zonder het te vergeten.


Vergeving is het proces waarbij iemand besluit om wrok of boosheid los te laten tegenover iemand die hen onrecht heeft aangedaan. Het betekent niet dat je het gedrag goedkeurt of vergeet wat er is gebeurd, maar het gaat meer om het bevrijden van jezelf van negatieve emoties die je kunnen belasten. Vergeving kan leiden tot innerlijke rust en heling, zowel voor de persoon die vergeeft als voor degene die vergeven wordt. Het is een krachtig middel om relaties te herstellen en persoonlijke groei te bevorderen.

In de boeddhistische traditie is vergeving een belangrijk concept dat nauw verbonden is met mededogen en het loslaten van negatieve emoties. Het wordt gezien als een manier om innerlijke vrede te bereiken en karma te zuiveren. Boeddhisten geloven dat vergeving voortkomt uit mededogen en begrip voor de ander. Door te begrijpen dat iedereen lijdt en fouten maakt, kunnen we mededogen ontwikkelen en vergeving schenken. Het vasthouden aan wrok en negatieve emoties wordt gezien als schadelijk voor de geestelijke gezondheid. Vergeving helpt om deze negatieve emoties los te laten en innerlijke rust te vinden. Ook de immer terugkerende rol van karma speelt in het boeddhisme een belangrijke rol. Door vergeving te schenken, zuiveren we ons eigen karma en bevorderen we positieve energie in ons leven. Naast het vergeven van anderen, is zelf vergeving ook cruciaal. Het erkennen van onze eigen fouten en onszelf vergeven helpt om verder te groeien en te evolueren op het spirituele pad. Vergeving is dus een essentieel onderdeel van de boeddhistische praktijk en draagt bij aan het bereiken van verlichting en innerlijke vrede.

In het hindoeïsme is vergeving een belangrijk concept dat nauw verbonden is met dharma ( de morele plicht) en karma ( de wet van oorzaak en gevolg). Vergeving wordt gezien als een deugd en een morele plicht. Het is een manier om dharma te beoefenen en een rechtvaardig en harmonieus leven te leiden. Vergeving helpt om een negatie karma te zuiveren. Door anderen te vergeven, bevorderen we positieve energie en verminderen we de negatieve gevolgen van onze daden. Vergeving wordt gezien als een manier om innerlijke vrede en spirituele groei te bereiken. Het helpt om wrok en negatieve emoties los te laten, wat bijdraagt aan een evenwichtige en vreedzame geest. Net als in het boeddhisme speelt mededogen een belangrijke rol in het hindoeïsme. Door mededogen te tonen en anderen te vergeven, ontwikkelen we een dieper begrip en empathie voor de ander. Vergeving speelt ook een essentiële rol in de hindoeïstische leer en draagt bij aan het bereiken van spirituele verlichting en innerlijke harmonie.

Binnen de christelijke religie is vergeving een centraal concept. Het draait om het vergeven van zonden en het herstellen van de relatie tussen God en de mens. Christenen geloven dat God vergeving schenkt aan degenen die hun zonden belijden en berouw tonen. Dit is gebaseerd op het geloof dat Jezus Christus stierf voor de zonden van de mensheid, waardoor vergeving mogelijk werd. Naast goddelijke vergeving, moedigt het christendom ook aan om anderen te vergeven. Dit is gebaseerd op de leer van Jezus, die zei: “Vergeef anderen, zoals God u heeft vergeven”. In de katholieke kerk is er een specifiek sacrament gewijd aan vergeving, bekent als het sacrament van boete en verzoening (of biecht). Gelovigen belijden hun zonden aan een priester, die hen vervolgens absolveert (zonden vergeeft) in de naam van God. Vergeving speelt ook een belangrijke rol in het herstellen en behouden van de gemeenschap binnen de kerk. Het helpt om conflicten op te lossen en relaties te herstellen. Vergeving is dus niet alleen een persoonlijke daad, maar ook een manier om de gemeenschap te versterken en de relatie met God te herstellen.

In de Islam wordt geloofd dat Allah (God) de meest barmhartige en vergevingsgezinde is. Moslims worden aangemoedigd om hun zonden te belijden en Allah om vergeving te vragen. Dit kan door middel van gebed, berouw en goede daden. Net als in het christendom, wordt in de islam ook veel nadruk gelegd op het vergeven van anderen. De profeet Mohammed heeft gezegd dat degenen die anderen vergeven, zelf vergeving van Allah zullen ontvangen. In de islamitische leer ligt een sterke nadruk op de Dag des Oordeels, waarop iedereen verantwoordelijk wordt gehouden voor zijn daden. Vergeving van zonden door Allah kan helpen om een gunstige uitkomst op deze dag te verzekeren. Vergeving speelt ook hier een cruciale rol in het bevorderen van harmonie en vrede binnen de gemeenschap. Ook hier helpt vergeving om conflicten op te lossen en relaties te herstellen. Vergeving in de islam is dus zowel een persoonlijke als een gemeenschappelijke daad, gericht op het verkrijgen van Allah’s genade en het bevorderen van harmonie en vrede binnen de geloofsgemeenschap.

Binnen de spirituele filosofie wordt vergeving vaak gezien als een diepgaand proces van innerlijke heling en transformatie. Vergeving wordt gezien als een manier om innerlijke vrede te bereiken. Door anderen te vergeven, bevrijd je jezelf van wrok en negatieve emoties die je geestelijke welzijn kunnen beïnvloeden. Naast het vergeven van anderen, legt de spirituele filosofie ook veel nadruk op zelf vergeving. Het erkennen van je eigen fouten en jezelf vergeven is essentieel voor persoonlijke groei en zelfacceptatie. In veel spirituele tradities wordt geloofd dat vergeving een positieve invloed heeft op je karmische balans en energie. Het loslaten van negatieve gevoelen kan je helpen om een hogere trillingsfrequentie te bereiken en positieve energie aan te trekken. Vergeving wordt vaak gezien als een manier om de eenheid en verbinding met anderen te herstellen. Het helpt om relaties te helen en een gevoel van verbondenheid en mededogen te bevorderen. Vergeving wordt beschouwd als een belangrijk aspect van spirituele groei en verlichting. Het helpt je om los te laten, te leren en te evolueren op je spirituele pad. Vergeving binnen de spirituele filosofie is dus een holistisch proces dat zowel je innerlijke wereld als je relaties met anderen kan transformeren.

Een van de krachtigste uitspraken omtrent het vergeven komt van Gerald G. Jampolsky, die zei: “Vergeven is het loslaten van alle hoop op een beter verleden”. Want dat is in feite ook de kern van het probleem. Een gebeurtenis die heeft plaats gevonden is niet meer ongedaan te maken. Alleen door het los te laten zullen de negatieve emoties kunnen afzwakken en kan dat een bevrijdende en helende ervaring zijn. Vergeving betekent beslist niet dat je iets moet vergeten. Vergeving is vaak een proces wat tijd en geduld kost. Waarbij het niet alleen gaat om het vergeven van anderen, maar ook om het vergeven van jezelf. Ook al ben jezelf nergens schuldig aan. Door los te laten, geef je jezelf de kans om te groeien en te helen. Het kan daarbij helpen om je te focussen op het heden en de toekomst en om positieve energie en ervaringen aan te trekken. Ik ben jij en jij bent mij. Wij zijn zij, met ons erbij.


J.J.v.Verre.


-Vergeven is gemakkelijker wanneer je hart op de goede plaats zit.

Tekening: Valentine P., gemaakt voor haar opa.


donderdag 9 januari 2025

Het concept Ziel.

          - Energetische entiteit met computer verbonden.


                                    De Ziel in vogelvlucht.


De ziel is een concept dat in verschillende filosofieën, religies en culturen op diverse manieren wordt geïnterpreteerd. In de klassieke filosofie, zoals die van Plato, wordt de ziel gezien als een niet-materiële, onsterfelijke entiteit die onafhankelijk van het lichaam bestaat. Plato beschouwde de ziel als het morele en intellectuele zelf, dat losstaat van de passies en zintuiglijke aspecten van het menselijk bestaan. In veel religies wordt de ziel gezien als de essentie van een persoon, vaak geassocieerd met de levensadem die door een hogere macht of God, is gegeven. In de Bijbel wordt de ziel soms gebruikt als synoniem voor de persoon zelf of voor het leven van een persoon. Vanuit een wetenschappelijk perspectief is er geen direct bewijs voor het bestaan van een ziel als aparte entiteit. Het wordt vaak als een product gezien van gecompliceerde neurologische processen in de hersenen. Maar indirect zijn er wel sterke aanwijzingen dat als het menselijk brein door een circulatiestilstand geen elektrische activiteit meer vertoont het “bewust” zijn toch nog door het betreffende slachtoffer wordt ervaren, zoals bij een BDE (bijna dood ervaring) vaak wordt beschreven. Deze vaak heldere vorm van bewustzijn is moeilijk te verklaren indien dit alleen maar zou kunnen worden toegeschreven aan neurologische processen. Deze ervaringen kunnen wijzen op een bewustzijn dat onafhankelijk van het fysieke lichaam kan bestaan. In spirituele en esoterische tradities wordt de ziel vaak gezien als een energie of kracht die het fysieke lichaam overstijgt en voortleeft na de dood. In mijn opvatting omtrent de spirituele filosofie zie ik de ziel ook als een geprogrammeerde energie of een gedematerialiseerde entiteit.

Het woord ziel kan verwisseld worden met geest, wat verwijst naar een niet-fysieke aanwezigheid of wezen. Ook de term spirit wordt vaak gebruikt in spirituele en religieuze contexten. Het woord schim verwijst weer meer naar een schaduwachtige of spookachtige verschijning. Ook de gedematerialiseerde entiteit kan worden opgevat als een vorm van energie. In zowel religieuze als spirituele contexten wordt de ziel vaak gezien als een goddelijke vonk, zowel verbonden met de goddelijke schepping als een goddelijk veld van energie, die het fysieke lichaam overstijgt. In religieuze tradities wordt de ziel beschouwd als een directe creatie van God. Dit betekent dat de ziel een deel van de goddelijke essentie in zich draagt en verbonden is met de scheppende kracht van het universum. Zo kan de ziel worden gezien als een vonk van God, die het leven en bewustzijn aan individuen geeft. Sommige spirituele stromingen beschouwende ziel als een energie die deel uitmaakt van een groter, universeel energieveld. Dit veld, soms aangeduid als Universele Ziel of Anima Mundi, is een allesomvattend bewustzijn dat door alle levende wezens en de kosmos stroomt. De ziel is in deze visie een manifestatie van deze goddelijke energie, die alles in het universum met elkaar verbindt. De ziel kan worden gezien als de essentie van een persoon, die de kern van hun identiteit en bewustzijn vormt. Het is vaak geassocieerd met eigenschappen zoals bewustzijn, emoties, gedachten en morele waarden. In veel tradities wordt de ziel beschouwd als onsterfelijk en als iets dat voortleeft na de fysieke dood. Filosofen en theologen hebben de ziel beschreven als de zetel van het bewustzijn, wat betekent dat het de bron is van onze gedachten, emoties en zelfbewustzijn. Het is wat ons in staat stelt om te reflecteren, te voelen en morele keuzes te maken. Daarnaast wordt de ziel vaak beschouwd als de bron van menselijke individualiteit en waardigheid. Dit idee houdt in dat elk individu een inherente waarde en waardigheid heeft, simpelweg omdat ze een ziel hebben. Dit concept is diep geworteld in veel religieuze en ethische systemen, die stellen dat de ziel een goddelijke of universele oorsprong heeft en daarom heilig is.

In de theosofie wordt de ziel gezien als een essentieel en eeuwig deel van de mens, dat verbonden is met een groter kosmisch bewustzijn. De ziel wordt beschouwd als een onsterfelijke en eeuwige essentie die door vele levens en incarnaties heen evolueert. Dit proces van reincarnatie helpt de ziel om spirituele groei en bewustzijn te bereiken. De theosofie benadrukt de evolutie van de ziel door middel van ervaringen en lessen in het fysieke leven. Deze evolutie is gericht op het bereiken van hogere niveaus van bewustzijn en spirituele verlichting. De ziel ondergaat zowel involutie (het afdalen in de materiële wereld) als evolutie ( het terugkeren naar het goddelijke). Dit proces helpt de ziel om kennis en wijsheid te vergaren en uiteindelijk terug te keren naar de bron van alle bestaan. De theosofie biedt een diepgaand en holistisch perspectief op de ziel, waarbij de nadruk ligt op spirituele groei en de verbondenheid van al het leven.

In het boeddhisme is het concept van de ziel anders dan in veel andere religies en filosofieën. Een van de centrale leerstellingen van het boeddhisme is het concept anatta, wat betekent “geen zelf ” of “geen ziel”. Dit houdt in dat er geen permanente, onveranderlijke essentie of ziel is in een persoon. In plaats daarvan bestaat een individu uit een verzameling veranderlijke fysieke en mentale processen. Boeddhisten geloven dat alles vergankelijk is, inclusief wat we als ons “zelf” beschouwen. Dit betekent dat er geen eeuwige ziel is die blijft bestaan na de dood. In plaats daarvan is er een voortdurende stroom van bewustzijn die verandert en evolueert. Hoewel boeddhisten niet geloven in een permanente ziel, geloven ze wel in reïncarnatie. Dit betekent dat de daden, de keuzes (karma) van een persoon invloed hebben op toekomstige levens. De energie en gevolgen van iemands daden worden doorgegeven, maar niet een onveranderlijke ziel. Het uiteindelijke doel in het boeddhisme is het bereiken van nirvana, een staat van bevrijding van het lijden en de cyclus van wedergeboorte. Dit wordt bereikt door het loslaten van gehechtheid en verlangens en ook het idee van een permanent zelf of ziel. Door het idee van een permanent zelf los te laten, kunnen we beter begrijpen en accepteren dat verandering een fundamenteel aspect is van het leven.

In het hindoeïsme wordt de ziel, atman, gezien als een deel van het universele bewustzijn of ultieme realiteit, bekend als Brahman. In sommige stromingen, zoals de Advaita Vedante, wordt geleerd dat atman en Brahman uiteindelijk één en hetzelfde zijn, wat betekent dat de individuele ziel en het universele bewustzijn niet van elkaar te scheiden zijn. Hindoes geloven ook in de cyclus van geboorte, dood en wedergeboorte, waarbij de ziel na de dood opnieuw geboren wordt in een ander lichaam. Deze cyclus van wedergeboorte gaat door totdat de ziel moksha bereikt, wat bevrijding betekent van deze cyclus. Het concept van karma speelt een cruciale rol in het hindoeïsme. De daden van een persoon, zowel goede als slechte, hebben gevolgen voor toekomstige levens. Het doel is om positief karma te verzamelen om uiteindelijk moksha te bereiken. Dit is het uiteindelijke doel, waarbij de ziel wordt bevrijd van de cyclus van wedergeboorte en eenheid bereikt met Brahman. Dit wordt gezien als een staat van ultieme vrede en verlichting. Er zijn verschillende stromingen binnen het hindoeïsme die iets verschillende opvattingen hebben over de ziel. Bijvoorbeeld, de Dvaita Vedanta leert dat er een duidelijk onderscheid is tussen de individuele ziel (jivatma) en de goddelijke ziel (Paramanta), terwijl de Advaita Vedanta non-dualisme onderwijst. Het hindoeïsme biedt een rijk en diepgaand inzicht in de aard van de ziel en de spirituele reis van het individu.

In het islamitische geloof wordt de ziel of ruh, beschouwd als een essentieel en goddelijk aspect van het menselijk bestaan. De ziel wordt gezien als een schepping van Allah. Volgens de Koran heeft Allah de ziel geschapen en ingeblazen in de mens, waardoor deze leven en bewustzijn kreeg. E ziel is onsterfelijk en blijft bestaan na de dood van het fysieke lichaam. Na de dood verhuist de ziel naar het hiernamaals, waar zij wordt beoordeeld door Allah. De zielen van de rechtvaardigen zullen worden beloond met het paradijs, terwijl de zielen van de onrechtvaardigen zullen worden gestraft. Hoewel de ziel een goddelijk en onsterfelijk aspect is, is zij tijdens het aardse leven nauw verbonden met het fysieke lichaam. De ziel geeft het lichaam leven en bewustzijn. In de islam wordt veel nadruk gelegd op de zuivering en spirituele groei van de ziel. Dit kan worden bereikt door middel van gebed, vasten, liefdadigheid en andere goede daden die in overeenstemming zijn met de wil van Allah. De islamitische visie op de ziel benadrukt de goddelijke oorsprong en het eeuwige karakter van de ziel, evenals het belang van ethisch en moraal gedrag tijdens het aardse leven. Je zou kunnen vaststellen dat dat deze waarden binnen het religieus fundamentalisme wankelen omdat de interpretatie en toepassing van religieuze waarden verschilt met dat van het fundamentalistische concept.

Veel humanisten zien de ziel niet als een onstoffelijke of bovennatuurlijke entiteit. In plaats daarvan beschouwen ze de ziel als een metafoor voor het totaal van menselijke gevoelens, gedachten en bewustzijn. Humanisten geloven dat wat we de ziel noemen, eigenlijk een product is van neurologische processen in de hersenen. Het bewustzijn, emoties en gedachten worden gezien als functie van het brein, zonder dat er een aparte, onstoffelijke ziel nodig is. Zij verwerpen meestal het idee van een onsterfelijke ziel die voortleeft na de dood. Zij benadrukken dat het leven eindig is en dat we betekenis en waarde moeten vinden binnen ons huidige, aardse bestaan. Ondanks het afwijzen van een onstoffelijke ziel, hechten humanisten veel waarde aan menselijke waardigheid en ethiek. Ze geloven dat mensen in staat zijn om morele keuzes te maken en verantwoordelijkheid te nemen voor hun daden, gebaseerd op rationeel denken en empathie.

De ziel in vogelvlucht is een beschouwing over de plaats van de ziel in verschillende religies en culturen. De ziel in bemande toestand en vrij in onbemande toestand. Of moeten we deze woorden omdraaien en spreken over een bezielde entiteit verbonden met een universeel bewustzijn en tijdelijk verbonden met een fysiek lichaam. Wat zal er in de nabije toekomst gebeuren als computers veel krachtiger worden en een soort van gevoel of zelfs bewustzijn kunnen creëren. Kan een energetische entiteit zich dan met een ander netwerk verbinden? Energetisch gezien zou dat tot de mogelijkheden kunnen behoren. Het idee dat een energetische entiteit zich met een computer zou kunnen verbinden is een fascinerend concept dat zowel wetenschappelijk als filosofisch veel nieuwe vragen zal oproepen. Met de snelle vooruitgang in technologie, vooral op het gebied van kunstmatige intelligentie en neurowetenschappen, is het theoretisch mogelijk dat we manieren vinden om menselijke bewustzijnsprocessen te integreren met computers. Er zijn al ontwikkelingen op het gebied van brain-computer interfaces (BCI’s), die het mogelijk maken om hersensignalen direct naar computers te sturen en omgekeerd. Maar dit is nog ver verwijderd van het verbinden van een niet-fysieke entiteit met een computer. Omdat dit een enorme technische en ethische uitdaging zal zijn, wordt er ook zeker aan gewerkt. Dit idee roept ook belangrijke filosofische en ethische vragen op. Wat betekent het om een bewustzijn of ziel te verbinden met een machine? Wat zijn de implicaties voor identiteit, privacy en autonomie?

Ik heb in deze beschouwing de ziel willen portretteren in al zijn veelzijdigheid wat betreft religie en spiritualiteit. Maar het determineren van de energetische activiteit is een complex en vaak esoterisch onderwerp. Door middel van meditatie en mindfulness kunnen we bewust worden van subtiele energieën en de activiteit van onze ziel. Sommige praktijken zoals Reiki, chakra-healing en andere vormen van energetische therapie proberen de energetische activiteit van de ziel te balanceren en te harmoniseren. Deze methoden richten zich op het zuiveren en versterken van het energieveld van een persoon. Sommige spirituele tradities geloven in de Akasha-kronieken, een energetische bibliotheek waarin de geschiedenis van elke ziel ligt opgeslagen. Door toegang te krijgen tot deze kronieken zouden  wij als menselijke wezens inzicht kunnen vergaren omtrent de energetische activiteit en de missie van de ziel. Het bijhouden van een dagboek en regelmatige zelfreflectie kunnen helpen bij het identificeren van patronen en energetische verschuivingen en het opruimen van energetische blokkades. Deze technieken helpen bij het verhogen van de trilling en het harmoniseren van de energetische activiteit. We moeten ons hierbij wel bedenken dat deze technieken vaak subjectief zijn en gebaseerd op persoonlijke ervaringen en overtuigingen. Maar het vermelden vond ik de moeite waard.


J.J.v.Verre